Vitaliseringsfonds Noardwest – Fryslan (16 juni 2025)
Dit document is het plan van aanpak regiodeal Noardwest – Fryslan.
1. Regiodeal – Programmalijn 2A Vitale kernen
1.1 Inleiding
Met de Regiodeal Met de Regio Deal Noardwest-Fryslân werken de gemeenten Harlingen, Waadhoeke, Leeuwarden, Wetterskip Fryslân, de Provincie Fryslân en het Rijk samen aan het versterken van de brede welvaart in de regio Noardwest-Fryslân. Deze samenwerking is gericht op het realiseren van een veerkrachtige en leefbare regio, nu en in de toekomst. Binnen deze samenwerking is, onder programmalijn 2A Vitale kernen, budget gereserveerd. Dit budget bedraagt in totaal € 13,65 miljoen, waarvan € 13,55 miljoen beschikbaar is voor projecten. € 100.000 is bestemd voor operationele kosten. Eerder is reeds € 250.000 besteed aan onderzoek en opzetten van een instrument. In het convenant is afgesproken dat het budget voor projecten beschikbaar komt voor concrete maatregelen in minimaal 10 prioritaire kernen (of wijken) waar de leefbaarheid onder druk staat. Twee projecten die reeds benoemd zijn, zijn de sociaal-innovatieve doorontwikkeling van het ziekenhuis in Harlingen en revitalisering van het centrum in Stiens. Sporen die expliciet genoemd worden in het convenant zijn: Loket woonopgaven, Innovatie in de zorg en Aanpak onderwijs op peil. Voor u ligt de aanpak voor de uitvoering van het Vitaliseringsfonds. Dit is een uitwerking waarin beschreven staat hoe het budget verstrekt wordt aan projecten. Hierin hanteren we de volgende definities voor fonds en instrument.
Totaal beschikbare budget
Het beschikbare budget voor projecten in programmalijn 2A, zijnde €13,55 mln.
Vitaliseringsfonds
Het vrij besteedbare deel van het budget waarvoor een instrument en het proces eromheen wordt ingesteld om dit deel van het budget beschikbaar te stellen aan projecten, zijnde € 7.419.980 (zie hoofdstuk 3 voor onderbouwing). In deze aanpak wordt de inrichting van het Vitaliseringsfonds verder uitgewerkt.
Budget voor specifieke projecten
Het deel van het totaal beschikbare budget dat besteed wordt aan specifieke projecten, zijnde € 6.130.020. Dit budget wordt niet via het Vitaliseringsfonds verstrekt. Deze projecten moeten wel bijdragen aan de doelen van de Regiodeal en aan Vitale kernen.
1.2 Beoogd effect
Hieronder beschrijven we de input, proces, output en outcome van het totaal beschikbare budget. Het beschrijft de verschillende aspecten van het Vitaliseringsfonds zodra dat operationeel is, niet de aspecten voor de ontwikkeling van het instrument.
Input
De input bestaat uit:
- Beschikbaar budget: Het totaal beschikbare budget dat beschikbaar is voor projecten bedraagt € 13,55 miljoen euro. Hiervan komt € 7.419.980 beschikbaar voor het Vitaliseringsfonds, voor dit deel wordt een instrument opgezet. Het bedrag is ingelegd door de partijen binnen de Regio Deal: Rijk, provincie en verschillende gemeenten.
- In-kind en projectontwikkeling: Naast financiële bijdragen is er ook sprake van in-kind bijdragen van de deelnemende partijen. Deze in-kind bijdrage wordt ingezet voor zowel de uitvoering van het instrument als voor de ontwikkeling van de projecten.
Proces
Verstrekken budget aan projecten: Om het budget uit het vrij besteedbare deel te verstrekken wordt een instrument opgezet. Dit plan van aanpak werkt dit instrument verder uit. Met dit instrument wordt budget verstrekt aan projecten die voldoen aan de criteria van het instrument en die voldoende bijdragen aan de doelen van de regiodeal en structuurversterking van de regio. Dit proces omvat onder andere het indienen van de aanvraag, de beoordeling en de verantwoording en rapportage.
Output
De projecten vormen de output van het instrument. Het doel van het Vitaliseringsfonds is om projecten te financieren die de leefbaarheid in de regio Noardwest-Fryslân versterken. De projecten die gerealiseerd worden met financiering vanuit het instrument zijn structuurversterkend en kunnen onder andere bijdragen aan één of meerdere van deze thema’s:
- Wonen: Zorgen voor een betere kwaliteit van de woon- en leefomgeving, zoals passend woonaanbod, verduurzaming, ruimtelijke kwaliteitsverbetering, benutten bestaand bebouwd gebied, etc.
