Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit
Ruimte voor de natuur 2025 – 2027.
Voorwoord
Er is een scala aan plannen om de afname van de biodiversiteit internationaal, landelijk, provinciaal als lokaal niveau om te keren. Als gemeente hebben we ons eigen Beleidskader Biodiversiteit. De belangrijkste ambitie is dat de negatieve trend van afnemende biodiversiteit per 2035 is omgebogen naar een toename. Dat betekent nogal wat. De komende jaren zullen we daarvoor fors moeten inzetten op het herstellen van ecosystemen, het verbinden van natuurgebieden en ontwikkelen van een natuurinclusieve werkwijze.
Bij plannen horen daden. Als gemeente pakken we dat concreet op en organiseren we verschillende maatregelen om onze doelen te halen. We koersen niet lukraak op het jaar 2035 om een en ander gerealiseerd te krijgen, we nemen tussentijds ook stappen om onze aanpak bij te stellen. Dit uitvoeringsprogramma bevat onze aanpak voor de periode 2025-2027. Daarna bekijken we opnieuw wat er nodig is. En na 2035 houdt het natuurlijk ook niet op.
Nu is biodiversiteit een begrip dat in beleidsplannen en uitvoeringsnota’s zo vaak voorbij komt, dat we makkelijk vergeten waar het over gaat. Het gaat niet alleen over de veelzijdigheid aan planten en dieren, maar ook om een gezond klimaat én om onszelf. Wij als mensen kúnnen niet zonder biodiversiteit! Onze voedselvoorziening, economie en samenleving zijn allemaal afhankelijk van natuurlijke processen die we in stand moeten houden. Daarnaast draagt biodiversiteit bij aan ons welzijn en brede welvaart. Herstel en uitbreiding van de biodiversiteit is noodzakelijk voor een gezond en stabiel leefklimaat.
Het is belangrijk dat we het belang van natuur en biodiversiteit op waarde schatten en de juiste plek geven. Als ons dat lukt, zetten we werkelijk stappen naar een fijne gemeente voor mens, dier en plant. Een drie-eenheid die ons leven -als onderdeel daarvan- niet alleen voedt, maar ook verrijkt.
Evert Stellingwerf, wethouder energie & klimaat, circulaire economie, mobiliteit, natuur, landbouw, erfgoed en vastgoed.
1. Inleiding
1.1 Aanleiding voor een Beleidskader Biodiversiteit
Ondanks (inter)nationale regelgeving, neemt de biodiversiteit de laatste jaren drastisch af, zowel binnen als buiten natuurgebieden. Menselijk activiteiten leggen druk op de kwaliteit en de samenhang van leefgebieden van dieren en planten. De noodzaak om deze negatieve trend om te buigen voelt iedereen. De Europese Unie ontwikkelde een Biodiversity Strategy, landelijk loopt het Deltaplan biodiversiteitsherstel, provinciebreed loopt sinds 2021 het Herstelprogramma Biodiversiteit Fryslân.
Van ambitie naar uitvoering
De gemeente Leeuwarden nam ambities op het gebied van biodiversiteit op in de omgevingsvisie. Ook zijn verschillende ambities in het coalitieakkoord opgenomen en is biodiversiteit toe gevoegd als nieuwe pijler aan het programma Volhoudbaar 2.0. De ambitie is dat we de achteruitgang van biodiversiteit stoppen, zodat deze in 2035 weer toeneemt. Uitvoeringsprogramma onder de Omgevingswet Met deze ambities is een Beleidskader Biodiversiteit geschreven met een doorvertaling naar beleidsuitgangspunten en -doelen. Voor de uitwerking van het beleid zijn concrete acties en inspanningen nodig. Dat staat in dit uitvoeringsprogramma. Ook benoemt dit uitvoeringsprogramma de inspanningen die zorgen voor een goede uitvoering van natuurbescherming onder de omgevingswet (figuur 1-1). Na twee jaar evalueren we dit uitvoeringsprogramma. Als dit nodig is worden de inspanningsdoelen bijgesteld.
Uitvoeringsprogramma onder de Omgevingswet
Met deze ambities is een Beleidskader Biodiversiteit geschreven met een doorvertaling naar beleidsuitgangspunten en -doelen. Voor de uitwerking van het beleid zijn concrete acties en inspanningen nodig. Dat staat in dit uitvoeringsprogramma. Ook benoemt dit uitvoeringsprogramma de inspanningen die zorgen voor een goede uitvoering van natuurbescherming onder de omgevingswet (figuur 1-1). Na twee jaar evalueren we dit uitvoeringsprogramma. Als dit nodig is worden de inspanningsdoelen bijgesteld.
Biodiversiteit is niet nieuw
We zijn al jaren hard aan de slag met biodiversiteit. We hebben al flinke stappen gezet. Onze manier van maaien houden we steeds onder de loep en verbeteren we waar kan. We legden meerdere faunapassages aan, hielpen veel groene initiatieven en gebruikten onze groene reststromen om het bodemleven te verbeteren. Dit zijn maar een paar voorbeelden. Nieuw is het werken met vastgestelde ambities en beleidsdoelen voor biodiversiteitsherstel. Met het Beleidskader Biodiversiteit en dit uitvoeringsprogramma zetten we daarom een volgende stap, als nieuw thema binnen Volhoudbaar. Om de ambitie in 2035 te halen is na dit uitvoeringsprogramma nog wel een vervolg nodig.
Samenhang met andere ‘groenblauwe’ thema’s.
Samen met onder andere de thema’s klimaataanpassing, water, bodem, vergroenen en gezondheid werken we aan Leeuwarden als groenblauw hart van de regio.
Programma Volhoudbaar Biodiversiteit & Ecologie
Wettelijke basis op orde
Doel: Implementatie Omgevingswet.
Basiskwaliteit natuur
Doel: Kansenkaart per wijk & gemeentebrede ecologische structuur.
Inventariseren en onderzoeken
Doel: (Koppel)kansen vergroten biodiversiteit.
Experimenten
Doel: Biodiversiteit als vertrekpunt in visies, plannen en gebiedsontwikkelingen.
Uitvoeringsagenda & team
Doel: Locatie- en uitvoeringsgerichte maatregelen.
Educatie & communicatie
Doel: We stimuleren positief contact tussen de mens en de natuur.
2. Ambities, doelen en inspanningen: ruimte voor de natuur!
2.1 (Inter)nationaal beleid
Met dit uitvoeringsprogramma werken we (inter)nationaal beleid en ambities gericht op duurzame doelen uit. Daarnaast sluiten we aan bij nationaal en regionaal beleid. Dit gaat om onder andere:
Wereldwijd
- Klimaatakkoord van Parijs
- Sustainable Development Goals
Europees
- Natura 2000 en de Vogel- en Habitatrichtlijnen
- Biodiversiteitsstrategie voor 2030
- Green Deal: de van boer tot bord strategie, de Zero Pollution Strategie en de EU-bossenstrategie
- EU Soil strategy for 2030
Nationaal
- Deltaplan Biodiversiteit
- Omgevingswet (met daarin opgenomen de wet Natuurbescherming)
- Programma ‘Ruimte voor Landbouw en Natuur’
Provinciaal
- Herstelprogramma biodiversiteit
- Coalitieakkoord provincie Fryslân 2023 – 2027
- Friese bomen en bossenstrategie
- Nota Weidevogels
- Natuurbeheerplan
- Omgevingsvisie Romte Diele + startnotitie nieuwe POVI
2.2 De ambitie
Er is nu sprake van biodiversiteitsverlies. We willen deze negatieve trend ombuigen door ecosystemen te herstellen en de biodiversiteit vanaf 2035 te laten toenemen. Daarmee willen we de gemeente leefbaar houden voor mensen, dieren en planten. Daarom verbeteren we de kwaliteit van water en bodem en herstellen en versterken we de biodiversiteit.
2.3 Beleid gemeente Leeuwarden
We werken vanuit het Beleidskader Biodiversiteit naar herstel van de biodiversiteit in onze
gemeente. Dit beleidskader heeft 6 doelen voor 2035:
- We vergroten de soortenrijkdom en verminderen de kwetsbaarheid van (Friese) populaties.
- Bodem, water en biodiversiteit zijn ons uitgangspunt bij het inrichten en beheren van de leefomgeving.
- We willen bestaande groenblauwe structuren herstellen, versterken en uitbreiden.
- We streven naar een toekomstbestendig voedselsysteem zonder negatieve effecten voor de kwaliteit van lucht, bodem en water.
- Bij het uitgeven en bestemmen van gronden zetten we in op biodiversiteitsherstel.
- We stimuleren positief contact tussen de mens en de natuur.
Er zijn meer documenten waarin ambities en doelen staan over biodiversiteit. Samen vormen zij het kader voor dit uitvoeringsprogramma. Het gaat om onder andere:
- Omgevingsvisie Leeuwarden, vergroenen, verbinden, verwaarden (2021)
- Coalitieakkoord 2022 – 2026 ‘Nu investeren in de toekomst – vergroenen, verbinden, verwaarden’
- Programma Volhoudbaar 2.0 (2023)
Het Beleidskader en uitvoeringsprogramma Biodiversiteit staan niet op zichzelf. Er zijn verbanden met veel andere beleidsthema’s. Ook de volgende beleidskaders- en uitvoeringsprogramma’s leveren een bijdrage aan het herstel van de biodiversiteit:
- Beleidskader Water (2024)
- Uitvoeringsprogramma Vergroenen
- Nota Dierenwelzijn
- Leeuwarder Voedselagenda
- Uitvoeringsprogramma Volhoudbare Eigen Organisatie
3. De vier actielijnen van dit programma
Om de ambitie te bereiken, bundelen we onze activiteiten binnen deze 4 actielijnen:
- Biodiversiteit Omgevingswetbestendig
We ontwikkelen aanvullende praktische handvatten om te voldoen aan de regelgeving over natuur in de Omgevingswet. We zetten hiervoor een gedegen monitoring op, werken volgens gedragscodes, we ontwikkelen de Natuurwaardenkaart verder door en hebben soortenmanagementplannen voor kwetsbare soorten. - Natuurinclusief werken voor een Basiskwaliteit Natuur (BKN)
In 2030 willen we bij alle relevante werkprocessen binnen de gemeente werken met een natuurinclusieve aanpak. Door te experimenteren en te inventariseren in lopende projecten ontwikkelen we een natuurinclusief werkproces. Dit zorgt ervoor dat biodiversiteit in alle gemeentelijke activiteiten een plek krijgt. Daarmee werken we aan een Basiskwaliteit Natuur. - Leeuwarder Ecologische Structuur (LES)
We zetten de groenblauwe structuren binnen de gemeente op een kaart. Deze kaart laat ons zien hoe we biodiversiteitsrijke gebieden met elkaar kunnen verbinden. Zo vergroten we het leefgebied van soorten en is migratie mogelijk. Ook maakt de kaart duidelijk voor welke gronden we qua inrichting en beheer een hoog ambitieniveau nastreven voor de biodiversiteit. Voor de gebieden buiten de LES-structuren willen we naar een Basiskwaliteit Natuur (BKN). Dit doen we door leefruimte te creëren waar algemene soorten weer algemeen worden of blijven. - Educatie en communicatie
We geven graag het goede voorbeeld en maken bedrijven en inwoners meer bewust over biodiversiteit. We werken naar een samenleving waarin we rekening houden met de natuur. Dit vraagt om heldere communicatie en om bewustwording. Ook binnen onze organisatie werken we aan bewustwording.
3.1 Biodiversiteit omgevingswetbestendig
We ontwikkelen handvaten om de geldende wetgeving voor natuurbescherming in praktijk uit te voeren.
3.1.1 Onze verplichtingen als gemeente
Met de Vogel- en Habitatrichtlijn vertelt de Europese Unie haar lidstaten duidelijk welke planten en dieren en welke typen natuurgebieden beschermd moeten worden. Nederland heeft deze richtlijnen opgenomen in de nationale wetgeving, de Omgevingswet en het aanvullende Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). Ook onderwerpen zoals jacht, faunabeheer, bomenkap en de handel in planten en dieren worden hierin geregeld.
Verwachten we dat verbodsbepalingen overtreden gaan worden? Dan moet een vergunning aangevraagd worden bij de provincie, ‘het bevoegd gezag’. De Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) handhaaft.
Voor werkzaamheden in kader van bestendig beheer (bijvoorbeeld periodiek maaien, snoei- en, baggeren) of ruimtelijke ontwikkeling (bijvoorbeeld het aanleggen van een fietspad of dempen van een vijver) kan een gemeente gebruik maken van een door de Rijkdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vastgestelde gedragscode. Hierin staan gedragsregels die beschrijven hoe schade aan beschermde planten en dieren zo veel mogelijk voorkomen kan worden. Een vergunning is dan niet nodig. De gemeente Leeuwarden maakt gebruik van deze gedragscodes:
- Gedragscode soortenbescherming Gemeenten Stadswerk.
- Gedragscode Unie van Waterschappen.
- Gedragscode soortenbescherming Bosbeheer.
Niet alleen overheden, maar ook bedrijven, inwoners en bezoekers moeten zich houden aan de Omgevingswet en Besluit activiteiten leefomgeving. De gemeente ondersteunt waar nodig door hen van informatie en advies te voorzien.
Het handelen van de gemeente wordt ook gestuurd door de provinciale omgevingsverordening. Hier staan instructieregels in die ervoor zorgen dat gemeentelijk beleid en uitvoering gelijk is aan de omgevingswaarden en andere doelen voor de leefomgeving die de provincie wil halen.
3.1.2 Beleidsuitspraken/doelen
Uit het wettelijke kader komen deze doelen naar voren:
- De gemeente leeft de wetgeving voor natuurbescherming na bij eigen werkzaamheden.
- De gemeente ondersteunt inwoners en gebruikers met informatie en advies zodat ook zij kunnen handelen binnen de kaders van de wetgeving voor natuurbescherming.
3.1.3 Wat we gaan doen om onze wettelijke taken goed uit te voeren
Hieronder noemen we zes activiteiten. Daarbij geven we aan welke activiteiten goed gaan en wat nog aandacht verdient.
Omgevingsplan
Al gebeurd: Instructieregels en andere relevante wet- en regelgeving op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau zijn betrokken en waar nodig verwerkt in plannen voor de fysieke leefomgeving.
