Handboek gebiedsgericht werken
Het Handboek gebiedsgericht werken legt uit hoe de gemeente met de onderwerpen: belangenbehartiging, leefbaarheid (schoon, heel en veilig)en activiteiten en initiatieven omgaat en wat u van de gemeente mag verwachten.
Handboek gebiedsgericht werken
Wat er in een dorp of wijk gebeurt, waar behoefte aan is en wat wel en wat niet goed gaat, weten inwoners zelf vaak het beste. Dat is de reden dat de gemeente vindt dat inwoners ook een stem moeten hebben als er maatregelen moeten worden genomen. Bijvoorbeeld bij het zoeken naar een oplossing voor problemen in de wijk of het dorp. En bij het nemen van maatregelen om het dorp of de wijk veiliger of mooier te maken. Soms bestaat die stem uit meedenken, een andere keer uit meebeslissen.
De gemeente heeft ook oog en oor voor de initiatieven van mensen uit het dorp of de wijk. Deze samenwerking tussen gemeente en inwoners noemen we gebiedsgericht werken. De gemeente werkt samen met een wijkpanel of dorpsbelang, die de inwoners uit de wijk of het dorp vertegenwoordigen. Zo’n wijkpanel of dorpsbelang bestaat uit betrokken en actieve inwoners die het beste met het dorp en de wijk voor hebben, en met de bewoners daarvan. Ze zetten zich vrijwillig in. Dat waardeert de gemeente enorm.
Om deze vrijwilligers te steunen in dit belangrijke werk en de samenwerking met de gemeente zo goed mogelijk te laten verlopen, zijn er afspraken gemaakt. Die afspraken staan vermeld en uitgelegd in dit handboek. Een handboek voor actieve bewoners die opkomen voor hun mede-inwoners en de wijk of het dorp. Zij maken deel uit van een wijkpanel of dorpsbelang. Er worden ook wel andere benamingen gebruikt zoals: bewonersplatform en plaatselijk belang. In dit handboek gebruiken we gemakshalve het woord: panel.
Het handboek is bedoeld voor de leden van deze panels, om inzicht te krijgen in hoe de gemeente Leeuwarden gebiedsgericht werkt en waar de meest voorkomende formulieren en hulpmiddelen te vinden zijn. Dit geeft veel informatie, maar de gemeente is natuurlijk altijd bereid om bij onduidelijkheden extra informatie te geven. Klop gerust bij ons aan. Zo werken we samen voor de wijk en het dorp.
1. Gebiedsgericht samenwerken
Gebiedsgericht samenwerken gaat over de samenwerking tussen bewoners en de gemeente. Deze gemeente heeft daarom gebiedswerkers in dienst en wijk- en dorpwethouders. Bewoners krijgen op deze manier zoveel mogelijk informatie over beleid en plannen van de gemeente in hun dorp of wijk. Regelmatig is er inspraak. Dat kan wettelijk geregeld zijn of er wordt samen met een panel of met bewoners een besluit genomen. De gemeente streeft ernaar inwoners zo veel mogelijk als kan bij besluiten te betrekken.
1.1 Speciale wijk/dorpswethouder
Elke wijk en elk dorp werkt samen met een vaste wethouder. Deze wethouder is het eerste aanspreekpunt voor de wijk of het dorp, en voor het college van burgemeester en wethouders. De wethouder is meestal aanwezig bij de wijkconferentie of de jaarvergadering van een panel (dorpsbelang of wijkpanel e.a.). Vaak samen met vertegenwoordigers van de politieke partijen (raadsleden en fractiemedewerkers).
De wijk- of dorpwethouder is altijd bereid om met inwoners over zaken van gedachten te wisselen. Bijvoorbeeld op de wijkconferenties en jaarvergaderingen, en ook tijdens een wijk- of dorpsbezoek. Soms hoort een onderwerp bij de taak van een andere wethouder. In dat geval is het aan te raden om met die wethouder in gesprek te gaan.
Taken en verantwoordelijkheden van de wijk/dorp-wethouder op een rij:
- De wijk/dorp-wethouder is – bij een terugkerend probleem – de eerst aanspreekbare wethouder voor bewoners en organisaties over zaken in de wijk, ook voor groot en klein leed.
- De wijk/dorp-wethouder werkt nauw samen met de gebiedswerker (zie hieronder) en voert regelmatig overleg met de gebiedswerker over de stand van zaken in wijk of dorp.
- De wijk/dorp-wethouder is op de hoogte van de overleggen die de gebiedswerker heeft met bewoners, buurtorganisaties, panels en maatschappelijke organisaties. De wethouder kan daar, zowel gevraagd als ongevraagd, bij zijn.
- De wijk/dorp-wethouder houdt zich aan de regels en de grenzen die door het college en de gemeenteraad zijn vastgesteld. De wethouder houdt in de gaten dat er goed wordt omgegaan met de wensen en verzoeken van bewoners en organisaties in zijn wijk/dorp.
- Wensen, verzoeken en klachten die bij de taak van een andere wethouder horen, draagt de wijk/dorp-wethouder aan deze wethouder over. Samen zorgen ze voor een goede afhandeling
- De wijk/dorp-wethouder houdt de inzet en het financiële wijkwerk van de gemeente in zijn wijk/dorp goed in de gaten. Net als het werk van belangrijke partners zoals welzijnswerk-corporaties en politie.
1.2 Vaste gebiedswerker
De gemeente heeft voor ieder wijk/dorp een vaste gebiedswerker. Deze is het eerste aanspreekpunt voor het panel. De gebiedswerker heeft een aantal taken voor de gemeentelijke organisatie en de bewoners.
Deze taken zijn samen te vatten in een aantal kernwoorden:
- Structureren: de gebiedswerker verzamelt informatie, zoals de werkzaamheden per wijk/dorp, visie van wijk/dorp zelf, begroting van het panel en maakt die beschikbaar op wijk/dorpsniveau.
- Bijeenbrengen: de gebiedswerker zorgt ervoor dat ambtenaren vanuit diverse gemeentelijke sectoren en bewoners elkaar kunnen vinden.
- Coördineren: als kwesties niet worden opgepikt binnen de gemeentelijke organisatie, wijst de gebiedswerker iemand als verantwoordelijke aan.
- Signaleren: de gebiedswerker pikt signalen uit de wijken/dorpen op en legt die neer bij de verantwoordelijke vakambtenaar.
- Controleren: de gebiedswerker controleert geregeld of toezeggingen aan wijk of dorp (wensen en activiteiten) worden nageleefd.
- Adviseren: de gebiedswerker adviseert collega ambtenaren hoe zij de wijken/dorpen het beste kunnen benaderen. De gebiedswerker adviseert ook de panels en hoe zij met de gemeentelijke organisatie kunnen omgaan.
- Faciliteren: met vastgestelde budgetten en communicatiemiddelen ondersteunt de gebiedswerker het werk van de panels.
De gebiedswerkers zijn altijd aanwezig op de jaarlijkse wijk- of dorpsconferentie. En meestal ook twee keer per jaar bij een gewoon overleg van het panel. Als er aanleiding voor is, dan schuift de gebiedswerker vaker bij het panel aan. De gebiedswerker neemt de rol van de vakafdeling niet over, maar zorgt ervoor dat de vakafdeling op de juiste wijze en op het juiste moment contact heeft met bewoners.
1.3 Vakafdelingen
De gemeente heeft veel afdelingen met allerlei specialisten. Denk aan veiligheid, verkeer, groen, bestrating, en ook culturele en sociale onderwerpen. De afdelingen maken plannen en beleid, en voeren dit ook uit. Deze afdelingen houden bij het maken van de plannen, beleid en de uitvoering rekening met de gevolgen daarvan op de verschillende wijken en dorpen. De vakafdeling neemt contact op met betrokken bewoners van wijken en dorpen. Ze worden op de hoogte gebracht of kunnen meedenken over plannen die hen raken. Dat doen de vakafdelingen zo vroeg mogelijk. Dan zijn inwoners op tijd geïnformeerd en kunnen ze meedenken.
2. Wijkpanels en dorpsbelangen
Wijkpanels en dorpsbelangen zijn het aanspreekpunt voor de gemeente Leeuwarden, zodat bewoners meer bij hun eigen (woon) omgeving betrokken zijn. Dan gaat het onder andere om gemeentelijke activiteiten en plannen in de wijken en dorpen. Bijvoorbeeld bij onderhoudswerkzaamheden, parkeervoorzieningen, speelplekken of buurtvoorzieningen. Over deze onderwerpen is er vaak al veel contact tussen de panels en de gemeente. Als het nodig is, kan er ook direct contact zijn tussen gemeente en betrokkenen bij bepaalde onderwerpen. Soms vanuit groepen bewoners zoals buren of instellingen in een wijk, die een initiatief hebben. Ook zij hebben een stem.