- Welzijn/gezondheid en zorg (hierna: Zorg): Creëren van gezonde en passende woon- en leefomgevingen, en vernieuwend zorgaanbod, vooral voor ouderen en zorgbehoevenden.
- Onderwijs: Verbeteren van onderwijsvoorzieningen om optimale ontwikkelingskansen voor kinderen en jongeren te bieden.
Deze thema’s sluiten aan bij de doelen van de regio deal. Deze doelen zijn Ontwikkelingsmogelijkheden en kansen voor jongeren, Een gezonde leefstijl, Vitale kernen en dorpen en Een goede bereikbaarheid.
Outcome
Bij outcome draait het om de effecten die de output teweegbrengt. Dus, wat leveren de projecten op voor de Mienskip? De projecten moeten bijdragen aan de brede welvaart in de regio. De doelen waaraan de projecten bij moeten dragen, komen overeen met de doelen van de regiodeal. Deze doelen staan benoemd in hoofdstuk 5.3.
Figuur 1: input, proces, output en outcome van het instrument
| Input | Proces | Output | Outcomes |
| € 13,55 miljoen + in-kind inzet |
Instrument + Ontwikkeling projecten |
Projecten in minimaal 10 kernen | Brede Welvaart verbeterd in Noardwest-Fryslân |
2. Kaders instrument
Hieronder beschrijven we de kaders en aandachtspunten waarmee rekening gehouden wordt bij de uitwerking van het instrument.
2.1 Aandachtspunten bij ontwikkeling instrument
| Kader | Beschrijving |
| Geografische focus | Door de financieringen vanuit het instrument moeten (minimaal) tien kernen of wijken in Noardwest-Fryslân verstrekt worden. Bij voorkeur kernen of wijken waar de leefbaarheid onder druk staat of dreigt te staan. |
| Cofinanciering | Een gedeelte van de toegezegde cofinanciering is al ‘gelabeld’ aan projecten. Deze delen van het budget kunnen daarmee niet aan andere projecten worden verstrekt dan het project waar het geld voor is gelabeld. |
| Specifieke Uitkering (SPUK) | De financiering vanuit het fonds moet worden ingezetconform de richtlijnen van de specifieke uitkering zoals verstrekt door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). |
| Thema’s | Het instrument is beschikbaar voor meerdere thema’s die een positief effect hebben op de leefbaarheid in de regio. Dit zijn wonen, zorg en onderwijs. |
| Aandacht voor opschaling | Kernen en wijken hebben met dezelfde typen opgaven te maken. Daarom is in het instrument aandacht voor kansen voor opschaling en kennisuitwisseling. |
| Structurele effecten | De projecten die worden gerealiseerd moeten zoveel mogelijk leiden tot structurele effecten. De eenmalige investering nu leidt tot blijvend effect. |
| Innovatief | Met het instrument wordt gestimuleerd om innovatieve projecten op te zetten die vernieuwende elementen in zich hebben. |
| Lerende en adaptieve aanpak | Projectaanvragen worden uitgedaagd om na te denken over een lerende en adaptieve aanpak. Daarmee is het mogelijk om bij te sturen ten tijde van het project. |
3. Financiering en cofinanciering
3.1 Herkomst budget en financiële kaders
De volgende punten vormen het vertrekpunt voor de financiële kaders bij het verstrekken van de beschikbare middelen.
- Verschillende financiers brengen de middelen voor het Vitaliseringsfonds in. Dit zijn het Rijk, provincie Fryslân, gemeenten Leeuwarden en Harlingen. De bijdrage per financier verschilt.
- Gemeente Waadhoeke levert geen cofinanciering voor deze programmalijn. Maar, op totaalniveau van de regiodeal leveren de verschillende gemeenten wel ongeveer evenveel cofinanciering.
- Een deel van de cofinanciering is reeds toebedeeld aan een thema of project. Deze middelen moeten aan het specifieke thema of projecten worden besteed, zie hoofdstuk 3.2.