Nog te doen: Toekomstige plannen en projecten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving toetsen wij aan wet- en regelgeving en onze gemeentelijke ambities. Daarmee wordt voorkomen dat er activiteiten plaatsvinden die beschermde soorten en/of natuurgebieden schaden. Als waarborg nemen we waar nodig en mogelijk specifieke regels op, waaronder in het gemeentebrede Omgevingsplan.
Gedragscodes
Al gebeurd: We gebruiken gedragscodes om flora en fauna zo goed mogelijk te beschermen tijdens werkzaamheden in de openbare ruimte. Bij de gedragscode soortenbescherming gemeenten zijn leidraden geschreven om het gebruiksgemak te verhogen. Collega’s zijn geïnformeerd en waar nodig in het bezit van de juiste certificaten. Als we werk uitbesteden aan derden dan stellen we het naleven van de Omgevingswet als voorwaarde.
Nog te doen: De gedragscodes worden de komende jaren nog beter doorgevoerd. Dit vraagt er onder andere om dat uitvoerende diensten weten hoe ze moeten werken met de gedragscodes.
- We maken hiertoe het bestaande format voor het ecologisch werkprotocol geschikt voor de verschillende beheergroepen. Processen en verantwoordelijkheden maken we inzichtelijk met stroomschema’s.
- Er worden afspraken gemaakt over het archiveren van controlelijsten, ecologische werkprotocollen en logboeken.
- We vragen betrokkenen naar hun informatiebehoeften. Daarmee organiseren we minimaal 1x per jaar een scholingsbijeenkomst.
- Om informatie beter toegankelijk te maken en te archiveren wordt geëxperimenteerd met een app waarin op een makkelijke manier logboeken kunnen worden bijgehouden, werkprotocollen staan en waarin do’s en don’t snel te vinden zijn.
- Voor intern advies hierover wordt een coördinator ecologie benoemd.
Natuurwaardenkaart
Al gebeurd: Er zijn verschillende kaarten gemaakt met informatie over wáár beschermde natuurwaarden zitten en over hoe een bepaald gebied volgens de gedragscode beheerd moet worden.
Nog te doen: In de praktijk blijken de bestaande kaarten voor de uitvoerende diensten niet handig. Ook is er nog geen manier van werken om de kaarten up-to-date te houden. We gaan de kaarten – in overleg met de uitvoerende diensten – verbeteren.
- We ontwikkelen een manier van werken om deze up-to-date te houden.
- De organisatie wordt geleerd hoe ze moet werken met de kaart.
- De natuurwaardenkaart wordt openbaar gemaakt voor andere organisaties of personen.
De organisatie wordt geleerd hoe ze moet werken met de kaart. Deze komt op de website groenleeftinleeuwarden (iepenet yn in nij ljepblêd) te staan.
Soortenmanagementplan
Soms botsen andere ambities voor de leefomgeving met de aanwezigheid van flora en fauna. Een soortenmanagementplan (SMP) kan in zulke situaties helpen. Door het waarborgen van een natuurvriendelijke manier van werken en het treffen van compenserende maatregelen, zorgt een SMP ervoor dat de staat van instandhouding (SvI) van een soort niet negatief wordt beïnvloed. Een SMP moet goedgekeurd worden door de provincie.
Al gedaan: De gemeente Leeuwarden gebruikt een soortenmanagementplan voor roeken. Er is een ontheffing om tot en met 2027 roeken te verjagen en nesten te verwijderen op plekken waar roeken voor veel overlast zorgen voor omwonenden. Om de SvI van de roek binnen de gemeente niet negatief te beïnvloeden, zijn er in het beheerplan gedoog- en beheer locaties vastgesteld. Hier mogen de roeken ongestoord nestelen. Voorziet de gemeente verstoring op deze locaties? Dan moeten plannen afgestemd worden met de provincie.
Nog te doen: Werkzaamheden voor verduurzaming en energietransitie kunnen ten koste gaan van de nestgelegenheid van gebouwbewonende soorten zoals huismussen, gierzwaluwen en gebouwbewonende vleermuizen. Door een SMP voor gebouwbewonende soorten gaat de noodzakelijke verduurzaming van de woningvoorraad samen met het in stand houden van deze soorten.
Hiervoor moeten we een aantal zaken doen:
- Compenserende nestgelegenheid voor gebouwbewonende vleermuizen
- Onderzoek naar waar zich in de gemeente gebouwbewonende soorten bevinden
- Een soortenmanagementplan opstellen
- Het soortenmanagementplan doorvoeren in vergunningverlening en subsidieverstrekkingen
- Controleren hoe populaties zich ontwikkelen
- Controleren hoe effectief compenserende maatregelen zijn
Invasieve exoten
Bepaalde soorten zijn op de Unielijst Invasieve exoten geplaatst omdat ze in delen van de Europese Unie schade toebrengen aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. Ze kunnen ook nadelige gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid, veiligheid of de economie. Bestrijding of beheersing van invasieve exoten is effectiever als er over de eigendomsgrenzen heen gekeken wordt. Daarom is het CIEF (Collectieve Invasieve Exotenbestrijding Fryslân) op 1 januari 2022 opgericht. De gemeente Leeuwarden doet mee aan het CIEF.
Al gedaan: Groeilocaties van de reuzenberenklauw en Japanse duizendknoop worden geregistreerd. Waar mogelijk worden deze op verschillende manieren gericht bestreden. Verspreiding van zaden wordt daarbij zoveel mogelijk voorkomen. Via groenleeftinleeuwarden (iepenet yn in nij ljepblêd) kunnen inwoners informatie vinden over hoe zij deze soorten in hun eigen tuin tegen kunnen gaan.
Nog te doen: We maken een registratiemogelijkheid voor nieuwe invasieve exoten (zoals ongelijkbladig vederkruid), zodat deze soorten gerichter bestreden kunnen worden. We onderzoeken welk beleid en beheer nodig is ten opzichte van dierlijke invasieve exoten, zoals de lettersierschildpad en de Aziatische hoornaar.
Informeren over zorgplicht
De zorgplicht houdt in dat iedereen acties voorkomt die nadelige gevolgen (kunnen) hebben voor de aanwezige flora en fauna.
Al gebeurd: Bewoners en gebruikers worden op een basisniveau geïnformeerd over hun zorgplicht tijdens vergunningsaanvragen.
Nog te doen: We gaan inwoners uitgebreider informeren over onze eigen inspanningen om aan de Omgevingswet te voldoen én over wat zij kunnen doen. We gebruiken hiervoor verschillende media, zoals huis-aan-huisbladen, sociale media en groenleeftinleeuwarden. (iepenet yn in nij ljepblêd)
Specifieke informatie over wat wel en niet te doen bij gebouwbewonende soorten en verduurzaming wordt beschikbaar gemaakt via het Energieloket.
| Doel | Actie/product uitvoeringsprogramma | Wanneer |
| De gemeente leeft de wetgeving voor natuurbescherming na bij eigen werkzaamheden | We toetsen nieuwe delen van het omgevingsplan aan de Omgevingswet en de omgevingsverordening. | 2025 |
| We maken processen en verantwoordelijkheden binnen gedragscodes inzichtelijk met stroomschema’s. | 2025-2027 | |
| We organiseren minimaal 1x per jaar een scholingsbijeenkomst over het gebruik van gedragscodes. | 2025-2027 | |
| We richten een app in met gedragscodes die geschikt zijn voor verschillende beheergroepen en waarin logboeken kunnen worden bijgehouden en gearchiveerd. | 2025-2027 | |
| We benoemen intern een coördinator ecologie voor advies. | 2025 | |
| We verbeteren de huidige natuurwaardenkaart samen met de uitvoerende diensten en ontwikkelen een werkwijze om deze up-to-date te houden. | 2025 | |
| We organiseren trainingen over het gebruik van de natuurwaardenkaart. | 2026-2027 | |
| We realiseren voor het SMP compenserende nestgelegenheid voor vleermuizen | 2025-2027 | |
| We stellen een SMP op voor gebouw bewonende soorten en voeren het door in vergunningverlening en subsidieverstrekkingen. | 2025-2027 | |
| We controleren voor het SMP hoe populaties zicht ontwikkelen en de effectiviteit van de compenserende maatregelen. | 2027 | |
| We maken een registratiemogelijkheid in het systeem voor nieuwe invasieve exoten. | 2025 | |
| We onderzoeken welk beleid en beheer nodig is ten opzichte van dierlijke invasieve exoten. | 2025 | |
| De gemeente informeert inwoners en gebruikers over hoe zij kunnen handelen binnen de kaders van de wetgeving voor natuurbescherming | We zetten de natuurwaardenkaart op | 2025 |
| We informeren inwoners over wat de gemeente doet om aan de Omgevingswet te voldoen en wat ze zelf kunnen doen. | 2025-2027 | |
| We leveren informatie aan bij het Energieloket over hoe te handelen bij gebouw bewonende soorten bij verduurzaming. | 2025 |
3.2 Natuurinclusief werken voor een Basis Kwaliteit Natuur (BKN)
Met de activiteiten in het vorige hoofdstuk kunnen we de biodiversiteit beter beschermen, maar nog niet herstellen (zie figuur 2.1). Daarvoor is er meer nodig. Daarom is in het Beleids- kader Biodiversiteit extra ambitie opgenomen met het oog op een Basiskwaliteit Natuur en op de Europese en provinciebrede biodiversiteitsdoelen.
3.2.1 Respect voor en werken met de natuur
De biodiversiteit verhogen en naar een Basiskwaliteit Natuur toe werken kan alleen als je bij alles wat je doet nadenkt over de gevolgen van of de kansen voor planten en dieren. Daarom is het belangrijk dat we al in de initiatief fase van ontwikkelingen nadenken over dit onderwerp.
Ambitie
In 2030 is een natuurinclusieve aanpak de norm. Daarbij vormen bodem, water en biodiversiteit een zwaarwegend kader bij inrichting en beheer (Volhoudbaar 2.0).
3.2.2 Beleidsuitspraken/Doelen
- We vergroten de soortenrijkdom en verminderen de kwetsbaarheid van (Friese) populaties
- Bodem, water en biodiversiteit is ons uitgangspunt bij het inrichten en beheren van de leefomgeving
- We streven naar een toekomstbestendig voedselsysteem zonder negatieve effecten voor de kwaliteit van lucht, bodem en water
- We zetten in op biodiversiteitsherstel bij het uitgeven en bestemmen van gronden.
Wat is natuurinclusief werken?
De landelijke agenda Natuurinclusief 2.0 zegt hierover het volgende: “De mate waarin maatschappelijk en economische activiteiten verweven zijn met de natuur en er bewust ruimte voor biodiversiteit wordt gecreëerd. Dit houdt in dat bij elke fase van activiteiten – planvorming, beleid, besluitvorming en beheer- natuur centraal staat”.
Basiskwaliteit Natuur (BKN)
We werken natuurinclusief om een Basiskwaliteit Natuur te realiseren. We streven naar een BKN voor het hele gemeentelijke grondgebied. Biodiversiteit is niet leidend zoals in de
Leeuwarder Ecologische Structuur (LES, zie 3.3), maar wel richtinggevend bij de vormgeving van een klimaatadaptieve, gezonde leefomgeving.
- We brengen bestaande natuurwaarden in beeld en beschermen deze. We beheren op een dusdanige manier dat bestaand leefgebied behouden blijft. Hiervoor maken we gebruik van gedragscodes, een natuurwaardenkaart en soortenmanagementplannen (zie 3.1 Biodiversiteit omgevingswetbestendig).
- We kijken bovendien wat mogelijk is om extra ruimte te creëren voor soorten die zich thuis voelen in een groene woon- en werkomgeving zoals de huismus, egel en bruine kikker.
- Het realiseren van BKN is maatwerk: op de ene plek is de ene soort algemeen; op de andere plek de andere. We betrekken inwoners bij onze aanpak, informeren en inspireren hen en bekijken samen hoe de Basiskwaliteit Natuur vorm krijgt.
3.2.3 Dit moeten wij doen om natuurinclusief te werken
10 faunavoorzieningen realiseren
Een faunavoorziening is een middel voor dieren die nodig zijn om ze in hun basisbehoeften te voorzien: verbinding, voedsel, veiligheid, voortplanting en variatie. Voorbeelden van faunavoorzieningen zijn; buizen onder weg, afrasteringen, insectenhotels, nestkasten etc.
We zoeken uit waar faunavoorzieningen nodig zijn om verkeersslachtoffers onder diersoorten te verminderen.
- Amfibieën en zoogdieren lopen grote risico’s bij het oversteken van watergangen en wegen. We onderzoeken wat de meest risicovolle locaties zijn en maken daar waar mogelijk faunapassages of fauna-uittreedplaatsen.
- Van een aantal kwetsbare soorten staan de nestlocaties onder druk. Denk bijvoorbeeld aan gebouwbewonende vleermuizen en huiszwaluwen. Voor deze soorten maken we nest-/ schuilvoorzieningen.
Ecologisch onderzoek bij planvorming
We breiden het standaard-ecologisch advies dat uitgevoerd wordt in het kader van het (omgevings)plan uit. Dit doen we om de ecologische toegevoegde waarde van een gebiedsontwikkeling te borgen. We gaan van de vraag ‘Wat kan hier zonder de Omgevingswet te overtreden?’ naar: ‘Welke kansen biedt deze ontwikkeling om biodiversiteit te versterken?’.
Natuurinclusieve manier van werken
We gaan de komende vier jaar door met het ontwikkelen van een natuurinclusieve manier van werken in Heechterp, Steenslân, Spoorzone, Nieuw Oud Oost en Zwette VI. We houden de vinger aan de pols bij gebiedsontwikkelingen en sluiten zo veel mogelijk aan om hier een natuurinclusieve invulling aan te geven. Doel is om opdrachtgevers en projectleiders in het fysiek domein ervaring op te laten doen met natuurinclusief werken en met de bouwstenen die wij hiervoor ontwikkelen. In 2030 willen we dat alle gebiedsontwikkelingen natuurinclusief zijn ingericht.
LIOR
Fysieke maatregelen en inrichtingen die aantoonbaar werken voor het verhogen van biodiversiteit leggen we vast in de eerstkomende update van het LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte).