2.1 Wat is een panel?
Een panel bestaat uit een groep van vrijwilligers. Zij zijn betrokken bewoners, organisaties en/of ondernemers van een wijk of dorp. De panels variëren in grootte van 4 tot 12 leden. Het liefst bestaat zo’n panel uit zowel jonge als oudere mensen, mensen met een Nederlandse of een migratieachtergrond en mensen uit verschillende inkomensgroepen. Iedereen heeft de mogelijkheid om mee te denken over plannen en maatregelen voor de wijk of het dorp en zich bij een panel aan te sluiten.
2.1.1 Voorwaarden
Een panel moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Die voorwaarden
noemen we hier. (vastgelegd in de Regeling Subsidie Wijkpanels en Dorpsbelangen) Kijk op Overheid.nl (opens in new tab) en zoek op: Regeling subsidie dorpsbelangen en wijkpanels.
- Het panel wordt gevormd door een groep betrokken bewoners, vertegenwoordigers van organisaties en/of ondernemers uit wijk of dorp.
- Binnen een panel mogen maximaal twee personen uit dezelfde familie deelnemen en in geen geval voeren zij een gezamenlijke huishouding.
- Ieder panel heeft een huishoudelijk reglement dat bekend is gemaakt aan bewoners. In het huishoudelijk reglement wordt in ieder geval opgenomen:
- De zittingstermijn en wijze van aan- en aftreden.
- Werkwijze, vergaderfrequentie en wijze van overleg met bewoners.
- Wijze van verplichte jaarlijkse verantwoording aan bewoners over de inzet van de gemeentelijke middelen en over de activiteiten waarvoor zij zich heeft ingezet. Bij de verantwoording moet er ruimte zijn voor het gesprek met de bewoners.
- Het panel is open en toegankelijk voor alle bewoners uit wijk of dorp.
- De gemeente stelt een rechtspersoonlijkheid voor een panel verplicht. Dat is ook belangrijk om subsidies aan te kunnen vragen.
- Het is aan een panel hoe deze zich wil organiseren en presenteren.
2.1.2 Taken en budgetten
In de loop van de jaren hebben de panels een duidelijke plek en taak gekregen binnen de gemeente. Vanaf 2004 hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten:
- Panels zijn zelfstandige organen; elk panel heeft recht op een eigen aanpak, waarbij rekening wordt gehouden met de grootte van de wijken en dorpen.
- Het panel bepaalt zelf de werkwijze, vergaderfrequentie en overleg met de bewoners.
- Elk panel heeft een vast aanspreekpunt bij de gemeente: de gebiedswerker.
- Ieder wijk/dorp heeft een ‘eigen’ wethouder, die vanuit het college van burgemeester en wethouders het eerste aanspreekpunt is voor wijk of dorp.
- Voor belangrijke onderwerpen kan het panel gemeentelijke deskundigen uitnodigen van vakafdelingen.
- Gemeente en panel spreken af hoeveel invloed het panel heeft op gemeentelijke plannen.
- Elk panel krijgt een budget voor investeringen in de woonomgeving en voor het eigen functioneren en mag daar zelf over beslissen. Lees hier meer over onder Subsidie, paragraaf 2.2.
- Het panel is verplicht om jaarlijks verantwoording af te leggen over de besteding van de middelen aan eigen wijk of dorp. Dat kan in een wijk- of dorpsconferentie, maar ook via een wijkkrant of dorpsblad of elke andere vorm waarbij alle bewoners die dat willen in de gelegenheid zijn hun mening te geven. (zie ook paragraaf 2.2.3).
- De gemeente stimuleert panels om een eigen visie voor hun wijk of dorp op te stellen. (zie ook paragraaf 2.1.3).
2.1.3 Een eigen wijk/dorpsvisie
De gemeente stimuleert panels toekomstgericht mee te denken over hun wijk of het dorp. Bijvoorbeeld als het gaat om voorzieningen voor ouderen, speelplekken, verkeersveiligheid en groenvoorzieningen. Het helpt als het panel hiervoor een eigen visie opstelt. Een visie die een duidelijke richting betekent voor het maken van keuzes en besteding van budgetten.
2.1.4 Informeren van bewoners van wijk en dorp
Panels zijn verplicht om hun bewoners te informeren over die eerdergenoemde visie. Dus: waar zij zich voor inzetten en waar zij geld aan uitgeven. Informeren kan via een wijk/dorpskrant of website, maar ook via andere kanalen zoals sociale media. (zie ook 2.2.3).
2.2 Subsidie
Panels kunnen jaarlijks een subsidie bij de gemeente aanvragen voor investeringen in de wijk en voor het eigen functioneren. Deze bijdrage is geregeld in de Regeling Subsidie Wijkpanels en Dorpsbelangen. Kijk op Overheid.nl (opens in new tab) en zoek op: Regeling subsidie dorpsbelangen en wijkpanels.
2.2.1 Doeleinden
De subsidie is bedoeld voor zaken die de leefbaarheid, in de breedste zin van het woord in betreffende wijk of dorp ten goede komen. Subsidie kan ook worden besteed aan werkzaamheden van het panel zelf zoals vergaderkosten, kosten wijk-/ dorpskrant, ondersteuning van het panel en kosten voor een website.
2.2.2 Aanvragen
Belangrijk is dat de subsidie (jaarlijks) vóór 1 oktober wordt aangevraagd, voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Dat kan via de website leeuwarden.nl.
2.2.3 Verantwoording
Aan de gemeente
De gemeente vraagt in maart de financiële en inhoudelijke verantwoording over het afgelopen jaar op. Inhoudelijk gaat het om de manier van verantwoording naar de eigen bewoners en het draagvlak voor de inzet van het panel. De financiën worden via een steekproef door de gemeente gecontroleerd.
Aan de bewoners
Het is verplicht om verantwoording af te leggen aan de wijk of het dorp. Bewoners mogen weten hoe het budget is besteed en welke keuzes (thema’s) worden gemaakt voor de toekomst.
Wijk/ledenvergadering
Panels kunnen inwoners jaarlijks informeren via een wijkkrant, website of sociale media, maar vaker wordt er een wijk- of jaarvergadering gehouden. Het panel gaat dan in op de ideeën die er onder bewoners leven en kan eventueel een speciaal thema aan de orde stellen. Het panel legt verantwoording af over activiteiten, genomen besluiten en de besteding van het budget. Het panel bepaalt zelf de agenda van de vergadering. De gemeente denkt graag mee en ondersteunt het panel. Daarom zijn er altijd ambtenaren van de gemeente bereid om een onderwerp toe te lichten of vragen te beantwoorden. In principe zijn ook de wijk/dorp-wethouder en de gebiedswerker aanwezig. Ook is dit vaak het moment om nieuwe panelleden te werven of nieuwe leden te installeren.
3. Wijkgebouwen en dorpshuizen
Wijkgebouwen en dorpshuizen zijn belangrijke plekken waar de vereniging of stichting activiteiten organiseert. Het is dé ontmoetingsplek in het dorp of de wijk. Dit hoofdstuk gaat in op zaken die daarbij komen kijken. Bijvoorbeeld wat mag er wel en wat niet worden georganiseerd?
3.1 Functie en voorwaarden
Een dorpshuis, wijkgebouw of buurthuis is een plek waar bewoners elkaar ontmoeten en waar activiteiten plaatsvinden. Het is ook de plek waar bewoners worden geïnformeerd en kunnen meedenken en meedoen met wat er in het dorp of de wijk gebeurt. De bestuursleden van een vereniging of stichting zorgen hiervoor.