In Tabel 1 staan de bedragen die de financiers van de Regio Deal inbrengen. Daarnaast staat als toelichting opgenomen of de middelen vrij besteedbaar zijn of al toebedeeld zijn aan een project of thema, en zo ja, aan welk project of thema. In totaal is € 13.550.000,- beschikbaar voor projecten. Hiervan is € 7.419.980 vrij besteedbaar, dit vormt het budget voor het Vitaliseringsfonds.
Verdeling van cofinanciering binnen Programmalijn 2A van Regiodeal Noardwest-Fryslân
| Bron | Bedrag | Toelichting |
| Rijk (a) | € 6.750.000,- | Betreft de Rijksbijdrage in Programmalijn 2A. Het bedrag is vrij besteedbaar, binnen de kaders van de regiodeal. |
| Provincie | € 1.169.980,- | Het bedrag is vrij besteedbaar, binnen de kaders van de regiodeal. |
| Wetterskip | € – | Het Wetterskip heeft geen cofinanciering in Programmalijn 2A. |
| Harlingen
Leeuwarden Waadhoeke |
€ 1.438.266,-
€ 4.541.754,- € – |
Geheel bestemd voor specifieke projecten, niet vrij besteedbaar. Onder andere bestemd voor projecten gericht op de zorg.
Geheel bestemd voor specifieke projecten, niet vrij besteedbaar. € 2 miljoen is bestemd voor Revitalisering centrum Stiens. Het overige bedrag wordt ingezet voor het project innovatie in de zorg. De gemeente Waadhoeke levert geen cofinanciering in programmalijn 2A. De verdeling tussen de gemeenten van cofinanciering over de hele regiodeal is ongeveer gelijk. |
| Totaal bedrag | € 13.900,- | |
| Operationele kosten | € 350.000,- | € 250.000,- is reeds geaccordeerd ten behoeve van onderzoek en opdracht opzetten instrument Vitaliseringsfonds |
| Beschikbaar voor projecten
Specifieke projecten |
€ 13.550,-
€ 5.980.020,- + € 150.000,- |
Zie toelichting budget Harlingen en Leeuwarden, dit budget is niet beschikbaar in het Vitaliseringsfonds. Voor het project Stichting Herstel Dorpen en Bildtdijken wordt een aparte aanvraag gedaan uit de rijksbijdrage van € 6.750.000,- waarin € 150.000,- bijdrage gevraagd wordt uit de Regiodealmiddelen. |
| Totaal vrij besteedbaar | € 7.419.980,- | Dit budget wordt ingezet voor het Vitaliseringsfonds. |
Tabel 1. Opbouw financiering instrument en kaders cofinanciering
De rijksbijdrage en de bijdrage van de provincie is in te zetten voor projecten in de gehele regio. De cofinanciering van de gemeenten is beschikbaar als budget voor specifieke projecten, deze vinden veelal in de eigen gemeente plaats.
3.2 Projecten cofinanciering - budget specifieke projecten
In totaal is € 5.980.020 beschikbaar vanuit cofinanciering van gemeenten Leeuwarden en Harlingen. Dit budget is bestemd voor specifieke projecten en vormt geen onderdeel van het budget voor het Vitaliseringsfonds. Zodoende hoeven deze projecten niet per sé te voldoen aan alle criteria (zie 5.3) van dit instrument. Wel is het noodzakelijk dat deze projecten aansluiten bij de doelen van de regiodeal en de afspraken uit het convenant. Dat is het geval. Ook deze projecten kunnen aanspraak maken op budget uit het instrument. Als ze hiervoor een aanvraag indienen moet de aanvraag en het project vanzelfsprekend wel voldoen aan de criteria van het instrument. Hieronder tonen we een overzicht van de projecten waar de cofinanciering van Leeuwarden en Harlingen wordt ingezet.