Bouwstenen voor BKN-soorten
We ontwikkelen herbruikbare bouwstenen. Zo komt er een goede aanpak voor een Basiskwaliteit Natuur (BKN). Hierbij gebruiken we een leefgebiedenaanpak: per gebiedsontwikkeling kiezen we een aantal “gidssoorten” en we werken hier de eisen aan het leefgebied voor uit. Vervolgens bekijken we of deze eisen ingepast kunnen worden in de gebiedsontwikkeling. De komende twee jaar werken we bouwstenen voor 20 nieuwe gidssoorten uit.
Gebiedsontwikkelingen, aanbestedingen en tenders
We stellen kaders op en beschrijven uitgangspunten voor aanbestedingen. Biodiversiteit is het uitgangspunt in visies, stedenbouwkundige plannen en tenders bij gebiedsontwikkelingen. Zo zorgen we ervoor dat er direct over biodiversiteit wordt nagedacht bij het maken van keuzes.
Groenbeheer
Biodiversiteit wordt al vaak meegenomen bij het groenbeheer, maar toch gebeurt dit vaak nog ad hoc. De komende jaren stemmen we biodiversiteitsinitiatieven in het groenbeheer af met de gemeentelijke doelen voor biodiversiteit. We zorgen dat – waar dat nog niet zo is – biodiversiteit een doel is in de beheerplannen. We maken duidelijk waarom specifiek ecologisch beheer helpt bij de biodiversiteitsdoelen.
We bekijken hoe we het groen op de meest natuurinclusieve manier kunnen beheren. Daarbij willen we zo min mogelijk schade aanrichten en de biodiversiteit niet verstoren. Dit doen we door eisen te stellen bij aanbestedingen, maar ook door naar ons eigen werk te kijken. Het maai- en hekkelbestek worden al op deze manier aanbesteed. We blijven hier scherp op.
Groene reststromen
We bewerken groene reststromen tot gezond plantenvoedsel. Voedsel die de bodem in staat stelt om levenskracht en vitaliteit te geven aan de planten. Een vitale bodem is belangrijk om weerstand te bieden aan ziektes en aantastingen. Naast de activiteiten met het verwaarden van onder andere bermgras en hekkelmateriaal gaan we op zoek naar manieren om al onze groene reststromen in de kringloop te houden.
Gebiedsprocessen landelijk gebied
Via deelname in gebiedsprocessen in de Greidhoeke en Veenweide stimuleren wij de biodiversiteit in die gebieden.
Pachtcontracten
We geven natuurinclusieve voorwaarden aan onze pachtcontracten mee. Dit sluit aan op de consequentie van het DIDAM-arrest. Daarbij wordt de gemeente verplicht gesteld om iedereen gelijke kansen te geven bij de aanbesteding van pachtcontracten. Hierbij kunnen wij (duurzaamheids)voorwaarden stellen.
| Doel beleidskader | Actie/product uitvoeringsprogramma | Wanneer |
| We vergroten de soortenrijkdom en verminderen de kwetsbaarheid (Friese) populatie. Bodem, water en biodiversiteit zijn ons uitgangspunt bij het inrichten en beheren van de leefomgeving.
|
We maken tien faunavoorzieningen | 2025-2026 |
| We breiden het standaard ecologisch onderzoek bij planvorming uit, zodat (naast het wettelijk verplichte onderdeel) ook de kansen voor het versterken van biodiversiteit worden onderzocht. | 2025-2027 | |
| We gaan de komende twee jaar door met experimenteren met verschillende natuurinclusieve manieren van werken in de gebiedsontwikkelingen Heechterp, Steenslân, Spoorzone, Nieuw Oud Oost en Zwette VI. | 2025-2026 | |
| We maken een format voor een natuurinclusief werkproces en passen deze toe bij de voorbereiding (zoals bouw stenen en LIOR), uitvoering en beheer van onze werkzaamheden. | 2026-2027 | |
| We maken minimaal 20 bouwstenen voor BKN gidssoorten | 2025-2027 | |
| We stellen teksten met eisen voor biodiversiteit op bij tenders en aanbestedingen van fysieke projecten (gebiedsontwikkeling, inrichting en beheer). | 2025 | |
| We maken biodiversiteit een doel in de groenbeheerplannen en geven aan hoe ecologisch beheer helpt bij het halen van biodiversiteitsdoelen. | 2025 | |
| We blijven zoeken naar nieuwe mogelijkheden om groene reststoffen te maken tot grondstoffen. | 2025-2027 | |
| We streven naar een toekomstbestendig voedselsysteem zonder negatieve effecten voor de kwaliteit van lucht, bodem en water |
We bewaken en stimuleren de biodiversiteit in de Greidhoeke en Veenweide via deelname in gebiedsprocessen. | 2025-2027 |
| We zetten in op biodiversiteitsherstel bij gebiedsontwikkeling en bij het uitgeven en bestemmen van gronden | We geven natuurinclusieve voorwaarden aan onze pachtcontracten mee. | 2025 |
3.3 Leeuwarder Ecologische Structuur
‘We willen de gemeente leefbaar houden voor mensen, dieren en planten. Daarom verbeteren we de kwaliteit van water en bodem en herstellen en versterken de biodiversiteit'(coalitieakkoord).
‘We willen de groenblauwe structuren herstellen, versterken en uitbreiden'(omgevingsvisie).
3.3.1 Beleidsuitspraken/doelen
Het Beleidskader Biodiversiteit heeft de volgende doelen:
- We vergroten de soortenrijkdom en verminderen de kwetsbaarheid van (Friese) populaties.
- We willen bestaande groenblauwe structuren herstellen, versterken en uitbreiden.
- Bij het uitgeven en bestemmen van gronden zetten we in op biodiversiteitsherstel.
3.3.2 Dit moeten wij doen om deze doelen te bereiken
De gemeente heeft direct invloed op grond die in ons bezit is. Deze grond beheren we, we kunnen het groen veranderen en nieuw groen aanleggen. We moeten de openbare ruimte wel delen met heel veel andere functies. Daarom is het belangrijk om duidelijk te maken waar we de waarde van biodiversiteit willen verhogen. Het beleidskader maakt daarom onderscheid in de groenblauwe structuren (de Leeuwarder Ecologische Structuur) en Basiskwaliteit Natuur (BKN). In het landelijk gebied heeft de gemeente vooral invloed op inrichting en beheer van de bermen.
Leeuwarder Ecologische Structuur (LES)
De grote groenblauwe structuren zijn de levensaders van de gemeentelijke biodiversiteit. Daarom beschermen, verbinden en versterken we deze en we breiden ze ook uit. Binnen de grotere dorpen Stiens en Grou en binnen de stad Leeuwarden zijn de groenblauwe structuren regelmatig versteend of zelfs verdwenen. Volledig werkende ecologische verbindingen van tientallen meters breed zijn op veel plekken helaas niet meer realistisch. Dit maakt de stad en de grote dorpen voor flora en fauna moeilijk en soms onmogelijk te passeren. De verstening is ook voor klimaatadaptatie een groot aandachtspunt. Om verbindingen zo goed mogelijk te herstellen zijn de groenblauwe structuren en de ‘knelpunten’ voor Grou, Stiens en Leeuwarden verder uitgewerkt in ecologische structuren. De komende jaren lossen we ten minste 4 van deze knelpunten op.
Natuurinclusief landelijk gebied
In het landelijk gebied bezit de gemeente veel minder grond. Onze invloed is daardoor veel kleiner. De gemeente wil een natuurinclusief ingericht buitengebied. We willen daarbij zoveel mogelijk aansluiten bij initiatieven van anderen. We hebben wel direct invloed op onze bermen. Die slingeren als groene aders door het landschap. Nu gebeurt er al veel in het beheer om deze bermen ecologisch te beheren. De komende jaren onderzoeken we hoe we dit ecologisch beheer kunnen verbeteren.
Beheerplannen voor 5 grote groenblauwe structuren
We stemmen inrichting en beheer af op ecologische doelen. Daarmee versterken we groenblauwe structuren. Voor de meeste gebieden zijn die ecologische doelen nog niet in kaart. In 2030 hebben we die ecologische doelen voor tenminste 5 grote groenblauwe structuren in kaart. Een structuur bestaat hier uit meerdere groengebieden (kralen) met daartussen de nodige verbindingen. We laten zien voor welke kwetsbare soorten deze structuren belangrijk zijn en waarom. Zo kunnen we hun leefgebied beschermen en, indien nodig, uitbreiden. Inventarisatie van natuurwaarden in deze gebieden is daarvoor een vereiste.
4 knelpunten oplossen in de ecologische structuur
We kiezen 10 ecologische knelpunten in de ecologische structuren en werken oplossingen hiervoor uit. 4 daarvan lossen we op tijdens dit uitvoeringsprogramma.
Vleermuisvriendelijke verlichting in de bebouwde kom
Vleermuizen gebruiken vaak vaste vliegroutes. Knelpunten in deze routes ontstaan door verlichting van deze routes. We brengen in kaart waar verlichting vervangen moet worden door vleermuisvriendelijke verlichting.
Plan voor het uitbreiden van de ecologische groenblauwe structuren
We onderzoeken op verschillende plekken de mogelijkheid om de LES uit te breiden. Zo zorgen we ervoor dat de groenblauwe structuur gelijk op gaat met de uitbreiding van de bebouwde kom. Daarbij gaat het om deze gebieden en structuren:
- Groenblauwe verbinding langs de Zwette
- Kempenaersreed (Nieuwstroomland)
- Ten oosten van Unia en ten zuiden van de Tearnzer Wielen
- Mogelijkheid om het Leeuwarder Bos naar het noorden uit te breiden
Ecologische structuren in het Omgevingsplan
We onderzoeken hoe de bescherming van de LES opgenomen kan worden in het Omgevingsplan.
| Doel beleidskader | Actie/product uitvoeringsprogramma | Wanneer |
| We vergroten de soortenrijkdom en verminderen de kwetsbaarheid (Friese) populaties. We willen bestaande groenblauwe structuren herstellen, versterken en uitbreiden. | We maken beheerplannen voor 5 groenblauwe structuren. | 2027 |
| We werken 10 knelpunten uit de LES uit en lossen 4 hiervan op. | 2026-2030 | |
| We brengen in kaart welke routes door de bebouwde kom vleermuisvriendelijk verlicht moet worden. | 2027 | |
| We maken een plan voor het uitbreiden van de ecologische structuren en zorgen dat deze gelijk op gaat met de uitbreiding van de bebouwde kom. | 2027 | |
| Bij het uitgeven en bestemmen van gronden zetten we in op biodiversiteitsherstel | We onderzoeken hoe de LES beschermd kan worden in het Omgevingsplan | 2025 |
--
3.4 Communicatie en Educatie
Als gemeente geven we het goede voorbeeld en maken bedrijven en inwoners meer bewust. We zetten in op een samenleving waarin we rekening houden met de natuur. Dit vraagt om heldere communicatie en bewustwording. Ook binnen de organisatie werken we aan bewustwording.
Om de ambities te halen moeten we naast de inspanningen van dit programma organisatiebreed biodiversiteitsherstel meenemen als randvoorwaarde in onze projecten en acties. Het uitvoeringsprogramma Volhoudbare Eigen Organisatie heeft hiervoor inspanningen opgenomen zoals de tweedaagse interne training ‘Bodem en water sturend’.
We vergroten het bewustzijn bij onze inwoners, medewerkers en bedrijven over de urgentie van deze opgave. Dit doen we door natuureducatie op scholen en andere plekken. Daarnaast faciliteren en stimuleren we initiatieven van bewoners(organisaties) en bedrijven om te vergroenen (Volhoudbaar 2.0).
3.4.1 Beleidsuitspraken/doelen
- We stimuleren positief contact tussen de mens en de natuur.
- We willen een toekomstbestendig voedselsysteem zonder negatieve effecten voor de kwaliteit van lucht, bodem en water (zie 3.1 Biodiversiteit omgevingswetbestendig).
3.4.2 Communicatiestrategie
Strategisch communicatieframe
Elk jaar wordt de strategische communicatie afgestemd met de werkgroep Biodiversiteit. We bepalen per pijler de prioriteiten. De communicatie helpt. We bepalen daarna hoe (met welke inzet) daaraan gewerkt wordt.
Communicatiedoel
Communicatie zorgt ervoor dat interne en externe doelgroepen op de hoogte zijn van onze doelen op het gebied van biodiversiteit en ecologie. Onze inwoners dat besef bijbrengen en actief te informeren is een onderdeel van onze zorgplicht uit de Omgevingswet (zie 3.1 Biodiversiteit omgevingswetbestendig).
- We geven zelf het goede voorbeeld.
- We helpen collega’s en inwoners door het delen van kennis en ondersteunen bij projecten. We werken hiervoor samen met interne en externe partners.
- We zetten aan tot actie. We willen met gerealiseerde voorbeelden collega’s en inwoners inspireren en aangeven hoe zij zelf kunnen helpen.
- We ondersteunen collega’s bij natuurinclusief werken. Het communiceren over het belang van de Basiskwaliteit Natuur, de groenblauwe structuren in onze gemeente en het versterken hiervan is belangrijk om tot een natuurinclusief ingerichte gemeente en een sterke Leeuwarder Ecologische structuur te komen. We communiceren hierover met inwoners, presenteren dit aan de eigen organisatie en voeren gesprekken met partners om te kijken hoe we samen het doel kunnen halen Doelgroepen.
Interne doelgroep
Bij natuurinclusief werken worden de verschillende sectoren en collega’s meegenomen in een veranderend proces. Het gaat om een gedragsverandering. Het kost tijd om hier bekend mee te raken. Verschillende sectoren en collega’s raken al meer bekend met de term natuurinclusief werken. Zij weten steeds beter wat voor hen de meerwaarde is en hoe zij dit kunnen inzetten in hun werkzaamheden. Hierin werken we samen met de pijler Volhoudbare Eigen Organisatie.
Externe doelgroepen
Externe communicatie richting andere overheden en belangenorganisaties is ook een belangrijk onderdeel. We communiceren met hen over wat we doen, waar we staan en welke successen we (samen) bereiken. We vinden het belangrijk om breed te communiceren over onze activiteiten en mooie voorbeelden uit de samenleving. We moedigen ondernemers en inwoners aan met concrete voorbeelden om beter om te gaan met de natuur. We bieden ze een handelingsperspectief, waarbij we informeren en voorbeelden geven van wat zij zelf kunnen doen. Het herstelprogramma Biodiversiteit helpt daarbij.