3.1.1 Voorwaarden aan vorm en programma
De activiteiten in een wijkgebouw of dorpshuis moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen, met name als deze in aanmerking willen komen voor een subsidie:
- de aanvrager maakt aannemelijk dat het aanbod van activiteiten gericht is op het bevorderen van ieders deelname aan de gemeenschap, het versterken van de onderlinge samenhang en het voorkomen van sociale achterstanden;
- de aanvrager richt zijn aanbod van activiteiten eerst op de bewoners uit het eigen verzorgingsgebied;
- de aanvrager maakt aannemelijk dat de activiteiten die worden georganiseerd in het wijkgebouw of het dorpshuis voor iedereen zijn. Voor alle doelgroepen uit het dorp of de wijk;
- de aanvrager maakt aannemelijk dat het activiteitenaanbod aansluit bij de wensen en behoeften van bewoners uit het dorp of de wijk;
- het wijkgebouw of dorpshuis wordt beschikbaar gesteld voor op de buurt gerichte activiteiten. Alle instellingen en organisaties uit de wijk of het dorp kunnen gebruik maken van het wijkgebouw;
- de aanvrager zorgt voor alle benodigde vergunningen en houdt zich aan alle wetten en regels die van toepassing zijn op het (exploitatie van het) wijkgebouw of dorpshuis;
- alle bestuursleden staan ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel;
- de statuten worden nageleefd.
3.1.2 Anders dan gewone horeca
Wijkgebouwen en dorpshuizen zijn geen reguliere horecagelegenheden. Het worden para-commerciële horecabedrijven genoemd. In de Algemene Plaatselijke Verordening zijn regels gesteld aan para commerciële horecabedrijven voor wat betreft schenktijden, sluitingstijden en de mogelijkheden om bijeenkomsten van persoonlijk aard te houden. Meer hierover vindt u op de website van Overheid.nl (opens in new tab).
3.1.3 Bijeenkomsten van persoonlijke aard
Er mag 4 keer per jaar een persoonlijke activiteit in het wijkgebouw of dorpshuis worden gehouden. Denk aan: bruiloften, persoonlijke feesten, partijen, recepties, jubilea, verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten en dergelijke. 3 weken voor de bijeenkomst moet dit aan de burgemeester worden gemeld met een e-mail aan: vergunningen@leeuwarden.nl. In de aanvraag moet duidelijk omschreven zijn om welke data het gaat, tijdstip en de aard van de persoonlijke bijeenkomst. Let wel op dat dit soort bijeenkomsten in strijd kunnen zijn met de voorwaarden van de zogenoemde Kantineregeling (BTW-vrijstelling onder bepaalde voorwaarden). Een wijkgebouw of dorpshuis loopt
daardoor het risico de BTW-vrijstelling te verliezen. Lees meer over deze regeling op de website van de Belastingdienst (opens in new tab), zoek op: vrijstelling BTW.
3.1.4 Schenktijden
Er is een aparte regeling voor het schenken van alcohol voor wijkgebouwen en dorpshuizen. Dit staat in artikel 2:34d, onder lid 1 t/m 6 van de APV. Kijk hiervoor op Overheid.nl (opens in new tab).
3.2 Wat mag wijkoverstijgend?
Als een wijkgebouw/wijkvereniging of dorpshuis aan de voorwaarden voldoet, ontvangt het subsidie. Dan zijn alle activiteiten vooral gericht op de bewoners van de wijk of het dorp en de wensen en behoeften. Als hier de nadruk op ligt, mag er best af en toe een wijkoverstijgende activiteit worden gehouden zoals verhuur van een zaal aan de ouderenbond Leeuwarden of een verjaardag van een wijkbewoner die daar zelf geen ruimte voor heeft. Denk ook aan een talentenjacht of themafeest.
3.3 Relatie besturen-gemeente
Besturen van wijkgebouwen en dorpshuizen kunnen te maken krijgen met verschillende gemeentelijke afdelingen, en dus ook met verschillende ambtenaren.
Sociaal domein
Het bestuur van een wijkgebouw of dorpshuis kan subsidie aanvragen voor het organiseren van activiteiten en exploitatie van het gebouw bij het Sociaal Domein (zie ook paragraaf 3.5.1). Sociaal Domein heeft een contactpersoon voor BWD-huizen. De subsidie wordt verstrekt op basis van de ‘Beleidsregel Subsidiëring Activiteiten buurt-, wijk- en dorpshuizen’. Zie ook: de website leeuwarden.nl en zoek bij: subsidie-activiteiten-buurt-wijk-en-dorpshuizen.
Vastgoed
De meeste wijkgebouwen, in tegenstelling tot de dorpshuizen, zijn gemeentelijke panden, waarvoor een gebruiks- of huurovereenkomst is afgesloten met het bestuur van het gebouw. Voor vragen over onderhoud van het gebouw of de installaties of bij calamiteiten kan het bestuur van het gebouw terecht bij de afdeling Vastgoed. Vastgoed treedt ook op als verhuurder. Voor vragen over de huur- of gebruiksovereenkomst van het pand, is Vastgoed dan ook de gesprekspartner via vgbeheer@leeuwarden.nl.
Juridische- en Veiligheidszaken
Als er alcohol wordt geschonken in het wijkgebouw of dorpshuis is een drank- en horecavergunning nodig. Deze moet bij de gemeente Leeuwarden worden aangevraagd, afdeling juridische- en veiligheidszaken. Informatie over het aanvragen van een dergelijke vergunning is te vinden op de pagina Horecavergunning.
3.4 Financiën
De besturen van de accommodaties die genoemd zijn in de Beleidsregel Activiteiten buurt-, wijk- en dorpshuizen’ komen in aanmerking voor een subsidie. Het maximale bedrag per aanvraag staat in de bijlage van de Programmabegroting, die jaarlijks door de gemeenteraad wordt vastgesteld.
3.4.1 Aanvraag subsidie
Besturen van wijkgebouwen en dorpshuizen die genoemd staan in de Beleidsregel kunnen een subsidieaanvraag indienen vóór 1 oktober, voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Dat kan via leeuwarden.nl. Op deze pagina staat een overzicht van de verschillende subsidieregelingen- en mogelijkheden. De subsidie is aan te vragen via de zoekterm: Subsidie activiteiten Buurt-Wijk- en dorpshuizen. Soms wordt om aanvullende gegevens gevraagd.
3.4.2 Belastingen (BTW)
Er zijn verschillende belastingregelingen voor wijkgebouwen en dorpshuizen mogelijk. Zo biedt de kantineregeling btw vrijstelling. Ook kan er via de belastingdienst energiebelasting worden teruggevraagd. Op de site van de Belastingdienst is te vinden of en hoe een wijkgebouw/ dorpshuis hier voor in aanmerking komt. Kijk op de website van de Belastingdienst (opens in new tab) en zoek op: teruggaaf energiebelasting instellingen. Op deze website staan ook de voorwaarden voor het verkrijgen van een ANBI-status.
3.4.3 Afleggen verantwoording
Voor 1 april moet het bestuur een verantwoording bij de gemeente indienen over het voorgaande jaar. Het is belangrijk dat het bestuur de bewijzen van de gesubsidieerde activiteiten voor minimaal 5 jaar bewaart. In die periode is het mogelijk dat het college een financiële controle doet.
4. Initiatieven
De gemeente Leeuwarden stelt initiatieven van inwoners op prijs. De gemeente benadert dit altijd positief met een ‘ja’. Maar er kunnen natuurlijk belemmeringen zijn. Dan geldt: ‘Ja, tenzij…’. In dat geval wordt er meegedacht hoe iets wel kan en wordt er eventueel gekeken naar alternatieven.
4.1 Belangrijke punten bij een initiatief
Bij het uitwerken van een initiatief is er een aantal punten waaraan in ieder geval aandacht moet worden besteed:
Draagvlak
De belangrijkste voorwaarde is draagvlak bij betrokkenen/ omwonenden. De gemeente zal graag meewerken als het duidelijk de gemeenschap ten goede komt. Het is zinvol om het panel over het initiatief te informeren. Het panel ziet misschien mogelijkheden om aan te sluiten bij andere initiatieven. Zij hebben ook zicht op eventuele budgetten.
Bestendigheid, continuïteit
Het is altijd goed om je af te vragen of het initiatief toekomstgericht is. Is het duurzaam en kan het ook voor langere tijd goed onderhouden worden? Zowel financieel als praktisch.
Juridische vorm
Soms moet er juridisch iets worden georganiseerd. Bijvoorbeeld bij afspraken met de gemeente of het sluiten van een gebruiksovereenkomst voor het gebruik van grond van de gemeente.
4.2 Beperkte rol gemeente
De gemeente biedt alle ruimte aan initiatieven en neemt het initiatief niet over. De initiatiefnemer(s) gaat zelf op zoek naar draagvlak en de mogelijke financiën. De gemeente zal wel meedenken of het initiatief, in die vorm of op die locatie, mogelijk is. Initiatieven en vragen kunnen worden ingediend via: bewonersinitiatieven@leeuwarden.nl.
Platform Bewonersinitiatieven
Om bij een ingediend initiatief niet onnodig lang te wachten op reacties is er het Platform Bewonersinitiatieven. Dat is een gemeentelijk overleg waarbij veel disciplines om tafel zitten. Zij reageren op binnengekomen initiatieven. De insteek is hierbij: “Ja, tenzij….”. Een contactpersoon van het platform neemt daarin snel contact op met de initiatiefnemer.
4.3 Fondsen en subsidies
Iedereen, en dus ook panels, kan eigen initiatieven ontplooien om inkomsten te verhogen. Dat kan bijvoorbeeld zijn: het organiseren van rommelmarkten, verlotingen en sponsoracties. Er zijn ook fondsen, subsidies of prijzen waarop een beroep kan worden gedaan.
Gemeentelijke subsidies
De gemeente verstrekt zelf ook subsidies die misschien in passen bij een bepaald initiatief. Deze subsidies zijn te vinden op leeuwarden.nl. Typ hiervoor ‘subsidie’ in bij de zoekfunctie van de website. Alle gemeentelijke subsidies en financiële regelingen worden dan weergegeven.
Speciale aandacht is er in dit geval voor het gemeentelijke Mienskipsfonds. Dit subsidiefonds is voor allerlei grotere- en kleinere bewonersinitiatieven die de leefbaarheid bevorderen.
Andere subsidiemogelijkheden
Provinciale Iepen Mienskipsfonds (opens in new tab)
Keunstwurk (opens in new tab)
VSB-fonds (opens in new tab)
Crowdfunding (opens in new tab)
Er zijn ook bureaus die helpen met aanvragen van subsidies of fondsen. Hier zijn wel kosten aan verbonden.
5. Communicatie en ontmoeten
De gemeente werkt gebiedsgericht door goed contact te onderhouden met wijken en dorpen. Er is overleg met de panels. Er is een aantal gerichte gemeentelijke diensten die zich hiermee bezighoudt.
5.1 Bijeenkomsten en Overleggen
5.1.1 Bijeenkomst met Uitreiking wijkprogramma's
In het begin van het kalenderjaar (vaak eind januari) organiseert de gemeente een grote bijeenkomst voor alle leden en vertegenwoordigers van de panels. Hier wordt het nieuwe wijk- en dorpsprogramma gepresenteerd door de wijk/dorp- wethouder. Het zijn inspirerende bijeenkomsten, vaak gekoppeld aan een inhoudelijk thema, waar ook de ontmoeting centraal staat.
5.1.2 Dorpen- en wijkenbijeenkomst
De gemeente organiseert na de zomervakantie (september) een brede bijeenkomst voor alle leden en vertegenwoordigers van de panels. Op basis van 1 of 2 thema’s gaan we met elkaar in gesprek en is er ruimte voor ontmoeting en uitwisseling van kennis.
5.1.3 Expertteam
Om met panels in brede zin over gebiedsgericht werken te overleggen kan er, als daar aanleiding voor is, een bijeenkomst worden georganiseerd over een specifiek onderwerp. De gemeente ziet de panels als dé ervaringsdeskundigen, het expertteam. Het overleg is bedoeld voor discussie over de vorm en inhoud van gebiedsgericht werken; er vindt geen besluitvorming plaats. Alle panels krijgen een uitnodiging. We vragen dan om 1 of 2 vertegenwoordigers per panel. De panels bepalen per keer hun deelname. Dat kan bijvoorbeeld afhangen van de onderwerpen op de agenda. Panels kunnen zelf ook agendapunten voor het expertteam aandragen. Het verslag van het overleg wordt aan alle panels verstuurd.
5.2 Communicatie vanuit de gemeente
5.2.1 Wijk- en dorpsprogramma's
De gemeente maakt jaarlijks een wijk/dorpsprogramma dat huis-aan huis per wijk en dorp wordt verspreid. In dit wijk/dorpsprogramma zijn de activiteiten opgenomen van de gemeente die dat jaar staan gepland. In de programma’s is ook ruimte gereserveerd voor de plannen van het panel voor de eigen wijk of het dorp. In september vragen we de panels
om hiervoor een artikel aan te leveren. (deadline voor aanleveren is in november).
De gemeente kan extra aandacht aan panels geven door bijvoorbeeld informatie in de Huis-aan-Huis te plaatsen, of via sociale media informatie te delen.
5.2.2 Digitale kaart
Op Wijk- en Dorpsprogramma’s (arcgis.com) staat de digitale kaart met werkzaamheden in de hele gemeente Leeuwarden. Hiermee geeft de gemeente inzicht in gestarte en voorgenomen werkzaamheden.
5.2.3 Webpagina
Op de pagina Wijken en dorpen is informatie te vinden over wijken en dorpen en het gebiedsgericht werken. Hier is dit handboek digitaal te vinden en een link naar de digitale kaart.
5.2.5 Nieuwsbrieven
Het team van gebiedswerkers brengt 4 tot 5 keer per jaar een nieuwsbrief uit. In deze nieuwsbrieven staan nieuwe ontwikkelingen genoemd, worden bijeenkomsten aangekondigd en andere nuttige wetenswaardigheden vermeld. Deze nieuwsbrief wordt digitaal verspreid onder de (bestuurs)leden van panels, raadsleden, wethouders, ambtenaren, welzijnsorganisaties, netwerken in de wijken en dorpen.
5.2.6 Wijk- en dorpskranten
Op verzoek van de panels van wijken en dorpen of op initiatief van de gemeente levert de gemeente artikelen, die in de wijk- en dorpskranten kunnen worden geplaatst.
5.3 Statistisch materiaal
Statistische gegevens over de wijken en dorpen van de gemeente Leeuwarden zijn op één plek digitaal te vinden: www.leeuwarden.incijfers.nl. Onder andere de gegevens die
tweejaarlijks worden verzameld in de wijkenquête zijn hier terug te vinden. De cijfers kunnen per thema en per wijk worden geselecteerd en met elkaar worden vergeleken.
Meer gegevens
- www.socialeindex.nl/leeuwarden/
Gecombineerde rapportcijfers per wijk. Deze sociale index is opgebouwd uit objectieve cijfers en enquêteresultaten, die voor een groot deel ook los te vinden zijn op de site van de buurtmonitor.
- www.leeuwarden.nl/leefomgeving/wijkveiligheidsindex/
Gecombineerd rapportcijfer per wijk/dorp. Hierin worden objectieve cijfers (van onder andere de politie) en enquêteresultaten gecombineerd.
5.4 Leefbaarheid
De samenwerking tussen de gemeente en de panels is er met name ook op gericht om de leefbaarheid in een dorp, wijk en buurt te behouden of te verbeteren. Het is belangrijk dat inwoners hieraan kunnen bijdragen door misstanden en obstakels te melden en/of hierover met de gemeente in gesprek te gaan.
5.4.1 Melden openbare ruimte
Meldingen over de omgeving kunnen via het algemene nummer aan de gemeente worden doorgegeven: 14 058. Of digitaal.
Om structurele problemen in de wijk te bespreken met vakafdelingen kan het panel een schouw (rondwandeling door wijk of dorp op een specifiek onderwerp) organiseren. Van tevoren maakt het panel een overzicht van punten die zij graag wil bespreken.
5.4.2 Melden overlast
Iedere bewoner kan overlast of zorgen over de buurt melden bij het Meldpunt Overlast, telefoonnummer 14 058. Elke melding wordt serieus genomen. Het MOL werkt nauw samen met instanties zoals de woningcorporatie, de wijkagent en het sociale wijkteam en soms ook Bureau Buurtbemiddeling.
Goede dossiervorming is van belang om de ernst in beeld te krijgen en om bijvoorbeeld bestuursrechtelijke maatregelen te kunnen nemen. Daarom heeft melden altijd zin.
5.5 Wegnemen overbodige regels
Overbodige of onwerkbare regelgeving? Dit kan gemeld worden via het contactformulier op www.leeuwarden.nl. Geef daarbij aan:
- Welke regels zijn volgens u knellend en/of overbodig?
- Indien bekend: in welke regeling zijn deze regels verankerd (bijvoorbeeld een wet of een verordening)?
- Hoe zou de regelgeving kunnen worden verbeterd of veranderd?