3.4.3 Educatie
Om de biodiversiteit te beschermen en toe te laten nemen, is het belangrijk dat we een gevoel van verbinding met de natuur en kennis over de natuur stimuleren. Als je je niet hebt verdiept in het verleden zal je snel denken: ‘Het is toch altijd al zo geweest?’ (Shifting Baseline Syndrome of afglijdgewenning). Als mensen zich bewust zijn van de achteruitgang van de natuur kunnen ze ervoor kiezen om hiermee aan de slag te gaan. We werken hierin samen met kennispartners, zoals van Hall Larenstein, Natuurmuseum Fryslân en IVN. En de gemeente steunt natuureducatie op alle basisscholen in de gemeente Leeuwarden.
Dit gaan we doen:
- We maken een communicatieactieplan om meer bewustwording te creëren over het nut en de noodzaak van biodiversiteitsherstel.
- Op 15 momenten per jaar promoten we actief wat we doen en welk resultaat dat oplevert. Hierbij denken we aan nieuwsberichten en video’s op diverse online en offline media.
- In projecten informeren we (toekomstige) bewoners en gebruikers over het belang van biodiversiteit in de woonomgeving. We bieden hen handelingsperspectief (start verkoop kavels, beheer, campagnes, duurzame markten).
- We werken samen met de pijler Volhoudbare Eigen Organisatie aan het vergroten van kennis en bewustwording over biodiversiteit en het bieden van handelingsperspectief in het werk.
- We zetten sleutelfiguren in als ambassadeurs die het goede voorbeeld geven en kennis delen. Dit doen we samen met Volhoudbare Eigen Organisatie.
- We communiceren over de groenblauwe structuren, de LES en over de Basiskwaliteit Natuur. Collega’s raken zo goed bekend met de belangrijke ecologische structuren in de stad. Wat wordt verstaan onder Basiskwaliteit Natuur is landelijk nog volop in ontwikkeling. Het is goed om collega’s mee te nemen in wat dat betekent voor hun werk.
- We werken aan een Educatieprogramma voor Natuur en Milieu (NME) met IVN en NDE (Natuur- en Duurzaamheid Educatie). Met campagnes en een educatieprogramma maken we natuureducatie mogelijk op bijvoorbeeld scholen.
- Via het Platform bewonersinitiatieven adviseren en ondersteunen we initiatieven van bewoners en bedrijven in de openbare ruimte. Laagdrempelige initiatieven zijn belangrijk voor de bewustwording van de initiatiefnemers (leerproces) en de mensen in hun omgeving. De initiatiefnemers inspireren en brengen anderen in contact met de natuur.
| Doel beleidskader | Actie/product uitvoeringsprogramma | Wanneer |
| We stimuleren positief contact tussen de mens en de natuur | We maken een communicatieplan om meer bewustwording te creëren over het nut en de noodzaak van biodiversiteit | 2025 |
| Op 15 momenten per jaar promoten we actief wat we doen en wat dat oplevert | 2025 | |
| We lichten (toekomstige) bewoners en gebruikers in over het belang van biodiversiteit | 2025-2027 | |
| We werken in eigen organisatie aan het vergroten van kennis en bewustwording over biodiversiteit | 2025-2027 | |
| We zetten sleutelfiguren in als ambassadeurs die het goede voorbeeld geven en kennis delen over biodiversiteit | 2025-2027 | |
| We communiceren over groenblauwe structuren en de LES en over de Basiskwaliteit Natuur | 2025 | |
| Via het Platform bewonersinitiatieven adviseren we en maken we initiatieven van bewoners en bedrijven in de openbare ruimte mogelijk | 2025-2027 | |
| We werken een Educatieprogramma voor Natuur en Duurzaamheid uit | 2025 |
4. Monitoring
We monitoren de effecten van onze maatregelen op de biodiversiteit. Zo krijgen we steeds meer inzicht in hoe we biodiversiteitsherstel meetbaar kunnen maken en hoe we voor een toename kunnen zorgen (Volhoudbaar 2.0).
Dit is het eerste Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit. We hebben nog niet veel gegevens om iets te kunnen zeggen over de staat van de biodiversiteit in Leeuwarden. Monitoring is daarom heel belangrijk voor het verder concretiseren van de opgave en het mogelijk bijstellen van de doelen. De monitoring gaat meer gegevens opleveren. Hiermee maken we het effect van de inspanningen voor de opgave beter meetbaar.
We monitoren biodiversiteit op meerdere manieren en met verschillende doelen:
Biodiversiteitsherstel
De belangrijkste doelstelling van het Beleidskader Biodiversiteit is biodiversiteitsherstel. Om antwoord te kunnen geven op de vraag of er sprake is van biodiversiteitsherstel gaan we een meetnet opzetten om “de biodiversiteit” van Leeuwarden te meten. Daarbij kunnen we op twee manieren meten:
- Het meten van soorten.
- Het meten van een KPI’s (kritische prestatie-indicator). Daarmee meten we niet de biodiversiteit zelf, maar of er gunstige omstandigheden voor biodiversiteitsherstel aanwezig zijn.
Bij het meten van soorten kijken we in eerste instantie naar monitoring die al plaatsvindt, bijvoorbeeld de monitoring door inwoners (in het kader van zogenaamde citizen science-projecten), door soortenorganisaties en door provincie en Wetterskip. Om een goed beeld te krijgen van biodiversiteitsherstel in de gemeente zullen we dit aan moeten vullen met eigen monitoring.
Bij het meten van KPI’s maken we gebruik van methoden zoals de meetlat biodiversiteit, de nectarindex of de door het Wetterskip ontwikkelde methode om de waterkwaliteit van stadswateren te meten. We kijken dan slechts deels of helemaal niet naar de aanwezige soorten, maar richten ons meer op zaken als de hoeveelheid groen of water in het landschap, het type beplanting of aanwezige vervuiling. Met andere woorden: we kijken of er voldoende elementen aanwezig zijn die kunnen leiden tot meer biodiversiteit.
Beide methodes hebben hun eigen voor- en nadelen. Een combinatie van de twee methoden is ook mogelijk. Om tot een goed plan te komen maken we een monitoringsplan.
Effect van onze inspanningen
Het tweede doel van monitoren is het meten van het effect van onze inspanningen. Heeft de inspanning geleid tot het gewenste effect en draagt het bij aan de doelen die we onszelf hebben gesteld? Denk aan het monitoren van een aangelegde faunapassage. Het is goed om te meten of deze ook echt gebruikt wordt of dat we aanpassingen moeten doen.
Bijdragen aan de doelen
We monitoren om te bepalen of en hoe we bijdragen aan de doelen die zijn opgesteld voor het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit 2025-2027. Via de reguliere P&C-cyclus rapporteren we over de voortgang van het programma. Bij de begroting geven we aan welke inspanningen we het aankomende jaar gaan leveren.
5. Organisatie en samenwerking
5.1 Volhoudbaar 2.0
Met het programma Volhoudbaar willen we zorgen dat de gemeente Leeuwarden toekomstbestendig wordt. Volhoudbare principes zijn gebaseerd op aspecten als gedeelde belangen: gelijkheid, gezondheid, brede welvaart, versterking natuurlijk kapitaal (inclusief biodiversiteit)en circulair denken en doen. Volhoudbaar is toekomstgericht, robuust, verbonden en inclusief (ongedeeld).
Het normaal op basis van deze volhoudbaarheidsprincipes, is een nieuwe normaal. Om te komen tot dit nieuwe normaal moeten we veranderen. Het programma vormt het vertrekpunt voor de 5 uitvoeringsagenda’s die aan Volhoudbaar zijn verbonden, namelijk: Energie, Klimaatadaptatie, Circulaire Economie, Biodiversiteit en een Volhoudbare Eigen organisatie.
“We werken naar een duurzame Leeuwarder leefomgeving, gemeentelijke organisatie en samenleving, waarin we duurzaam als vertrekpunt zien en we duurzaam denken en duurzaam doen”.
5.2 Opdrachtgevers
Voor het thema Biodiversiteit is Sectormanager Inrichting en Beheer Buitenruimte (IBB) opdrachtgever. Bestuurlijk opdrachtgever is wethouder Evert Stellingwerf.
5.3 Werkgroep Biodiversiteit
Voor Biodiversiteit zijn mensen werkzaam vanuit verschillende sectoren en teams. Daarom is er een werkgroep Biodiversiteit. Grotere onderwerpen zoals het monitoringsplan, de groenblauwe structuren en natuurinclusief werken worden hier besproken. Zo zorgen we ervoor dat we samen werken aan de ambitie.
5.4 Relatie met andere partners en uitvoeringsagenda's
Vergroening is een belangrijke voorwaarde voor de doelen voor biodiversiteit. Daarom zijn de over vergroening aangevuld met de doelen voor biodiversiteitsherstel. Bij vergroenen spelen ook de bijdrage aan een gezonde leefomgeving mee. Ook is er een duidelijke relatie met het treffen van klimaatadaptieve maatregelen. Daarnaast heeft het uitvoeringsprogramma biodiversiteit raakvlakken met de Voedselagenda en activiteiten in het Landelijk Gebied. Deze laatste richt zich op gebieden waar de directe invloed van de gemeente lager is maar via gebiedsprocessen Biodiversiteit wel onder de aandacht gebracht kan worden.
Denk aan gebiedsprocessen als het Veenweideprogramma, Greidhoeke Plus en initiatieven van onderop als Baarderadeel.
5.5 Participatie en samenwerkingspartners
Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Wij vinden het belangrijk dat inwoners en samenwerkingspartners kunnen meedenken en meedoen. Alleen zo verkrijgen we een gedragen plan, waarin we niet alleen acteren maar ook samen met anderen aan doelen kunnen werken. Als gemeente mogen we de manier van participatie zelf vormgeven.
We hebben gekozen om meedenksessies over het Beleidskader Biodiversiteit te organiseren met samenwerkingspartners. Hierin zijn de doelen vastgelegd die voortkomen uit de ambities van onze gemeente. De inspanningen die voortvloeien uit het beleidskader staan in dit uitvoeringsprogramma én in het uitvoeringsprogramma Vergroenen. Naast de meedenksessies heeft eenieder uit de gemeente ook een zienswijze kunnen indienen op het beleidskader. Dit heeft zomer 2024, 6 weken ter inzage gelegen. De resultaten van de meedenksessies, de zienswijzen en andere opmerkingen zijn verwerkt in het beleidskader en de beide uitvoeringsagenda’s.
Mei 2024 vonden 3 meedenksessies plaats met samenwerkingspartners in de gemeente. Thema’s en deelnemers waren als volgt:
- Sessie 1: Basiskwaliteit Natuur en groenblauwe dooradering in de bebouwde gebieden. Deelnemers: Floron, Friese Milieufederatie, Fryske Feriening Foar Fjildbiology, IVN, Sovon, Ravon en Van Hall Larenstein.
- Sessie 2: Biodiversiteit over de gemeentegrenzen. Deelnemers: gemeente Heerenveen, gemeente Noardeast Fryslân, gemeente Smallingerland en de gemeente Tytsjerksteradiel.
- Sessie 3: Biodiversiteit in het landelijk gebied. Deelnemers: Agrarisch Collectief Baarderadeel, Agrarisch Collectief It Lege Midden, Agrarisch Collectief Waadrâne, It Fryske Gea, Kening, Landschapsbeheer Friesland, LTO, Provincie Fryslân en het Wetterskip.
Extra sessie op aanvraag: Grou 2030 over de ecologische structuur van Grou.
6. Financiën
In dit hoofdstuk gaan we in op de financiële kant van het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit 2025 – 2027. We maken hierbij een verdeling tussen de personeelskosten en de overige kosten. De werkgroep Biodiversiteit bestaat uit personen van verschillende sectoren en afdelingen. De personeelskosten worden voor een belangrijk deel betaald door de structurele middelen vanuit het coalitieakkoord. Ook wordt inzet geleverd door medewerkers die worden betaald vanuit de reguliere begroting.
Hieronder staat de begroting van het uitvoeringsprogramma. In dit overzicht staan niet de kosten die betaald worden in de reguliere begroting. Voor personeelsinzet is alleen het personeel dat betaald wordt uit structurele coalitieakkoord-middelen opgenomen. Ook de overige kosten, met incidentele betalingen, staan hierin. Ook wordt capaciteit en geld ingezet vanuit de reguliere budgetten vanuit het principe werk met werk maken, voor de realisatie van projecten en inspanningen in beheer en uitvoering. Verder komt er in samenwerking met de pijler Energie een aanbesteding voor het soorten- managementplan. Dit zorgt ervoor dat de doelen voor de isolatie van woningen kan worden gehaald. De eenmalige kosten worden gedekt uit een subsidie van de Provincie (€ 425.000,-) en via beschikbare rijksmiddelen voor Klimaat en Energie (€ 500.000,-), de zogenaamde CDOKE-middelen.
We verwachten de volgende kosten in de periode 2025 tot en met 2027:
| Jaar | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 |
| Personele inzet vanuit coalitieakkoord | € 250.000,- | € 250.000,- | € 250.000,- | € 250.000,- |
| Monitoring | – | € 62.500,- | € 62.500,- | – |
| Natuurwaardenkaart | – | € 50.000,- | – | – |
| 4 knelpunten oplossen in de Leeuwarder Ecologische Structuur | – | € 162.500,- | € 162.500,- | – |
| 10 Faunavoorzieningen (inclusief maatregelen in het kader van het Soortenmanagementplan) | € 125.000,- | € 125.000,- | – | |
| Communicatie en educatie | – | € 25.000,- | € 25.000,- | – |
| Totaal | € 250.000,- | € 675.000,- | € 625.000,- | € 250.000,- |
Colofon
Januari 2025
De volgende collega’s hebben meegewerkt aan het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit 2025 – 2027:
- Irene Reitsma – Projectleider Biodiversiteit
- Johanneke Buning – Senior beleidsadviseur Ecologie
- Petra Kuijt – Beleidsadviseur Natuur en Dierenwelzijn
- Maaike Hooghiemstra – Trainee Bodem, Biodiversiteit en Natuur
- Renske Wietsma – Communicatieadviseur Volhoudbaar
- Sas Terpstra – Sectormanager Inrichting en Beheer Buitenruimte
Fluch oan:
Voorwoord
Er is een scala aan plannen om de afname van de biodiversiteit internationaal, landelijk, provinciaal als lokaal niveau om te keren. Als gemeente hebben we ons eigen Beleidskader Biodiversiteit. De belangrijkste ambitie is dat de negatieve trend van afnemende biodiversiteit per 2035 is omgebogen naar een toename. Dat betekent nogal wat. De komende jaren zullen we daarvoor fors moeten inzetten op het herstellen van ecosystemen, het verbinden van natuurgebieden en ontwikkelen van een natuurinclusieve werkwijze.
Bij plannen horen daden. Als gemeente pakken we dat concreet op en organiseren we verschillende maatregelen om onze doelen te halen. We koersen niet lukraak op het jaar 2035 om een en ander gerealiseerd te krijgen, we nemen tussentijds ook stappen om onze aanpak bij te stellen. Dit uitvoeringsprogramma bevat onze aanpak voor de periode 2025-2027. Daarna bekijken we opnieuw wat er nodig is. En na 2035 houdt het natuurlijk ook niet op.
Nu is biodiversiteit een begrip dat in beleidsplannen en uitvoeringsnota’s zo vaak voorbij komt, dat we makkelijk vergeten waar het over gaat. Het gaat niet alleen over de veelzijdigheid aan planten en dieren, maar ook om een gezond klimaat én om onszelf. Wij als mensen kúnnen niet zonder biodiversiteit! Onze voedselvoorziening, economie en samenleving zijn allemaal afhankelijk van natuurlijke processen die we in stand moeten houden. Daarnaast draagt biodiversiteit bij aan ons welzijn en brede welvaart. Herstel en uitbreiding van de biodiversiteit is noodzakelijk voor een gezond en stabiel leefklimaat.
Het is belangrijk dat we het belang van natuur en biodiversiteit op waarde schatten en de juiste plek geven. Als ons dat lukt, zetten we werkelijk stappen naar een fijne gemeente voor mens, dier en plant. Een drie-eenheid die ons leven -als onderdeel daarvan- niet alleen voedt, maar ook verrijkt.
Evert Stellingwerf, wethouder energie & klimaat, circulaire economie, mobiliteit, natuur, landbouw, erfgoed en vastgoed.
1. Inleiding
1.1 Aanleiding voor een Beleidskader Biodiversiteit
Ondanks (inter)nationale regelgeving, neemt de biodiversiteit de laatste jaren drastisch af, zowel binnen als buiten natuurgebieden. Menselijk activiteiten leggen druk op de kwaliteit en de samenhang van leefgebieden van dieren en planten. De noodzaak om deze negatieve trend om te buigen voelt iedereen. De Europese Unie ontwikkelde een Biodiversity Strategy, landelijk loopt het Deltaplan biodiversiteitsherstel, provinciebreed loopt sinds 2021 het Herstelprogramma Biodiversiteit Fryslân.
Van ambitie naar uitvoering
De gemeente Leeuwarden nam ambities op het gebied van biodiversiteit op in de omgevingsvisie. Ook zijn verschillende ambities in het coalitieakkoord opgenomen en is biodiversiteit toe gevoegd als nieuwe pijler aan het programma Volhoudbaar 2.0. De ambitie is dat we de achteruitgang van biodiversiteit stoppen, zodat deze in 2035 weer toeneemt. Uitvoeringsprogramma onder de Omgevingswet Met deze ambities is een Beleidskader Biodiversiteit geschreven met een doorvertaling naar beleidsuitgangspunten en -doelen. Voor de uitwerking van het beleid zijn concrete acties en inspanningen nodig. Dat staat in dit uitvoeringsprogramma. Ook benoemt dit uitvoeringsprogramma de inspanningen die zorgen voor een goede uitvoering van natuurbescherming onder de omgevingswet (figuur 1-1). Na twee jaar evalueren we dit uitvoeringsprogramma. Als dit nodig is worden de inspanningsdoelen bijgesteld.
Uitvoeringsprogramma onder de Omgevingswet
Met deze ambities is een Beleidskader Biodiversiteit geschreven met een doorvertaling naar beleidsuitgangspunten en -doelen. Voor de uitwerking van het beleid zijn concrete acties en inspanningen nodig. Dat staat in dit uitvoeringsprogramma. Ook benoemt dit uitvoeringsprogramma de inspanningen die zorgen voor een goede uitvoering van natuurbescherming onder de omgevingswet (figuur 1-1). Na twee jaar evalueren we dit uitvoeringsprogramma. Als dit nodig is worden de inspanningsdoelen bijgesteld.
Biodiversiteit is niet nieuw
We zijn al jaren hard aan de slag met biodiversiteit. We hebben al flinke stappen gezet. Onze manier van maaien houden we steeds onder de loep en verbeteren we waar kan. We legden meerdere faunapassages aan, hielpen veel groene initiatieven en gebruikten onze groene reststromen om het bodemleven te verbeteren. Dit zijn maar een paar voorbeelden. Nieuw is het werken met vastgestelde ambities en beleidsdoelen voor biodiversiteitsherstel. Met het Beleidskader Biodiversiteit en dit uitvoeringsprogramma zetten we daarom een volgende stap, als nieuw thema binnen Volhoudbaar. Om de ambitie in 2035 te halen is na dit uitvoeringsprogramma nog wel een vervolg nodig.
Samenhang met andere ‘groenblauwe’ thema’s.
Samen met onder andere de thema’s klimaataanpassing, water, bodem, vergroenen en gezondheid werken we aan Leeuwarden als groenblauw hart van de regio.
Programma Volhoudbaar Biodiversiteit & Ecologie
Wettelijke basis op orde
Doel: Implementatie Omgevingswet.
Basiskwaliteit natuur
Doel: Kansenkaart per wijk & gemeentebrede ecologische structuur.
Inventariseren en onderzoeken
Doel: (Koppel)kansen vergroten biodiversiteit.
Experimenten
Doel: Biodiversiteit als vertrekpunt in visies, plannen en gebiedsontwikkelingen.
Uitvoeringsagenda & team
Doel: Locatie- en uitvoeringsgerichte maatregelen.
Educatie & communicatie
Doel: We stimuleren positief contact tussen de mens en de natuur.
2. Ambities, doelen en inspanningen: ruimte voor de natuur!
2.1 (Inter)nationaal beleid
Met dit uitvoeringsprogramma werken we (inter)nationaal beleid en ambities gericht op duurzame doelen uit. Daarnaast sluiten we aan bij nationaal en regionaal beleid. Dit gaat om onder andere:
Wereldwijd
- Klimaatakkoord van Parijs
- Sustainable Development Goals
Europees
- Natura 2000 en de Vogel- en Habitatrichtlijnen
- Biodiversiteitsstrategie voor 2030
- Green Deal: de van boer tot bord strategie, de Zero Pollution Strategie en de EU-bossenstrategie
- EU Soil strategy for 2030
Nationaal
- Deltaplan Biodiversiteit
- Omgevingswet (met daarin opgenomen de wet Natuurbescherming)
- Programma ‘Ruimte voor Landbouw en Natuur’
Provinciaal
- Herstelprogramma biodiversiteit
- Coalitieakkoord provincie Fryslân 2023 – 2027
- Friese bomen en bossenstrategie
- Nota Weidevogels
- Natuurbeheerplan
- Omgevingsvisie Romte Diele + startnotitie nieuwe POVI
2.2 De ambitie
Er is nu sprake van biodiversiteitsverlies. We willen deze negatieve trend ombuigen door ecosystemen te herstellen en de biodiversiteit vanaf 2035 te laten toenemen. Daarmee willen we de gemeente leefbaar houden voor mensen, dieren en planten. Daarom verbeteren we de kwaliteit van water en bodem en herstellen en versterken we de biodiversiteit.
2.3 Beleid gemeente Leeuwarden
We werken vanuit het Beleidskader Biodiversiteit naar herstel van de biodiversiteit in onze
gemeente. Dit beleidskader heeft 6 doelen voor 2035:
- We vergroten de soortenrijkdom en verminderen de kwetsbaarheid van (Friese) populaties.
- Bodem, water en biodiversiteit zijn ons uitgangspunt bij het inrichten en beheren van de leefomgeving.
- We willen bestaande groenblauwe structuren herstellen, versterken en uitbreiden.
- We streven naar een toekomstbestendig voedselsysteem zonder negatieve effecten voor de kwaliteit van lucht, bodem en water.
- Bij het uitgeven en bestemmen van gronden zetten we in op biodiversiteitsherstel.
- We stimuleren positief contact tussen de mens en de natuur.
Er zijn meer documenten waarin ambities en doelen staan over biodiversiteit. Samen vormen zij het kader voor dit uitvoeringsprogramma. Het gaat om onder andere:
- Omgevingsvisie Leeuwarden, vergroenen, verbinden, verwaarden (2021)
- Coalitieakkoord 2022 – 2026 ‘Nu investeren in de toekomst – vergroenen, verbinden, verwaarden’
- Programma Volhoudbaar 2.0 (2023)
Het Beleidskader en uitvoeringsprogramma Biodiversiteit staan niet op zichzelf. Er zijn verbanden met veel andere beleidsthema’s. Ook de volgende beleidskaders- en uitvoeringsprogramma’s leveren een bijdrage aan het herstel van de biodiversiteit:
- Beleidskader Water (2024)
- Uitvoeringsprogramma Vergroenen
- Nota Dierenwelzijn
- Leeuwarder Voedselagenda
- Uitvoeringsprogramma Volhoudbare Eigen Organisatie
3. De vier actielijnen van dit programma
Om de ambitie te bereiken, bundelen we onze activiteiten binnen deze 4 actielijnen:
- Biodiversiteit Omgevingswetbestendig
We ontwikkelen aanvullende praktische handvatten om te voldoen aan de regelgeving over natuur in de Omgevingswet. We zetten hiervoor een gedegen monitoring op, werken volgens gedragscodes, we ontwikkelen de Natuurwaardenkaart verder door en hebben soortenmanagementplannen voor kwetsbare soorten. - Natuurinclusief werken voor een Basiskwaliteit Natuur (BKN)
In 2030 willen we bij alle relevante werkprocessen binnen de gemeente werken met een natuurinclusieve aanpak. Door te experimenteren en te inventariseren in lopende projecten ontwikkelen we een natuurinclusief werkproces. Dit zorgt ervoor dat biodiversiteit in alle gemeentelijke activiteiten een plek krijgt. Daarmee werken we aan een Basiskwaliteit Natuur. - Leeuwarder Ecologische Structuur (LES)
We zetten de groenblauwe structuren binnen de gemeente op een kaart. Deze kaart laat ons zien hoe we biodiversiteitsrijke gebieden met elkaar kunnen verbinden. Zo vergroten we het leefgebied van soorten en is migratie mogelijk. Ook maakt de kaart duidelijk voor welke gronden we qua inrichting en beheer een hoog ambitieniveau nastreven voor de biodiversiteit. Voor de gebieden buiten de LES-structuren willen we naar een Basiskwaliteit Natuur (BKN). Dit doen we door leefruimte te creëren waar algemene soorten weer algemeen worden of blijven. - Educatie en communicatie
We geven graag het goede voorbeeld en maken bedrijven en inwoners meer bewust over biodiversiteit. We werken naar een samenleving waarin we rekening houden met de natuur. Dit vraagt om heldere communicatie en om bewustwording. Ook binnen onze organisatie werken we aan bewustwording.
3.1 Biodiversiteit omgevingswetbestendig
We ontwikkelen handvaten om de geldende wetgeving voor natuurbescherming in praktijk uit te voeren.
3.1.1 Onze verplichtingen als gemeente
Met de Vogel- en Habitatrichtlijn vertelt de Europese Unie haar lidstaten duidelijk welke planten en dieren en welke typen natuurgebieden beschermd moeten worden. Nederland heeft deze richtlijnen opgenomen in de nationale wetgeving, de Omgevingswet en het aanvullende Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). Ook onderwerpen zoals jacht, faunabeheer, bomenkap en de handel in planten en dieren worden hierin geregeld.
Verwachten we dat verbodsbepalingen overtreden gaan worden? Dan moet een vergunning aangevraagd worden bij de provincie, ‘het bevoegd gezag’. De Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) handhaaft.
Voor werkzaamheden in kader van bestendig beheer (bijvoorbeeld periodiek maaien, snoei- en, baggeren) of ruimtelijke ontwikkeling (bijvoorbeeld het aanleggen van een fietspad of dempen van een vijver) kan een gemeente gebruik maken van een door de Rijkdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vastgestelde gedragscode. Hierin staan gedragsregels die beschrijven hoe schade aan beschermde planten en dieren zo veel mogelijk voorkomen kan worden. Een vergunning is dan niet nodig. De gemeente Leeuwarden maakt gebruik van deze gedragscodes:
- Gedragscode soortenbescherming Gemeenten Stadswerk.
- Gedragscode Unie van Waterschappen.
- Gedragscode soortenbescherming Bosbeheer.
Niet alleen overheden, maar ook bedrijven, inwoners en bezoekers moeten zich houden aan de Omgevingswet en Besluit activiteiten leefomgeving. De gemeente ondersteunt waar nodig door hen van informatie en advies te voorzien.
Het handelen van de gemeente wordt ook gestuurd door de provinciale omgevingsverordening. Hier staan instructieregels in die ervoor zorgen dat gemeentelijk beleid en uitvoering gelijk is aan de omgevingswaarden en andere doelen voor de leefomgeving die de provincie wil halen.
3.1.2 Beleidsuitspraken/doelen
Uit het wettelijke kader komen deze doelen naar voren:
- De gemeente leeft de wetgeving voor natuurbescherming na bij eigen werkzaamheden.
- De gemeente ondersteunt inwoners en gebruikers met informatie en advies zodat ook zij kunnen handelen binnen de kaders van de wetgeving voor natuurbescherming.
3.1.3 Wat we gaan doen om onze wettelijke taken goed uit te voeren
Hieronder noemen we zes activiteiten. Daarbij geven we aan welke activiteiten goed gaan en wat nog aandacht verdient.
Omgevingsplan
Al gebeurd: Instructieregels en andere relevante wet- en regelgeving op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau zijn betrokken en waar nodig verwerkt in plannen voor de fysieke leefomgeving.