We gaan uw melding onderzoeken en beantwoorden. Belangrijk is wel of het een gemeentelijke regel is of regelgeving van het Rijk. Dat laatste is natuurlijk minder gemakkelijk door de gemeente aan te passen.
Quick to:
Handboek gebiedsgericht werken
Wat er in een dorp of wijk gebeurt, waar behoefte aan is en wat wel en wat niet goed gaat, weten inwoners zelf vaak het beste. Dat is de reden dat de gemeente vindt dat inwoners ook een stem moeten hebben als er maatregelen moeten worden genomen. Bijvoorbeeld bij het zoeken naar een oplossing voor problemen in de wijk of het dorp. En bij het nemen van maatregelen om het dorp of de wijk veiliger of mooier te maken. Soms bestaat die stem uit meedenken, een andere keer uit meebeslissen.
De gemeente heeft ook oog en oor voor de initiatieven van mensen uit het dorp of de wijk. Deze samenwerking tussen gemeente en inwoners noemen we gebiedsgericht werken. De gemeente werkt samen met een wijkpanel of dorpsbelang, die de inwoners uit de wijk of het dorp vertegenwoordigen. Zo’n wijkpanel of dorpsbelang bestaat uit betrokken en actieve inwoners die het beste met het dorp en de wijk voor hebben, en met de bewoners daarvan. Ze zetten zich vrijwillig in. Dat waardeert de gemeente enorm.
Om deze vrijwilligers te steunen in dit belangrijke werk en de samenwerking met de gemeente zo goed mogelijk te laten verlopen, zijn er afspraken gemaakt. Die afspraken staan vermeld en uitgelegd in dit handboek. Een handboek voor actieve bewoners die opkomen voor hun mede-inwoners en de wijk of het dorp. Zij maken deel uit van een wijkpanel of dorpsbelang. Er worden ook wel andere benamingen gebruikt zoals: bewonersplatform en plaatselijk belang. In dit handboek gebruiken we gemakshalve het woord: panel.
Het handboek is bedoeld voor de leden van deze panels, om inzicht te krijgen in hoe de gemeente Leeuwarden gebiedsgericht werkt en waar de meest voorkomende formulieren en hulpmiddelen te vinden zijn. Dit geeft veel informatie, maar de gemeente is natuurlijk altijd bereid om bij onduidelijkheden extra informatie te geven. Klop gerust bij ons aan. Zo werken we samen voor de wijk en het dorp.
1. Gebiedsgericht samenwerken
Gebiedsgericht samenwerken gaat over de samenwerking tussen bewoners en de gemeente. Deze gemeente heeft daarom gebiedswerkers in dienst en wijk- en dorpwethouders. Bewoners krijgen op deze manier zoveel mogelijk informatie over beleid en plannen van de gemeente in hun dorp of wijk. Regelmatig is er inspraak. Dat kan wettelijk geregeld zijn of er wordt samen met een panel of met bewoners een besluit genomen. De gemeente streeft ernaar inwoners zo veel mogelijk als kan bij besluiten te betrekken.
1.1 Speciale wijk/dorpswethouder
Elke wijk en elk dorp werkt samen met een vaste wethouder. Deze wethouder is het eerste aanspreekpunt voor de wijk of het dorp, en voor het college van burgemeester en wethouders. De wethouder is meestal aanwezig bij de wijkconferentie of de jaarvergadering van een panel (dorpsbelang of wijkpanel e.a.). Vaak samen met vertegenwoordigers van de politieke partijen (raadsleden en fractiemedewerkers).
De wijk- of dorpwethouder is altijd bereid om met inwoners over zaken van gedachten te wisselen. Bijvoorbeeld op de wijkconferenties en jaarvergaderingen, en ook tijdens een wijk- of dorpsbezoek. Soms hoort een onderwerp bij de taak van een andere wethouder. In dat geval is het aan te raden om met die wethouder in gesprek te gaan.
Taken en verantwoordelijkheden van de wijk/dorp-wethouder op een rij:
- De wijk/dorp-wethouder is – bij een terugkerend probleem – de eerst aanspreekbare wethouder voor bewoners en organisaties over zaken in de wijk, ook voor groot en klein leed.
- De wijk/dorp-wethouder werkt nauw samen met de gebiedswerker (zie hieronder) en voert regelmatig overleg met de gebiedswerker over de stand van zaken in wijk of dorp.
- De wijk/dorp-wethouder is op de hoogte van de overleggen die de gebiedswerker heeft met bewoners, buurtorganisaties, panels en maatschappelijke organisaties. De wethouder kan daar, zowel gevraagd als ongevraagd, bij zijn.
- De wijk/dorp-wethouder houdt zich aan de regels en de grenzen die door het college en de gemeenteraad zijn vastgesteld. De wethouder houdt in de gaten dat er goed wordt omgegaan met de wensen en verzoeken van bewoners en organisaties in zijn wijk/dorp.
- Wensen, verzoeken en klachten die bij de taak van een andere wethouder horen, draagt de wijk/dorp-wethouder aan deze wethouder over. Samen zorgen ze voor een goede afhandeling
- De wijk/dorp-wethouder houdt de inzet en het financiële wijkwerk van de gemeente in zijn wijk/dorp goed in de gaten. Net als het werk van belangrijke partners zoals welzijnswerk-corporaties en politie.
1.2 Vaste gebiedswerker
De gemeente heeft voor ieder wijk/dorp een vaste gebiedswerker. Deze is het eerste aanspreekpunt voor het panel. De gebiedswerker heeft een aantal taken voor de gemeentelijke organisatie en de bewoners.
Deze taken zijn samen te vatten in een aantal kernwoorden:
- Structureren: de gebiedswerker verzamelt informatie, zoals de werkzaamheden per wijk/dorp, visie van wijk/dorp zelf, begroting van het panel en maakt die beschikbaar op wijk/dorpsniveau.
- Bijeenbrengen: de gebiedswerker zorgt ervoor dat ambtenaren vanuit diverse gemeentelijke sectoren en bewoners elkaar kunnen vinden.
- Coördineren: als kwesties niet worden opgepikt binnen de gemeentelijke organisatie, wijst de gebiedswerker iemand als verantwoordelijke aan.
- Signaleren: de gebiedswerker pikt signalen uit de wijken/dorpen op en legt die neer bij de verantwoordelijke vakambtenaar.
- Controleren: de gebiedswerker controleert geregeld of toezeggingen aan wijk of dorp (wensen en activiteiten) worden nageleefd.
- Adviseren: de gebiedswerker adviseert collega ambtenaren hoe zij de wijken/dorpen het beste kunnen benaderen. De gebiedswerker adviseert ook de panels en hoe zij met de gemeentelijke organisatie kunnen omgaan.
- Faciliteren: met vastgestelde budgetten en communicatiemiddelen ondersteunt de gebiedswerker het werk van de panels.
De gebiedswerkers zijn altijd aanwezig op de jaarlijkse wijk- of dorpsconferentie. En meestal ook twee keer per jaar bij een gewoon overleg van het panel. Als er aanleiding voor is, dan schuift de gebiedswerker vaker bij het panel aan. De gebiedswerker neemt de rol van de vakafdeling niet over, maar zorgt ervoor dat de vakafdeling op de juiste wijze en op het juiste moment contact heeft met bewoners.
1.3 Vakafdelingen
De gemeente heeft veel afdelingen met allerlei specialisten. Denk aan veiligheid, verkeer, groen, bestrating, en ook culturele en sociale onderwerpen. De afdelingen maken plannen en beleid, en voeren dit ook uit. Deze afdelingen houden bij het maken van de plannen, beleid en de uitvoering rekening met de gevolgen daarvan op de verschillende wijken en dorpen. De vakafdeling neemt contact op met betrokken bewoners van wijken en dorpen. Ze worden op de hoogte gebracht of kunnen meedenken over plannen die hen raken. Dat doen de vakafdelingen zo vroeg mogelijk. Dan zijn inwoners op tijd geïnformeerd en kunnen ze meedenken.
2. Wijkpanels en dorpsbelangen
Wijkpanels en dorpsbelangen zijn het aanspreekpunt voor de gemeente Leeuwarden, zodat bewoners meer bij hun eigen (woon) omgeving betrokken zijn. Dan gaat het onder andere om gemeentelijke activiteiten en plannen in de wijken en dorpen. Bijvoorbeeld bij onderhoudswerkzaamheden, parkeervoorzieningen, speelplekken of buurtvoorzieningen. Over deze onderwerpen is er vaak al veel contact tussen de panels en de gemeente. Als het nodig is, kan er ook direct contact zijn tussen gemeente en betrokkenen bij bepaalde onderwerpen. Soms vanuit groepen bewoners zoals buren of instellingen in een wijk, die een initiatief hebben. Ook zij hebben een stem.