Nog te doen: Toekomstige plannen en projecten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving toetsen wij aan wet- en regelgeving en onze gemeentelijke ambities. Daarmee wordt voorkomen dat er activiteiten plaatsvinden die beschermde soorten en/of natuurgebieden schaden. Als waarborg nemen we waar nodig en mogelijk specifieke regels op, waaronder in het gemeentebrede Omgevingsplan.
Gedragscodes
Al gebeurd: We gebruiken gedragscodes om flora en fauna zo goed mogelijk te beschermen tijdens werkzaamheden in de openbare ruimte. Bij de gedragscode soortenbescherming gemeenten zijn leidraden geschreven om het gebruiksgemak te verhogen. Collega’s zijn geïnformeerd en waar nodig in het bezit van de juiste certificaten. Als we werk uitbesteden aan derden dan stellen we het naleven van de Omgevingswet als voorwaarde.
Nog te doen: De gedragscodes worden de komende jaren nog beter doorgevoerd. Dit vraagt er onder andere om dat uitvoerende diensten weten hoe ze moeten werken met de gedragscodes.
- We maken hiertoe het bestaande format voor het ecologisch werkprotocol geschikt voor de verschillende beheergroepen. Processen en verantwoordelijkheden maken we inzichtelijk met stroomschema’s.
- Er worden afspraken gemaakt over het archiveren van controlelijsten, ecologische werkprotocollen en logboeken.
- We vragen betrokkenen naar hun informatiebehoeften. Daarmee organiseren we minimaal 1x per jaar een scholingsbijeenkomst.
- Om informatie beter toegankelijk te maken en te archiveren wordt geëxperimenteerd met een app waarin op een makkelijke manier logboeken kunnen worden bijgehouden, werkprotocollen staan en waarin do’s en don’t snel te vinden zijn.
- Voor intern advies hierover wordt een coördinator ecologie benoemd.
Natuurwaardenkaart
Al gebeurd: Er zijn verschillende kaarten gemaakt met informatie over wáár beschermde natuurwaarden zitten en over hoe een bepaald gebied volgens de gedragscode beheerd moet worden.
Nog te doen: In de praktijk blijken de bestaande kaarten voor de uitvoerende diensten niet handig. Ook is er nog geen manier van werken om de kaarten up-to-date te houden. We gaan de kaarten – in overleg met de uitvoerende diensten – verbeteren.
- We ontwikkelen een manier van werken om deze up-to-date te houden.
- De organisatie wordt geleerd hoe ze moet werken met de kaart.
- De natuurwaardenkaart wordt openbaar gemaakt voor andere organisaties of personen.
De organisatie wordt geleerd hoe ze moet werken met de kaart. Deze komt op de website groenleeftinleeuwarden (iepenet yn in nij ljepblêd) te staan.
Soortenmanagementplan
Soms botsen andere ambities voor de leefomgeving met de aanwezigheid van flora en fauna. Een soortenmanagementplan (SMP) kan in zulke situaties helpen. Door het waarborgen van een natuurvriendelijke manier van werken en het treffen van compenserende maatregelen, zorgt een SMP ervoor dat de staat van instandhouding (SvI) van een soort niet negatief wordt beïnvloed. Een SMP moet goedgekeurd worden door de provincie.
Al gedaan: De gemeente Leeuwarden gebruikt een soortenmanagementplan voor roeken. Er is een ontheffing om tot en met 2027 roeken te verjagen en nesten te verwijderen op plekken waar roeken voor veel overlast zorgen voor omwonenden. Om de SvI van de roek binnen de gemeente niet negatief te beïnvloeden, zijn er in het beheerplan gedoog- en beheer locaties vastgesteld. Hier mogen de roeken ongestoord nestelen. Voorziet de gemeente verstoring op deze locaties? Dan moeten plannen afgestemd worden met de provincie.
Nog te doen: Werkzaamheden voor verduurzaming en energietransitie kunnen ten koste gaan van de nestgelegenheid van gebouwbewonende soorten zoals huismussen, gierzwaluwen en gebouwbewonende vleermuizen. Door een SMP voor gebouwbewonende soorten gaat de noodzakelijke verduurzaming van de woningvoorraad samen met het in stand houden van deze soorten.
Hiervoor moeten we een aantal zaken doen:
- Compenserende nestgelegenheid voor gebouwbewonende vleermuizen
- Onderzoek naar waar zich in de gemeente gebouwbewonende soorten bevinden
- Een soortenmanagementplan opstellen
- Het soortenmanagementplan doorvoeren in vergunningverlening en subsidieverstrekkingen
- Controleren hoe populaties zich ontwikkelen
- Controleren hoe effectief compenserende maatregelen zijn
Invasieve exoten
Bepaalde soorten zijn op de Unielijst Invasieve exoten geplaatst omdat ze in delen van de Europese Unie schade toebrengen aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. Ze kunnen ook nadelige gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid, veiligheid of de economie. Bestrijding of beheersing van invasieve exoten is effectiever als er over de eigendomsgrenzen heen gekeken wordt. Daarom is het CIEF (Collectieve Invasieve Exotenbestrijding Fryslân) op 1 januari 2022 opgericht. De gemeente Leeuwarden doet mee aan het CIEF.
Al gedaan: Groeilocaties van de reuzenberenklauw en Japanse duizendknoop worden geregistreerd. Waar mogelijk worden deze op verschillende manieren gericht bestreden. Verspreiding van zaden wordt daarbij zoveel mogelijk voorkomen. Via groenleeftinleeuwarden (iepenet yn in nij ljepblêd) kunnen inwoners informatie vinden over hoe zij deze soorten in hun eigen tuin tegen kunnen gaan.
Nog te doen: We maken een registratiemogelijkheid voor nieuwe invasieve exoten (zoals ongelijkbladig vederkruid), zodat deze soorten gerichter bestreden kunnen worden. We onderzoeken welk beleid en beheer nodig is ten opzichte van dierlijke invasieve exoten, zoals de lettersierschildpad en de Aziatische hoornaar.
Informeren over zorgplicht
De zorgplicht houdt in dat iedereen acties voorkomt die nadelige gevolgen (kunnen) hebben voor de aanwezige flora en fauna.
Al gebeurd: Bewoners en gebruikers worden op een basisniveau geïnformeerd over hun zorgplicht tijdens vergunningsaanvragen.
Nog te doen: We gaan inwoners uitgebreider informeren over onze eigen inspanningen om aan de Omgevingswet te voldoen én over wat zij kunnen doen. We gebruiken hiervoor verschillende media, zoals huis-aan-huisbladen, sociale media en groenleeftinleeuwarden. (iepenet yn in nij ljepblêd)
Specifieke informatie over wat wel en niet te doen bij gebouwbewonende soorten en verduurzaming wordt beschikbaar gemaakt via het Energieloket.
| Doel | Actie/product uitvoeringsprogramma | Wanneer |
| De gemeente leeft de wetgeving voor natuurbescherming na bij eigen werkzaamheden | We toetsen nieuwe delen van het omgevingsplan aan de Omgevingswet en de omgevingsverordening. | 2025 |
| We maken processen en verantwoordelijkheden binnen gedragscodes inzichtelijk met stroomschema’s. | 2025-2027 | |
| We organiseren minimaal 1x per jaar een scholingsbijeenkomst over het gebruik van gedragscodes. | 2025-2027 | |
| We richten een app in met gedragscodes die geschikt zijn voor verschillende beheergroepen en waarin logboeken kunnen worden bijgehouden en gearchiveerd. | 2025-2027 | |
| We benoemen intern een coördinator ecologie voor advies. | 2025 | |
| We verbeteren de huidige natuurwaardenkaart samen met de uitvoerende diensten en ontwikkelen een werkwijze om deze up-to-date te houden. | 2025 | |
| We organiseren trainingen over het gebruik van de natuurwaardenkaart. | 2026-2027 | |
| We realiseren voor het SMP compenserende nestgelegenheid voor vleermuizen | 2025-2027 | |
| We stellen een SMP op voor gebouw bewonende soorten en voeren het door in vergunningverlening en subsidieverstrekkingen. | 2025-2027 | |
| We controleren voor het SMP hoe populaties zicht ontwikkelen en de effectiviteit van de compenserende maatregelen. | 2027 | |
| We maken een registratiemogelijkheid in het systeem voor nieuwe invasieve exoten. | 2025 | |
| We onderzoeken welk beleid en beheer nodig is ten opzichte van dierlijke invasieve exoten. | 2025 | |
| De gemeente informeert inwoners en gebruikers over hoe zij kunnen handelen binnen de kaders van de wetgeving voor natuurbescherming | We zetten de natuurwaardenkaart op | 2025 |
| We informeren inwoners over wat de gemeente doet om aan de Omgevingswet te voldoen en wat ze zelf kunnen doen. | 2025-2027 | |
| We leveren informatie aan bij het Energieloket over hoe te handelen bij gebouw bewonende soorten bij verduurzaming. | 2025 |
3.2 Natuurinclusief werken voor een Basis Kwaliteit Natuur (BKN)
Met de activiteiten in het vorige hoofdstuk kunnen we de biodiversiteit beter beschermen, maar nog niet herstellen (zie figuur 2.1). Daarvoor is er meer nodig. Daarom is in het Beleids- kader Biodiversiteit extra ambitie opgenomen met het oog op een Basiskwaliteit Natuur en op de Europese en provinciebrede biodiversiteitsdoelen.
3.2.1 Respect voor en werken met de natuur
De biodiversiteit verhogen en naar een Basiskwaliteit Natuur toe werken kan alleen als je bij alles wat je doet nadenkt over de gevolgen van of de kansen voor planten en dieren. Daarom is het belangrijk dat we al in de initiatief fase van ontwikkelingen nadenken over dit onderwerp.
Ambitie
In 2030 is een natuurinclusieve aanpak de norm. Daarbij vormen bodem, water en biodiversiteit een zwaarwegend kader bij inrichting en beheer (Volhoudbaar 2.0).
3.2.2 Beleidsuitspraken/Doelen
- We vergroten de soortenrijkdom en verminderen de kwetsbaarheid van (Friese) populaties
- Bodem, water en biodiversiteit is ons uitgangspunt bij het inrichten en beheren van de leefomgeving
- We streven naar een toekomstbestendig voedselsysteem zonder negatieve effecten voor de kwaliteit van lucht, bodem en water
- We zetten in op biodiversiteitsherstel bij het uitgeven en bestemmen van gronden.
Wat is natuurinclusief werken?
De landelijke agenda Natuurinclusief 2.0 zegt hierover het volgende: “De mate waarin maatschappelijk en economische activiteiten verweven zijn met de natuur en er bewust ruimte voor biodiversiteit wordt gecreëerd. Dit houdt in dat bij elke fase van activiteiten – planvorming, beleid, besluitvorming en beheer- natuur centraal staat”.
Basiskwaliteit Natuur (BKN)
We werken natuurinclusief om een Basiskwaliteit Natuur te realiseren. We streven naar een BKN voor het hele gemeentelijke grondgebied. Biodiversiteit is niet leidend zoals in de
Leeuwarder Ecologische Structuur (LES, zie 3.3), maar wel richtinggevend bij de vormgeving van een klimaatadaptieve, gezonde leefomgeving.
- We brengen bestaande natuurwaarden in beeld en beschermen deze. We beheren op een dusdanige manier dat bestaand leefgebied behouden blijft. Hiervoor maken we gebruik van gedragscodes, een natuurwaardenkaart en soortenmanagementplannen (zie 3.1 Biodiversiteit omgevingswetbestendig).
- We kijken bovendien wat mogelijk is om extra ruimte te creëren voor soorten die zich thuis voelen in een groene woon- en werkomgeving zoals de huismus, egel en bruine kikker.
- Het realiseren van BKN is maatwerk: op de ene plek is de ene soort algemeen; op de andere plek de andere. We betrekken inwoners bij onze aanpak, informeren en inspireren hen en bekijken samen hoe de Basiskwaliteit Natuur vorm krijgt.
3.2.3 Dit moeten wij doen om natuurinclusief te werken
10 faunavoorzieningen realiseren
Een faunavoorziening is een middel voor dieren die nodig zijn om ze in hun basisbehoeften te voorzien: verbinding, voedsel, veiligheid, voortplanting en variatie. Voorbeelden van faunavoorzieningen zijn; buizen onder weg, afrasteringen, insectenhotels, nestkasten etc.
We zoeken uit waar faunavoorzieningen nodig zijn om verkeersslachtoffers onder diersoorten te verminderen.
- Amfibieën en zoogdieren lopen grote risico’s bij het oversteken van watergangen en wegen. We onderzoeken wat de meest risicovolle locaties zijn en maken daar waar mogelijk faunapassages of fauna-uittreedplaatsen.
- Van een aantal kwetsbare soorten staan de nestlocaties onder druk. Denk bijvoorbeeld aan gebouwbewonende vleermuizen en huiszwaluwen. Voor deze soorten maken we nest-/ schuilvoorzieningen.
Ecologisch onderzoek bij planvorming
We breiden het standaard-ecologisch advies dat uitgevoerd wordt in het kader van het (omgevings)plan uit. Dit doen we om de ecologische toegevoegde waarde van een gebiedsontwikkeling te borgen. We gaan van de vraag ‘Wat kan hier zonder de Omgevingswet te overtreden?’ naar: ‘Welke kansen biedt deze ontwikkeling om biodiversiteit te versterken?’.
Natuurinclusieve manier van werken
We gaan de komende vier jaar door met het ontwikkelen van een natuurinclusieve manier van werken in Heechterp, Steenslân, Spoorzone, Nieuw Oud Oost en Zwette VI. We houden de vinger aan de pols bij gebiedsontwikkelingen en sluiten zo veel mogelijk aan om hier een natuurinclusieve invulling aan te geven. Doel is om opdrachtgevers en projectleiders in het fysiek domein ervaring op te laten doen met natuurinclusief werken en met de bouwstenen die wij hiervoor ontwikkelen. In 2030 willen we dat alle gebiedsontwikkelingen natuurinclusief zijn ingericht.
LIOR
Fysieke maatregelen en inrichtingen die aantoonbaar werken voor het verhogen van biodiversiteit leggen we vast in de eerstkomende update van het LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte).
Bouwstenen voor BKN-soorten
We ontwikkelen herbruikbare bouwstenen. Zo komt er een goede aanpak voor een Basiskwaliteit Natuur (BKN). Hierbij gebruiken we een leefgebiedenaanpak: per gebiedsontwikkeling kiezen we een aantal “gidssoorten” en we werken hier de eisen aan het leefgebied voor uit. Vervolgens bekijken we of deze eisen ingepast kunnen worden in de gebiedsontwikkeling. De komende twee jaar werken we bouwstenen voor 20 nieuwe gidssoorten uit.
Gebiedsontwikkelingen, aanbestedingen en tenders
We stellen kaders op en beschrijven uitgangspunten voor aanbestedingen. Biodiversiteit is het uitgangspunt in visies, stedenbouwkundige plannen en tenders bij gebiedsontwikkelingen. Zo zorgen we ervoor dat er direct over biodiversiteit wordt nagedacht bij het maken van keuzes.
Groenbeheer
Biodiversiteit wordt al vaak meegenomen bij het groenbeheer, maar toch gebeurt dit vaak nog ad hoc. De komende jaren stemmen we biodiversiteitsinitiatieven in het groenbeheer af met de gemeentelijke doelen voor biodiversiteit. We zorgen dat – waar dat nog niet zo is – biodiversiteit een doel is in de beheerplannen. We maken duidelijk waarom specifiek ecologisch beheer helpt bij de biodiversiteitsdoelen.
We bekijken hoe we het groen op de meest natuurinclusieve manier kunnen beheren. Daarbij willen we zo min mogelijk schade aanrichten en de biodiversiteit niet verstoren. Dit doen we door eisen te stellen bij aanbestedingen, maar ook door naar ons eigen werk te kijken. Het maai- en hekkelbestek worden al op deze manier aanbesteed. We blijven hier scherp op.
Groene reststromen
We bewerken groene reststromen tot gezond plantenvoedsel. Voedsel die de bodem in staat stelt om levenskracht en vitaliteit te geven aan de planten. Een vitale bodem is belangrijk om weerstand te bieden aan ziektes en aantastingen. Naast de activiteiten met het verwaarden van onder andere bermgras en hekkelmateriaal gaan we op zoek naar manieren om al onze groene reststromen in de kringloop te houden.
Gebiedsprocessen landelijk gebied
Via deelname in gebiedsprocessen in de Greidhoeke en Veenweide stimuleren wij de biodiversiteit in die gebieden.
Pachtcontracten
We geven natuurinclusieve voorwaarden aan onze pachtcontracten mee. Dit sluit aan op de consequentie van het DIDAM-arrest. Daarbij wordt de gemeente verplicht gesteld om iedereen gelijke kansen te geven bij de aanbesteding van pachtcontracten. Hierbij kunnen wij (duurzaamheids)voorwaarden stellen.
| Doel beleidskader | Actie/product uitvoeringsprogramma | Wanneer |
| We vergroten de soortenrijkdom en verminderen de kwetsbaarheid (Friese) populatie. Bodem, water en biodiversiteit zijn ons uitgangspunt bij het inrichten en beheren van de leefomgeving.
|
We maken tien faunavoorzieningen | 2025-2026 |
| We breiden het standaard ecologisch onderzoek bij planvorming uit, zodat (naast het wettelijk verplichte onderdeel) ook de kansen voor het versterken van biodiversiteit worden onderzocht. | 2025-2027 | |
| We gaan de komende twee jaar door met experimenteren met verschillende natuurinclusieve manieren van werken in de gebiedsontwikkelingen Heechterp, Steenslân, Spoorzone, Nieuw Oud Oost en Zwette VI. | 2025-2026 | |
| We maken een format voor een natuurinclusief werkproces en passen deze toe bij de voorbereiding (zoals bouw stenen en LIOR), uitvoering en beheer van onze werkzaamheden. | 2026-2027 | |
| We maken minimaal 20 bouwstenen voor BKN gidssoorten | 2025-2027 | |
| We stellen teksten met eisen voor biodiversiteit op bij tenders en aanbestedingen van fysieke projecten (gebiedsontwikkeling, inrichting en beheer). | 2025 | |
| We maken biodiversiteit een doel in de groenbeheerplannen en geven aan hoe ecologisch beheer helpt bij het halen van biodiversiteitsdoelen. | 2025 | |
| We blijven zoeken naar nieuwe mogelijkheden om groene reststoffen te maken tot grondstoffen. | 2025-2027 | |
| We streven naar een toekomstbestendig voedselsysteem zonder negatieve effecten voor de kwaliteit van lucht, bodem en water |
We bewaken en stimuleren de biodiversiteit in de Greidhoeke en Veenweide via deelname in gebiedsprocessen. | 2025-2027 |
| We zetten in op biodiversiteitsherstel bij gebiedsontwikkeling en bij het uitgeven en bestemmen van gronden | We geven natuurinclusieve voorwaarden aan onze pachtcontracten mee. | 2025 |
3.3 Leeuwarder Ecologische Structuur
‘We willen de gemeente leefbaar houden voor mensen, dieren en planten. Daarom verbeteren we de kwaliteit van water en bodem en herstellen en versterken de biodiversiteit'(coalitieakkoord).
‘We willen de groenblauwe structuren herstellen, versterken en uitbreiden'(omgevingsvisie).
3.3.1 Beleidsuitspraken/doelen
Het Beleidskader Biodiversiteit heeft de volgende doelen:
- We vergroten de soortenrijkdom en verminderen de kwetsbaarheid van (Friese) populaties.
- We willen bestaande groenblauwe structuren herstellen, versterken en uitbreiden.
- Bij het uitgeven en bestemmen van gronden zetten we in op biodiversiteitsherstel.
3.3.2 Dit moeten wij doen om deze doelen te bereiken
De gemeente heeft direct invloed op grond die in ons bezit is. Deze grond beheren we, we kunnen het groen veranderen en nieuw groen aanleggen. We moeten de openbare ruimte wel delen met heel veel andere functies. Daarom is het belangrijk om duidelijk te maken waar we de waarde van biodiversiteit willen verhogen. Het beleidskader maakt daarom onderscheid in de groenblauwe structuren (de Leeuwarder Ecologische Structuur) en Basiskwaliteit Natuur (BKN). In het landelijk gebied heeft de gemeente vooral invloed op inrichting en beheer van de bermen.
Leeuwarder Ecologische Structuur (LES)
De grote groenblauwe structuren zijn de levensaders van de gemeentelijke biodiversiteit. Daarom beschermen, verbinden en versterken we deze en we breiden ze ook uit. Binnen de grotere dorpen Stiens en Grou en binnen de stad Leeuwarden zijn de groenblauwe structuren regelmatig versteend of zelfs verdwenen. Volledig werkende ecologische verbindingen van tientallen meters breed zijn op veel plekken helaas niet meer realistisch. Dit maakt de stad en de grote dorpen voor flora en fauna moeilijk en soms onmogelijk te passeren. De verstening is ook voor klimaatadaptatie een groot aandachtspunt. Om verbindingen zo goed mogelijk te herstellen zijn de groenblauwe structuren en de ‘knelpunten’ voor Grou, Stiens en Leeuwarden verder uitgewerkt in ecologische structuren. De komende jaren lossen we ten minste 4 van deze knelpunten op.
Natuurinclusief landelijk gebied
In het landelijk gebied bezit de gemeente veel minder grond. Onze invloed is daardoor veel kleiner. De gemeente wil een natuurinclusief ingericht buitengebied. We willen daarbij zoveel mogelijk aansluiten bij initiatieven van anderen. We hebben wel direct invloed op onze bermen. Die slingeren als groene aders door het landschap. Nu gebeurt er al veel in het beheer om deze bermen ecologisch te beheren. De komende jaren onderzoeken we hoe we dit ecologisch beheer kunnen verbeteren.
Beheerplannen voor 5 grote groenblauwe structuren
We stemmen inrichting en beheer af op ecologische doelen. Daarmee versterken we groenblauwe structuren. Voor de meeste gebieden zijn die ecologische doelen nog niet in kaart. In 2030 hebben we die ecologische doelen voor tenminste 5 grote groenblauwe structuren in kaart. Een structuur bestaat hier uit meerdere groengebieden (kralen) met daartussen de nodige verbindingen. We laten zien voor welke kwetsbare soorten deze structuren belangrijk zijn en waarom. Zo kunnen we hun leefgebied beschermen en, indien nodig, uitbreiden. Inventarisatie van natuurwaarden in deze gebieden is daarvoor een vereiste.
4 knelpunten oplossen in de ecologische structuur
We kiezen 10 ecologische knelpunten in de ecologische structuren en werken oplossingen hiervoor uit. 4 daarvan lossen we op tijdens dit uitvoeringsprogramma.
Vleermuisvriendelijke verlichting in de bebouwde kom
Vleermuizen gebruiken vaak vaste vliegroutes. Knelpunten in deze routes ontstaan door verlichting van deze routes. We brengen in kaart waar verlichting vervangen moet worden door vleermuisvriendelijke verlichting.
Plan voor het uitbreiden van de ecologische groenblauwe structuren
We onderzoeken op verschillende plekken de mogelijkheid om de LES uit te breiden. Zo zorgen we ervoor dat de groenblauwe structuur gelijk op gaat met de uitbreiding van de bebouwde kom. Daarbij gaat het om deze gebieden en structuren:
- Groenblauwe verbinding langs de Zwette
- Kempenaersreed (Nieuwstroomland)
- Ten oosten van Unia en ten zuiden van de Tearnzer Wielen
- Mogelijkheid om het Leeuwarder Bos naar het noorden uit te breiden
Ecologische structuren in het Omgevingsplan
We onderzoeken hoe de bescherming van de LES opgenomen kan worden in het Omgevingsplan.
| Doel beleidskader | Actie/product uitvoeringsprogramma | Wanneer |
| We vergroten de soortenrijkdom en verminderen de kwetsbaarheid (Friese) populaties. We willen bestaande groenblauwe structuren herstellen, versterken en uitbreiden. | We maken beheerplannen voor 5 groenblauwe structuren. | 2027 |
| We werken 10 knelpunten uit de LES uit en lossen 4 hiervan op. | 2026-2030 | |
| We brengen in kaart welke routes door de bebouwde kom vleermuisvriendelijk verlicht moet worden. | 2027 | |
| We maken een plan voor het uitbreiden van de ecologische structuren en zorgen dat deze gelijk op gaat met de uitbreiding van de bebouwde kom. | 2027 | |
| Bij het uitgeven en bestemmen van gronden zetten we in op biodiversiteitsherstel | We onderzoeken hoe de LES beschermd kan worden in het Omgevingsplan | 2025 |
--
3.4 Communicatie en Educatie
Als gemeente geven we het goede voorbeeld en maken bedrijven en inwoners meer bewust. We zetten in op een samenleving waarin we rekening houden met de natuur. Dit vraagt om heldere communicatie en bewustwording. Ook binnen de organisatie werken we aan bewustwording.
Om de ambities te halen moeten we naast de inspanningen van dit programma organisatiebreed biodiversiteitsherstel meenemen als randvoorwaarde in onze projecten en acties. Het uitvoeringsprogramma Volhoudbare Eigen Organisatie heeft hiervoor inspanningen opgenomen zoals de tweedaagse interne training ‘Bodem en water sturend’.
We vergroten het bewustzijn bij onze inwoners, medewerkers en bedrijven over de urgentie van deze opgave. Dit doen we door natuureducatie op scholen en andere plekken. Daarnaast faciliteren en stimuleren we initiatieven van bewoners(organisaties) en bedrijven om te vergroenen (Volhoudbaar 2.0).
3.4.1 Beleidsuitspraken/doelen
- We stimuleren positief contact tussen de mens en de natuur.
- We willen een toekomstbestendig voedselsysteem zonder negatieve effecten voor de kwaliteit van lucht, bodem en water (zie 3.1 Biodiversiteit omgevingswetbestendig).
3.4.2 Communicatiestrategie
Strategisch communicatieframe
Elk jaar wordt de strategische communicatie afgestemd met de werkgroep Biodiversiteit. We bepalen per pijler de prioriteiten. De communicatie helpt. We bepalen daarna hoe (met welke inzet) daaraan gewerkt wordt.
Communicatiedoel
Communicatie zorgt ervoor dat interne en externe doelgroepen op de hoogte zijn van onze doelen op het gebied van biodiversiteit en ecologie. Onze inwoners dat besef bijbrengen en actief te informeren is een onderdeel van onze zorgplicht uit de Omgevingswet (zie 3.1 Biodiversiteit omgevingswetbestendig).
- We geven zelf het goede voorbeeld.
- We helpen collega’s en inwoners door het delen van kennis en ondersteunen bij projecten. We werken hiervoor samen met interne en externe partners.
- We zetten aan tot actie. We willen met gerealiseerde voorbeelden collega’s en inwoners inspireren en aangeven hoe zij zelf kunnen helpen.
- We ondersteunen collega’s bij natuurinclusief werken. Het communiceren over het belang van de Basiskwaliteit Natuur, de groenblauwe structuren in onze gemeente en het versterken hiervan is belangrijk om tot een natuurinclusief ingerichte gemeente en een sterke Leeuwarder Ecologische structuur te komen. We communiceren hierover met inwoners, presenteren dit aan de eigen organisatie en voeren gesprekken met partners om te kijken hoe we samen het doel kunnen halen Doelgroepen.
Interne doelgroep
Bij natuurinclusief werken worden de verschillende sectoren en collega’s meegenomen in een veranderend proces. Het gaat om een gedragsverandering. Het kost tijd om hier bekend mee te raken. Verschillende sectoren en collega’s raken al meer bekend met de term natuurinclusief werken. Zij weten steeds beter wat voor hen de meerwaarde is en hoe zij dit kunnen inzetten in hun werkzaamheden. Hierin werken we samen met de pijler Volhoudbare Eigen Organisatie.
Externe doelgroepen
Externe communicatie richting andere overheden en belangenorganisaties is ook een belangrijk onderdeel. We communiceren met hen over wat we doen, waar we staan en welke successen we (samen) bereiken. We vinden het belangrijk om breed te communiceren over onze activiteiten en mooie voorbeelden uit de samenleving. We moedigen ondernemers en inwoners aan met concrete voorbeelden om beter om te gaan met de natuur. We bieden ze een handelingsperspectief, waarbij we informeren en voorbeelden geven van wat zij zelf kunnen doen. Het herstelprogramma Biodiversiteit helpt daarbij.