2.1 Wat is een panel?
Een panel bestaat uit een groep van vrijwilligers. Zij zijn betrokken bewoners, organisaties en/of ondernemers van een wijk of dorp. De panels variëren in grootte van 4 tot 12 leden. Het liefst bestaat zo’n panel uit zowel jonge als oudere mensen, mensen met een Nederlandse of een migratieachtergrond en mensen uit verschillende inkomensgroepen. Iedereen heeft de mogelijkheid om mee te denken over plannen en maatregelen voor de wijk of het dorp en zich bij een panel aan te sluiten.
2.1.1 Voorwaarden
Een panel moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Die voorwaarden
noemen we hier. (vastgelegd in de Regeling Subsidie Wijkpanels en Dorpsbelangen) Kijk op Overheid.nl (opens in new tab) en zoek op: Regeling subsidie dorpsbelangen en wijkpanels.
- Het panel wordt gevormd door een groep betrokken bewoners, vertegenwoordigers van organisaties en/of ondernemers uit wijk of dorp.
- Binnen een panel mogen maximaal twee personen uit dezelfde familie deelnemen en in geen geval voeren zij een gezamenlijke huishouding.
- Ieder panel heeft een huishoudelijk reglement dat bekend is gemaakt aan bewoners. In het huishoudelijk reglement wordt in ieder geval opgenomen:
- De zittingstermijn en wijze van aan- en aftreden.
- Werkwijze, vergaderfrequentie en wijze van overleg met bewoners.
- Wijze van verplichte jaarlijkse verantwoording aan bewoners over de inzet van de gemeentelijke middelen en over de activiteiten waarvoor zij zich heeft ingezet. Bij de verantwoording moet er ruimte zijn voor het gesprek met de bewoners.
- Het panel is open en toegankelijk voor alle bewoners uit wijk of dorp.
- De gemeente stelt een rechtspersoonlijkheid voor een panel verplicht. Dat is ook belangrijk om subsidies aan te kunnen vragen.
- Het is aan een panel hoe deze zich wil organiseren en presenteren.
2.1.2 Taken en budgetten
In de loop van de jaren hebben de panels een duidelijke plek en taak gekregen binnen de gemeente. Vanaf 2004 hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten:
- Panels zijn zelfstandige organen; elk panel heeft recht op een eigen aanpak, waarbij rekening wordt gehouden met de grootte van de wijken en dorpen.
- Het panel bepaalt zelf de werkwijze, vergaderfrequentie en overleg met de bewoners.
- Elk panel heeft een vast aanspreekpunt bij de gemeente: de gebiedswerker.
- Ieder wijk/dorp heeft een ‘eigen’ wethouder, die vanuit het college van burgemeester en wethouders het eerste aanspreekpunt is voor wijk of dorp.
- Voor belangrijke onderwerpen kan het panel gemeentelijke deskundigen uitnodigen van vakafdelingen.
- Gemeente en panel spreken af hoeveel invloed het panel heeft op gemeentelijke plannen.
- Elk panel krijgt een budget voor investeringen in de woonomgeving en voor het eigen functioneren en mag daar zelf over beslissen. Lees hier meer over onder Subsidie, paragraaf 2.2.
- Het panel is verplicht om jaarlijks verantwoording af te leggen over de besteding van de middelen aan eigen wijk of dorp. Dat kan in een wijk- of dorpsconferentie, maar ook via een wijkkrant of dorpsblad of elke andere vorm waarbij alle bewoners die dat willen in de gelegenheid zijn hun mening te geven. (zie ook paragraaf 2.2.3).
- De gemeente stimuleert panels om een eigen visie voor hun wijk of dorp op te stellen. (zie ook paragraaf 2.1.3).
2.1.3 Een eigen wijk/dorpsvisie
De gemeente stimuleert panels toekomstgericht mee te denken over hun wijk of het dorp. Bijvoorbeeld als het gaat om voorzieningen voor ouderen, speelplekken, verkeersveiligheid en groenvoorzieningen. Het helpt als het panel hiervoor een eigen visie opstelt. Een visie die een duidelijke richting betekent voor het maken van keuzes en besteding van budgetten.
2.1.4 Informeren van bewoners van wijk en dorp
Panels zijn verplicht om hun bewoners te informeren over die eerdergenoemde visie. Dus: waar zij zich voor inzetten en waar zij geld aan uitgeven. Informeren kan via een wijk/dorpskrant of website, maar ook via andere kanalen zoals sociale media. (zie ook 2.2.3).
2.2 Subsidie
Panels kunnen jaarlijks een subsidie bij de gemeente aanvragen voor investeringen in de wijk en voor het eigen functioneren. Deze bijdrage is geregeld in de Regeling Subsidie Wijkpanels en Dorpsbelangen. Kijk op Overheid.nl (opens in new tab) en zoek op: Regeling subsidie dorpsbelangen en wijkpanels.
2.2.1 Doeleinden
De subsidie is bedoeld voor zaken die de leefbaarheid, in de breedste zin van het woord in betreffende wijk of dorp ten goede komen. Subsidie kan ook worden besteed aan werkzaamheden van het panel zelf zoals vergaderkosten, kosten wijk-/ dorpskrant, ondersteuning van het panel en kosten voor een website.
2.2.2 Aanvragen
Belangrijk is dat de subsidie (jaarlijks) vóór 1 oktober wordt aangevraagd, voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Dat kan via de website leeuwarden.nl.
2.2.3 Verantwoording
Aan de gemeente
De gemeente vraagt in maart de financiële en inhoudelijke verantwoording over het afgelopen jaar op. Inhoudelijk gaat het om de manier van verantwoording naar de eigen bewoners en het draagvlak voor de inzet van het panel. De financiën worden via een steekproef door de gemeente gecontroleerd.
Aan de bewoners
Het is verplicht om verantwoording af te leggen aan de wijk of het dorp. Bewoners mogen weten hoe het budget is besteed en welke keuzes (thema’s) worden gemaakt voor de toekomst.
Wijk/ledenvergadering
Panels kunnen inwoners jaarlijks informeren via een wijkkrant, website of sociale media, maar vaker wordt er een wijk- of jaarvergadering gehouden. Het panel gaat dan in op de ideeën die er onder bewoners leven en kan eventueel een speciaal thema aan de orde stellen. Het panel legt verantwoording af over activiteiten, genomen besluiten en de besteding van het budget. Het panel bepaalt zelf de agenda van de vergadering. De gemeente denkt graag mee en ondersteunt het panel. Daarom zijn er altijd ambtenaren van de gemeente bereid om een onderwerp toe te lichten of vragen te beantwoorden. In principe zijn ook de wijk/dorp-wethouder en de gebiedswerker aanwezig. Ook is dit vaak het moment om nieuwe panelleden te werven of nieuwe leden te installeren.
3. Wijkgebouwen en dorpshuizen
Wijkgebouwen en dorpshuizen zijn belangrijke plekken waar de vereniging of stichting activiteiten organiseert. Het is dé ontmoetingsplek in het dorp of de wijk. Dit hoofdstuk gaat in op zaken die daarbij komen kijken. Bijvoorbeeld wat mag er wel en wat niet worden georganiseerd?
3.1 Functie en voorwaarden
Een dorpshuis, wijkgebouw of buurthuis is een plek waar bewoners elkaar ontmoeten en waar activiteiten plaatsvinden. Het is ook de plek waar bewoners worden geïnformeerd en kunnen meedenken en meedoen met wat er in het dorp of de wijk gebeurt. De bestuursleden van een vereniging of stichting zorgen hiervoor.