3.4.3 Educatie
Om de biodiversiteit te beschermen en toe te laten nemen, is het belangrijk dat we een gevoel van verbinding met de natuur en kennis over de natuur stimuleren. Als je je niet hebt verdiept in het verleden zal je snel denken: ‘Het is toch altijd al zo geweest?’ (Shifting Baseline Syndrome of afglijdgewenning). Als mensen zich bewust zijn van de achteruitgang van de natuur kunnen ze ervoor kiezen om hiermee aan de slag te gaan. We werken hierin samen met kennispartners, zoals van Hall Larenstein, Natuurmuseum Fryslân en IVN. En de gemeente steunt natuureducatie op alle basisscholen in de gemeente Leeuwarden.
Dit gaan we doen:
- We maken een communicatieactieplan om meer bewustwording te creëren over het nut en de noodzaak van biodiversiteitsherstel.
- Op 15 momenten per jaar promoten we actief wat we doen en welk resultaat dat oplevert. Hierbij denken we aan nieuwsberichten en video’s op diverse online en offline media.
- In projecten informeren we (toekomstige) bewoners en gebruikers over het belang van biodiversiteit in de woonomgeving. We bieden hen handelingsperspectief (start verkoop kavels, beheer, campagnes, duurzame markten).
- We werken samen met de pijler Volhoudbare Eigen Organisatie aan het vergroten van kennis en bewustwording over biodiversiteit en het bieden van handelingsperspectief in het werk.
- We zetten sleutelfiguren in als ambassadeurs die het goede voorbeeld geven en kennis delen. Dit doen we samen met Volhoudbare Eigen Organisatie.
- We communiceren over de groenblauwe structuren, de LES en over de Basiskwaliteit Natuur. Collega’s raken zo goed bekend met de belangrijke ecologische structuren in de stad. Wat wordt verstaan onder Basiskwaliteit Natuur is landelijk nog volop in ontwikkeling. Het is goed om collega’s mee te nemen in wat dat betekent voor hun werk.
- We werken aan een Educatieprogramma voor Natuur en Milieu (NME) met IVN en NDE (Natuur- en Duurzaamheid Educatie). Met campagnes en een educatieprogramma maken we natuureducatie mogelijk op bijvoorbeeld scholen.
- Via het Platform bewonersinitiatieven adviseren en ondersteunen we initiatieven van bewoners en bedrijven in de openbare ruimte. Laagdrempelige initiatieven zijn belangrijk voor de bewustwording van de initiatiefnemers (leerproces) en de mensen in hun omgeving. De initiatiefnemers inspireren en brengen anderen in contact met de natuur.
| Doel beleidskader | Actie/product uitvoeringsprogramma | Wanneer |
| We stimuleren positief contact tussen de mens en de natuur | We maken een communicatieplan om meer bewustwording te creëren over het nut en de noodzaak van biodiversiteit | 2025 |
| Op 15 momenten per jaar promoten we actief wat we doen en wat dat oplevert | 2025 | |
| We lichten (toekomstige) bewoners en gebruikers in over het belang van biodiversiteit | 2025-2027 | |
| We werken in eigen organisatie aan het vergroten van kennis en bewustwording over biodiversiteit | 2025-2027 | |
| We zetten sleutelfiguren in als ambassadeurs die het goede voorbeeld geven en kennis delen over biodiversiteit | 2025-2027 | |
| We communiceren over groenblauwe structuren en de LES en over de Basiskwaliteit Natuur | 2025 | |
| Via het Platform bewonersinitiatieven adviseren we en maken we initiatieven van bewoners en bedrijven in de openbare ruimte mogelijk | 2025-2027 | |
| We werken een Educatieprogramma voor Natuur en Duurzaamheid uit | 2025 |
4. Monitoring
We monitoren de effecten van onze maatregelen op de biodiversiteit. Zo krijgen we steeds meer inzicht in hoe we biodiversiteitsherstel meetbaar kunnen maken en hoe we voor een toename kunnen zorgen (Volhoudbaar 2.0).
Dit is het eerste Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit. We hebben nog niet veel gegevens om iets te kunnen zeggen over de staat van de biodiversiteit in Leeuwarden. Monitoring is daarom heel belangrijk voor het verder concretiseren van de opgave en het mogelijk bijstellen van de doelen. De monitoring gaat meer gegevens opleveren. Hiermee maken we het effect van de inspanningen voor de opgave beter meetbaar.
We monitoren biodiversiteit op meerdere manieren en met verschillende doelen:
Biodiversiteitsherstel
De belangrijkste doelstelling van het Beleidskader Biodiversiteit is biodiversiteitsherstel. Om antwoord te kunnen geven op de vraag of er sprake is van biodiversiteitsherstel gaan we een meetnet opzetten om “de biodiversiteit” van Leeuwarden te meten. Daarbij kunnen we op twee manieren meten:
- Het meten van soorten.
- Het meten van een KPI’s (kritische prestatie-indicator). Daarmee meten we niet de biodiversiteit zelf, maar of er gunstige omstandigheden voor biodiversiteitsherstel aanwezig zijn.
Bij het meten van soorten kijken we in eerste instantie naar monitoring die al plaatsvindt, bijvoorbeeld de monitoring door inwoners (in het kader van zogenaamde citizen science-projecten), door soortenorganisaties en door provincie en Wetterskip. Om een goed beeld te krijgen van biodiversiteitsherstel in de gemeente zullen we dit aan moeten vullen met eigen monitoring.
Bij het meten van KPI’s maken we gebruik van methoden zoals de meetlat biodiversiteit, de nectarindex of de door het Wetterskip ontwikkelde methode om de waterkwaliteit van stadswateren te meten. We kijken dan slechts deels of helemaal niet naar de aanwezige soorten, maar richten ons meer op zaken als de hoeveelheid groen of water in het landschap, het type beplanting of aanwezige vervuiling. Met andere woorden: we kijken of er voldoende elementen aanwezig zijn die kunnen leiden tot meer biodiversiteit.
Beide methodes hebben hun eigen voor- en nadelen. Een combinatie van de twee methoden is ook mogelijk. Om tot een goed plan te komen maken we een monitoringsplan.
Effect van onze inspanningen
Het tweede doel van monitoren is het meten van het effect van onze inspanningen. Heeft de inspanning geleid tot het gewenste effect en draagt het bij aan de doelen die we onszelf hebben gesteld? Denk aan het monitoren van een aangelegde faunapassage. Het is goed om te meten of deze ook echt gebruikt wordt of dat we aanpassingen moeten doen.
Bijdragen aan de doelen
We monitoren om te bepalen of en hoe we bijdragen aan de doelen die zijn opgesteld voor het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit 2025-2027. Via de reguliere P&C-cyclus rapporteren we over de voortgang van het programma. Bij de begroting geven we aan welke inspanningen we het aankomende jaar gaan leveren.
5. Organisatie en samenwerking
5.1 Volhoudbaar 2.0
Met het programma Volhoudbaar willen we zorgen dat de gemeente Leeuwarden toekomstbestendig wordt. Volhoudbare principes zijn gebaseerd op aspecten als gedeelde belangen: gelijkheid, gezondheid, brede welvaart, versterking natuurlijk kapitaal (inclusief biodiversiteit)en circulair denken en doen. Volhoudbaar is toekomstgericht, robuust, verbonden en inclusief (ongedeeld).
Het normaal op basis van deze volhoudbaarheidsprincipes, is een nieuwe normaal. Om te komen tot dit nieuwe normaal moeten we veranderen. Het programma vormt het vertrekpunt voor de 5 uitvoeringsagenda’s die aan Volhoudbaar zijn verbonden, namelijk: Energie, Klimaatadaptatie, Circulaire Economie, Biodiversiteit en een Volhoudbare Eigen organisatie.
“We werken naar een duurzame Leeuwarder leefomgeving, gemeentelijke organisatie en samenleving, waarin we duurzaam als vertrekpunt zien en we duurzaam denken en duurzaam doen”.
5.2 Opdrachtgevers
Voor het thema Biodiversiteit is Sectormanager Inrichting en Beheer Buitenruimte (IBB) opdrachtgever. Bestuurlijk opdrachtgever is wethouder Evert Stellingwerf.
5.3 Werkgroep Biodiversiteit
Voor Biodiversiteit zijn mensen werkzaam vanuit verschillende sectoren en teams. Daarom is er een werkgroep Biodiversiteit. Grotere onderwerpen zoals het monitoringsplan, de groenblauwe structuren en natuurinclusief werken worden hier besproken. Zo zorgen we ervoor dat we samen werken aan de ambitie.
5.4 Relatie met andere partners en uitvoeringsagenda's
Vergroening is een belangrijke voorwaarde voor de doelen voor biodiversiteit. Daarom zijn de over vergroening aangevuld met de doelen voor biodiversiteitsherstel. Bij vergroenen spelen ook de bijdrage aan een gezonde leefomgeving mee. Ook is er een duidelijke relatie met het treffen van klimaatadaptieve maatregelen. Daarnaast heeft het uitvoeringsprogramma biodiversiteit raakvlakken met de Voedselagenda en activiteiten in het Landelijk Gebied. Deze laatste richt zich op gebieden waar de directe invloed van de gemeente lager is maar via gebiedsprocessen Biodiversiteit wel onder de aandacht gebracht kan worden.
Denk aan gebiedsprocessen als het Veenweideprogramma, Greidhoeke Plus en initiatieven van onderop als Baarderadeel.
5.5 Participatie en samenwerkingspartners
Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Wij vinden het belangrijk dat inwoners en samenwerkingspartners kunnen meedenken en meedoen. Alleen zo verkrijgen we een gedragen plan, waarin we niet alleen acteren maar ook samen met anderen aan doelen kunnen werken. Als gemeente mogen we de manier van participatie zelf vormgeven.
We hebben gekozen om meedenksessies over het Beleidskader Biodiversiteit te organiseren met samenwerkingspartners. Hierin zijn de doelen vastgelegd die voortkomen uit de ambities van onze gemeente. De inspanningen die voortvloeien uit het beleidskader staan in dit uitvoeringsprogramma én in het uitvoeringsprogramma Vergroenen. Naast de meedenksessies heeft eenieder uit de gemeente ook een zienswijze kunnen indienen op het beleidskader. Dit heeft zomer 2024, 6 weken ter inzage gelegen. De resultaten van de meedenksessies, de zienswijzen en andere opmerkingen zijn verwerkt in het beleidskader en de beide uitvoeringsagenda’s.
Mei 2024 vonden 3 meedenksessies plaats met samenwerkingspartners in de gemeente. Thema’s en deelnemers waren als volgt:
- Sessie 1: Basiskwaliteit Natuur en groenblauwe dooradering in de bebouwde gebieden. Deelnemers: Floron, Friese Milieufederatie, Fryske Feriening Foar Fjildbiology, IVN, Sovon, Ravon en Van Hall Larenstein.
- Sessie 2: Biodiversiteit over de gemeentegrenzen. Deelnemers: gemeente Heerenveen, gemeente Noardeast Fryslân, gemeente Smallingerland en de gemeente Tytsjerksteradiel.
- Sessie 3: Biodiversiteit in het landelijk gebied. Deelnemers: Agrarisch Collectief Baarderadeel, Agrarisch Collectief It Lege Midden, Agrarisch Collectief Waadrâne, It Fryske Gea, Kening, Landschapsbeheer Friesland, LTO, Provincie Fryslân en het Wetterskip.
Extra sessie op aanvraag: Grou 2030 over de ecologische structuur van Grou.
6. Financiën
In dit hoofdstuk gaan we in op de financiële kant van het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit 2025 – 2027. We maken hierbij een verdeling tussen de personeelskosten en de overige kosten. De werkgroep Biodiversiteit bestaat uit personen van verschillende sectoren en afdelingen. De personeelskosten worden voor een belangrijk deel betaald door de structurele middelen vanuit het coalitieakkoord. Ook wordt inzet geleverd door medewerkers die worden betaald vanuit de reguliere begroting.
Hieronder staat de begroting van het uitvoeringsprogramma. In dit overzicht staan niet de kosten die betaald worden in de reguliere begroting. Voor personeelsinzet is alleen het personeel dat betaald wordt uit structurele coalitieakkoord-middelen opgenomen. Ook de overige kosten, met incidentele betalingen, staan hierin. Ook wordt capaciteit en geld ingezet vanuit de reguliere budgetten vanuit het principe werk met werk maken, voor de realisatie van projecten en inspanningen in beheer en uitvoering. Verder komt er in samenwerking met de pijler Energie een aanbesteding voor het soorten- managementplan. Dit zorgt ervoor dat de doelen voor de isolatie van woningen kan worden gehaald. De eenmalige kosten worden gedekt uit een subsidie van de Provincie (€ 425.000,-) en via beschikbare rijksmiddelen voor Klimaat en Energie (€ 500.000,-), de zogenaamde CDOKE-middelen.
We verwachten de volgende kosten in de periode 2025 tot en met 2027:
| Jaar | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 |
| Personele inzet vanuit coalitieakkoord | € 250.000,- | € 250.000,- | € 250.000,- | € 250.000,- |
| Monitoring | – | € 62.500,- | € 62.500,- | – |
| Natuurwaardenkaart | – | € 50.000,- | – | – |
| 4 knelpunten oplossen in de Leeuwarder Ecologische Structuur | – | € 162.500,- | € 162.500,- | – |
| 10 Faunavoorzieningen (inclusief maatregelen in het kader van het Soortenmanagementplan) | € 125.000,- | € 125.000,- | – | |
| Communicatie en educatie | – | € 25.000,- | € 25.000,- | – |
| Totaal | € 250.000,- | € 675.000,- | € 625.000,- | € 250.000,- |
Colofon
Januari 2025
De volgende collega’s hebben meegewerkt aan het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit 2025 – 2027:
- Irene Reitsma – Projectleider Biodiversiteit
- Johanneke Buning – Senior beleidsadviseur Ecologie
- Petra Kuijt – Beleidsadviseur Natuur en Dierenwelzijn
- Maaike Hooghiemstra – Trainee Bodem, Biodiversiteit en Natuur
- Renske Wietsma – Communicatieadviseur Volhoudbaar
- Sas Terpstra – Sectormanager Inrichting en Beheer Buitenruimte