3.1.1 Voorwaarden aan vorm en programma
De activiteiten in een wijkgebouw of dorpshuis moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen, met name als deze in aanmerking willen komen voor een subsidie:
- de aanvrager maakt aannemelijk dat het aanbod van activiteiten gericht is op het bevorderen van ieders deelname aan de gemeenschap, het versterken van de onderlinge samenhang en het voorkomen van sociale achterstanden;
- de aanvrager richt zijn aanbod van activiteiten eerst op de bewoners uit het eigen verzorgingsgebied;
- de aanvrager maakt aannemelijk dat de activiteiten die worden georganiseerd in het wijkgebouw of het dorpshuis voor iedereen zijn. Voor alle doelgroepen uit het dorp of de wijk;
- de aanvrager maakt aannemelijk dat het activiteitenaanbod aansluit bij de wensen en behoeften van bewoners uit het dorp of de wijk;
- het wijkgebouw of dorpshuis wordt beschikbaar gesteld voor op de buurt gerichte activiteiten. Alle instellingen en organisaties uit de wijk of het dorp kunnen gebruik maken van het wijkgebouw;
- de aanvrager zorgt voor alle benodigde vergunningen en houdt zich aan alle wetten en regels die van toepassing zijn op het (exploitatie van het) wijkgebouw of dorpshuis;
- alle bestuursleden staan ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel;
- de statuten worden nageleefd.
3.1.2 Anders dan gewone horeca
Wijkgebouwen en dorpshuizen zijn geen reguliere horecagelegenheden. Het worden para-commerciële horecabedrijven genoemd. In de Algemene Plaatselijke Verordening zijn regels gesteld aan para commerciële horecabedrijven voor wat betreft schenktijden, sluitingstijden en de mogelijkheden om bijeenkomsten van persoonlijk aard te houden. Meer hierover vindt u op de website van Overheid.nl (opens in new tab).
3.1.3 Bijeenkomsten van persoonlijke aard
Er mag 4 keer per jaar een persoonlijke activiteit in het wijkgebouw of dorpshuis worden gehouden. Denk aan: bruiloften, persoonlijke feesten, partijen, recepties, jubilea, verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten en dergelijke. 3 weken voor de bijeenkomst moet dit aan de burgemeester worden gemeld met een e-mail aan: vergunningen@leeuwarden.nl. In de aanvraag moet duidelijk omschreven zijn om welke data het gaat, tijdstip en de aard van de persoonlijke bijeenkomst. Let wel op dat dit soort bijeenkomsten in strijd kunnen zijn met de voorwaarden van de zogenoemde Kantineregeling (BTW-vrijstelling onder bepaalde voorwaarden). Een wijkgebouw of dorpshuis loopt
daardoor het risico de BTW-vrijstelling te verliezen. Lees meer over deze regeling op de website van de Belastingdienst (opens in new tab), zoek op: vrijstelling BTW.
3.1.4 Schenktijden
Er is een aparte regeling voor het schenken van alcohol voor wijkgebouwen en dorpshuizen. Dit staat in artikel 2:34d, onder lid 1 t/m 6 van de APV. Kijk hiervoor op Overheid.nl (opens in new tab).
3.2 Wat mag wijkoverstijgend?
Als een wijkgebouw/wijkvereniging of dorpshuis aan de voorwaarden voldoet, ontvangt het subsidie. Dan zijn alle activiteiten vooral gericht op de bewoners van de wijk of het dorp en de wensen en behoeften. Als hier de nadruk op ligt, mag er best af en toe een wijkoverstijgende activiteit worden gehouden zoals verhuur van een zaal aan de ouderenbond Leeuwarden of een verjaardag van een wijkbewoner die daar zelf geen ruimte voor heeft. Denk ook aan een talentenjacht of themafeest.
3.3 Relatie besturen-gemeente
Besturen van wijkgebouwen en dorpshuizen kunnen te maken krijgen met verschillende gemeentelijke afdelingen, en dus ook met verschillende ambtenaren.
Sociaal domein
Het bestuur van een wijkgebouw of dorpshuis kan subsidie aanvragen voor het organiseren van activiteiten en exploitatie van het gebouw bij het Sociaal Domein (zie ook paragraaf 3.5.1). Sociaal Domein heeft een contactpersoon voor BWD-huizen. De subsidie wordt verstrekt op basis van de ‘Beleidsregel Subsidiëring Activiteiten buurt-, wijk- en dorpshuizen’. Zie ook: de website leeuwarden.nl en zoek bij: subsidie-activiteiten-buurt-wijk-en-dorpshuizen.
Vastgoed
De meeste wijkgebouwen, in tegenstelling tot de dorpshuizen, zijn gemeentelijke panden, waarvoor een gebruiks- of huurovereenkomst is afgesloten met het bestuur van het gebouw. Voor vragen over onderhoud van het gebouw of de installaties of bij calamiteiten kan het bestuur van het gebouw terecht bij de afdeling Vastgoed. Vastgoed treedt ook op als verhuurder. Voor vragen over de huur- of gebruiksovereenkomst van het pand, is Vastgoed dan ook de gesprekspartner via vgbeheer@leeuwarden.nl.
Juridische- en Veiligheidszaken
Als er alcohol wordt geschonken in het wijkgebouw of dorpshuis is een drank- en horecavergunning nodig. Deze moet bij de gemeente Leeuwarden worden aangevraagd, afdeling juridische- en veiligheidszaken. Informatie over het aanvragen van een dergelijke vergunning is te vinden op de pagina Horecavergunning.
3.4 Financiën
De besturen van de accommodaties die genoemd zijn in de Beleidsregel Activiteiten buurt-, wijk- en dorpshuizen’ komen in aanmerking voor een subsidie. Het maximale bedrag per aanvraag staat in de bijlage van de Programmabegroting, die jaarlijks door de gemeenteraad wordt vastgesteld.
3.4.1 Aanvraag subsidie
Besturen van wijkgebouwen en dorpshuizen die genoemd staan in de Beleidsregel kunnen een subsidieaanvraag indienen vóór 1 oktober, voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Dat kan via leeuwarden.nl. Op deze pagina staat een overzicht van de verschillende subsidieregelingen- en mogelijkheden. De subsidie is aan te vragen via de zoekterm: Subsidie activiteiten Buurt-Wijk- en dorpshuizen. Soms wordt om aanvullende gegevens gevraagd.
3.4.2 Belastingen (BTW)
Er zijn verschillende belastingregelingen voor wijkgebouwen en dorpshuizen mogelijk. Zo biedt de kantineregeling btw vrijstelling. Ook kan er via de belastingdienst energiebelasting worden teruggevraagd. Op de site van de Belastingdienst is te vinden of en hoe een wijkgebouw/ dorpshuis hier voor in aanmerking komt. Kijk op de website van de Belastingdienst (opens in new tab) en zoek op: teruggaaf energiebelasting instellingen. Op deze website staan ook de voorwaarden voor het verkrijgen van een ANBI-status.
3.4.3 Afleggen verantwoording
Voor 1 april moet het bestuur een verantwoording bij de gemeente indienen over het voorgaande jaar. Het is belangrijk dat het bestuur de bewijzen van de gesubsidieerde activiteiten voor minimaal 5 jaar bewaart. In die periode is het mogelijk dat het college een financiële controle doet.
4. Initiatieven
De gemeente Leeuwarden stelt initiatieven van inwoners op prijs. De gemeente benadert dit altijd positief met een ‘ja’. Maar er kunnen natuurlijk belemmeringen zijn. Dan geldt: ‘Ja, tenzij…’. In dat geval wordt er meegedacht hoe iets wel kan en wordt er eventueel gekeken naar alternatieven.
4.1 Belangrijke punten bij een initiatief
Bij het uitwerken van een initiatief is er een aantal punten waaraan in ieder geval aandacht moet worden besteed:
Draagvlak
De belangrijkste voorwaarde is draagvlak bij betrokkenen/ omwonenden. De gemeente zal graag meewerken als het duidelijk de gemeenschap ten goede komt. Het is zinvol om het panel over het initiatief te informeren. Het panel ziet misschien mogelijkheden om aan te sluiten bij andere initiatieven. Zij hebben ook zicht op eventuele budgetten.
Bestendigheid, continuïteit
Het is altijd goed om je af te vragen of het initiatief toekomstgericht is. Is het duurzaam en kan het ook voor langere tijd goed onderhouden worden? Zowel financieel als praktisch.
Juridische vorm
Soms moet er juridisch iets worden georganiseerd. Bijvoorbeeld bij afspraken met de gemeente of het sluiten van een gebruiksovereenkomst voor het gebruik van grond van de gemeente.
4.2 Beperkte rol gemeente
De gemeente biedt alle ruimte aan initiatieven en neemt het initiatief niet over. De initiatiefnemer(s) gaat zelf op zoek naar draagvlak en de mogelijke financiën. De gemeente zal wel meedenken of het initiatief, in die vorm of op die locatie, mogelijk is. Initiatieven en vragen kunnen worden ingediend via: bewonersinitiatieven@leeuwarden.nl.
Platform Bewonersinitiatieven
Om bij een ingediend initiatief niet onnodig lang te wachten op reacties is er het Platform Bewonersinitiatieven. Dat is een gemeentelijk overleg waarbij veel disciplines om tafel zitten. Zij reageren op binnengekomen initiatieven. De insteek is hierbij: “Ja, tenzij….”. Een contactpersoon van het platform neemt daarin snel contact op met de initiatiefnemer.
4.3 Fondsen en subsidies
Iedereen, en dus ook panels, kan eigen initiatieven ontplooien om inkomsten te verhogen. Dat kan bijvoorbeeld zijn: het organiseren van rommelmarkten, verlotingen en sponsoracties. Er zijn ook fondsen, subsidies of prijzen waarop een beroep kan worden gedaan.
Gemeentelijke subsidies
De gemeente verstrekt zelf ook subsidies die misschien in passen bij een bepaald initiatief. Deze subsidies zijn te vinden op leeuwarden.nl. Typ hiervoor ‘subsidie’ in bij de zoekfunctie van de website. Alle gemeentelijke subsidies en financiële regelingen worden dan weergegeven.
Speciale aandacht is er in dit geval voor het gemeentelijke Mienskipsfonds. Dit subsidiefonds is voor allerlei grotere- en kleinere bewonersinitiatieven die de leefbaarheid bevorderen.
Andere subsidiemogelijkheden
Provinciale Iepen Mienskipsfonds (opens in new tab)
Keunstwurk (opens in new tab)
VSB-fonds (opens in new tab)
Crowdfunding (opens in new tab)
Er zijn ook bureaus die helpen met aanvragen van subsidies of fondsen. Hier zijn wel kosten aan verbonden.
5. Communicatie en ontmoeten
De gemeente werkt gebiedsgericht door goed contact te onderhouden met wijken en dorpen. Er is overleg met de panels. Er is een aantal gerichte gemeentelijke diensten die zich hiermee bezighoudt.
5.1 Bijeenkomsten en Overleggen
5.1.1 Bijeenkomst met Uitreiking wijkprogramma's
In het begin van het kalenderjaar (vaak eind januari) organiseert de gemeente een grote bijeenkomst voor alle leden en vertegenwoordigers van de panels. Hier wordt het nieuwe wijk- en dorpsprogramma gepresenteerd door de wijk/dorp- wethouder. Het zijn inspirerende bijeenkomsten, vaak gekoppeld aan een inhoudelijk thema, waar ook de ontmoeting centraal staat.
5.1.2 Dorpen- en wijkenbijeenkomst
De gemeente organiseert na de zomervakantie (september) een brede bijeenkomst voor alle leden en vertegenwoordigers van de panels. Op basis van 1 of 2 thema’s gaan we met elkaar in gesprek en is er ruimte voor ontmoeting en uitwisseling van kennis.
5.1.3 Expertteam
Om met panels in brede zin over gebiedsgericht werken te overleggen kan er, als daar aanleiding voor is, een bijeenkomst worden georganiseerd over een specifiek onderwerp. De gemeente ziet de panels als dé ervaringsdeskundigen, het expertteam. Het overleg is bedoeld voor discussie over de vorm en inhoud van gebiedsgericht werken; er vindt geen besluitvorming plaats. Alle panels krijgen een uitnodiging. We vragen dan om 1 of 2 vertegenwoordigers per panel. De panels bepalen per keer hun deelname. Dat kan bijvoorbeeld afhangen van de onderwerpen op de agenda. Panels kunnen zelf ook agendapunten voor het expertteam aandragen. Het verslag van het overleg wordt aan alle panels verstuurd.
5.2 Communicatie vanuit de gemeente
5.2.1 Wijk- en dorpsprogramma's
De gemeente maakt jaarlijks een wijk/dorpsprogramma dat huis-aan huis per wijk en dorp wordt verspreid. In dit wijk/dorpsprogramma zijn de activiteiten opgenomen van de gemeente die dat jaar staan gepland. In de programma’s is ook ruimte gereserveerd voor de plannen van het panel voor de eigen wijk of het dorp. In september vragen we de panels
om hiervoor een artikel aan te leveren. (deadline voor aanleveren is in november).
De gemeente kan extra aandacht aan panels geven door bijvoorbeeld informatie in de Huis-aan-Huis te plaatsen, of via sociale media informatie te delen.
5.2.2 Digitale kaart
Op Wijk- en Dorpsprogramma’s (arcgis.com) staat de digitale kaart met werkzaamheden in de hele gemeente Leeuwarden. Hiermee geeft de gemeente inzicht in gestarte en voorgenomen werkzaamheden.
5.2.3 Webpagina
Op de pagina Wijken en dorpen is informatie te vinden over wijken en dorpen en het gebiedsgericht werken. Hier is dit handboek digitaal te vinden en een link naar de digitale kaart.
5.2.5 Nieuwsbrieven
Het team van gebiedswerkers brengt 4 tot 5 keer per jaar een nieuwsbrief uit. In deze nieuwsbrieven staan nieuwe ontwikkelingen genoemd, worden bijeenkomsten aangekondigd en andere nuttige wetenswaardigheden vermeld. Deze nieuwsbrief wordt digitaal verspreid onder de (bestuurs)leden van panels, raadsleden, wethouders, ambtenaren, welzijnsorganisaties, netwerken in de wijken en dorpen.
5.2.6 Wijk- en dorpskranten
Op verzoek van de panels van wijken en dorpen of op initiatief van de gemeente levert de gemeente artikelen, die in de wijk- en dorpskranten kunnen worden geplaatst.
5.3 Statistisch materiaal
Statistische gegevens over de wijken en dorpen van de gemeente Leeuwarden zijn op één plek digitaal te vinden: www.leeuwarden.incijfers.nl. Onder andere de gegevens die
tweejaarlijks worden verzameld in de wijkenquête zijn hier terug te vinden. De cijfers kunnen per thema en per wijk worden geselecteerd en met elkaar worden vergeleken.
Meer gegevens
- www.socialeindex.nl/leeuwarden/
Gecombineerde rapportcijfers per wijk. Deze sociale index is opgebouwd uit objectieve cijfers en enquêteresultaten, die voor een groot deel ook los te vinden zijn op de site van de buurtmonitor.
- www.leeuwarden.nl/leefomgeving/wijkveiligheidsindex/
Gecombineerd rapportcijfer per wijk/dorp. Hierin worden objectieve cijfers (van onder andere de politie) en enquêteresultaten gecombineerd.
5.4 Leefbaarheid
De samenwerking tussen de gemeente en de panels is er met name ook op gericht om de leefbaarheid in een dorp, wijk en buurt te behouden of te verbeteren. Het is belangrijk dat inwoners hieraan kunnen bijdragen door misstanden en obstakels te melden en/of hierover met de gemeente in gesprek te gaan.
5.4.1 Melden openbare ruimte
Meldingen over de omgeving kunnen via het algemene nummer aan de gemeente worden doorgegeven: 14 058. Of digitaal.
Om structurele problemen in de wijk te bespreken met vakafdelingen kan het panel een schouw (rondwandeling door wijk of dorp op een specifiek onderwerp) organiseren. Van tevoren maakt het panel een overzicht van punten die zij graag wil bespreken.
5.4.2 Melden overlast
Iedere bewoner kan overlast of zorgen over de buurt melden bij het Meldpunt Overlast, telefoonnummer 14 058. Elke melding wordt serieus genomen. Het MOL werkt nauw samen met instanties zoals de woningcorporatie, de wijkagent en het sociale wijkteam en soms ook Bureau Buurtbemiddeling.
Goede dossiervorming is van belang om de ernst in beeld te krijgen en om bijvoorbeeld bestuursrechtelijke maatregelen te kunnen nemen. Daarom heeft melden altijd zin.
5.5 Wegnemen overbodige regels
Overbodige of onwerkbare regelgeving? Dit kan gemeld worden via het contactformulier op www.leeuwarden.nl. Geef daarbij aan:
- Welke regels zijn volgens u knellend en/of overbodig?
- Indien bekend: in welke regeling zijn deze regels verankerd (bijvoorbeeld een wet of een verordening)?
- Hoe zou de regelgeving kunnen worden verbeterd of veranderd?
We gaan uw melding onderzoeken en beantwoorden. Belangrijk is wel of het een gemeentelijke regel is of regelgeving van het Rijk. Dat laatste is natuurlijk minder gemakkelijk door de gemeente aan te passen.