| Gemeente | Projectonderwerp | Korte beschrijving | Bedrag cofinanciering |
| Leeuwarden | Revitalisering centrum Stiens | Het centrum van Stiens wordt gerevitaliseerd zodat het aantrekkelijker wordt. Hiermee wordt de leefbaarheid in Stiens, maar ook in de regio verder verbeterd | € 2.000.000,- |
| Leeuwarden | Innovatie in de zorg | Verdeeld over vier onderdelen worden projecten uitgevoerd; Sterke sociale basis, Preventie (bevorderen gezondheid), innovatie/technologie, Slimmere aanbiedstructuur | € 2.541.754,- |
| Harlingen | (Gezondheids) zorg in Harlingen | Harlingen bekijkt hoe de (gezondheids) zorgvraag er voor de komende jaren uit gaat zien en op welke toekomstbestendige locatie hier invulling aan kan worden gegeven waarbij de leefbaarheid en het voorzieningenniveau structureel verbeterd. De uitkomsten vormen de basis voor de verdere uitvoering die ook (gedeeltelijk) met dit budget wordt opgepakt | € 1.438.266,- |
| Totaal | € 5.980.020,- |
Bijdrage Regiodealmiddelen – specifiek project Stichting Bildtdijken
Naast bovengenoemde projecten, die vanuit cofinanciering worden gefinancierd, is er het project Stichting Herstel Dorpen en Bildtdijken. De Stichting adviseert over verbouw en verduurzaming van woningen aan de Bildtdijken. Voor dit project wordt € 150.000,- gereserveerd uit de Regiodealmiddelen. Voor dit project wordt een aparte bijdrage uit de Regiodealmiddelen aangevraagd.
3.3 Verdeling vrij besteedbaar budget per gemeente
De betrokken partijen wensen allemaal effect te ondervinden van de middelen uit het Vitaliseringsfonds. Daarom spreken de gemeenten af dat minimaal de volgende bedragen vanuit het Vitaliseringsfonds landen in de verschillende gemeenten.
Onderstaande bedragen zullen de drie gemeenten dus minimaal ontvangen.
| Gemeente | Minimale bedrag vrij besteedbaar budget |
| Waadhoeke | 1,65 miljoen |
| Harlingen | 1,4 miljoen |
| Leeuwarden | 1,4 miljoen |
Met deze minimale bedragen per gemeente wordt geborgd dat alle deelnemende gemeenten positieve effecten ondervinden van de middelen in het Vitaliseringsfonds. Het is niet gekaderd waar het overige bedrag (ruim € 3 mln.) moet landen. Dat hangt af van de kwaliteit van de projecten, dat staat voorop, zie hoofdstuk 5.
Waadhoeke heeft in programmalijn 2A geen cofinanciering opgevoerd. Leeuwarden en Harlingen hebben dat wel. Echter, op regiodeal niveau is de cofinanciering vanuit de drie gemeenten ongeveer even hoog. Aangezien de cofinanciering vanuit Leeuwarden en Harlingen voornamelijk gaat landen in die gemeenten, is het minimale bedrag vanuit het Vitaliseringsfonds dat moet landen in Waadhoeke hoger dan het bedrag voor Leeuwarden en Harlingen.
Waarschijnlijk worden ook projecten ingediend die effect hebben in de hele regio. Bij deze projecten wordt door de gemeente Leeuwarden als coördinator ingeschat welk deel van de effecten landt in de verschillende gemeenten. Dit deel van de verstrekte financiering telt mee in de optelsom tot de minimum bedragen per gemeente.
In de praktijk sturen we op een zo gelijk mogelijke verdeling van de beschikbare middelen, ook het deel dat niet valt binnen de minimale bedragen per gemeente. Dat doen we door na iedere tranche te kijken hoe de verdeling is per gemeente en thema. In aanloop naar volgende tranches jagen we projecten in de gemeenten en rond de thema’s met relatief weinig projecten extra aan. Mocht dit onvoldoende zijn sturen we drastischer bij, zie hiervoor hoofdstuk 5.4.
4. Doelgroepen & samenhang
4.1 Doelgroepen
Het Vitaliseringsfonds richt zich op projecten die een aantoonbare bijdrage leveren aan de brede welvaart in de regio. De gebieden waarop de regiodeal betrekking heeft zijn de gemeenten Harlingen en Waadhoeke en het noordwestelijke deel van gemeente
Leeuwarden. Dit betekent dat de projecten ook in (delen van) dit gebied effect moeten hebben.
De doelgroep van het instrument zijn uiteindelijk de inwoners van de regio, aan hen moeten de projecten ten goede komen. Door de projecten moet de brede welvaart van de inwoners toenemen, nu en in de toekomst. De projecten kunnen zich bijvoorbeeld richten op de volgende, meer specifieke, groepen:
- Winkelpubliek-/bezoekers
- Scholieren
- Zorgpatiënten
- Senioren met lage sociaaleconomische status
- Thuiswonende ouderen
- Ondernemers, bijvoorbeeld in de zorgsector.
Wie kan aanvragen?
Het Vitaliseringsfonds komt beschikbaar voor gemeenten, verenigingen, stichtingen en ondernemingen. Voor ondernemingen geldt dat zij moeten aantonen dat zij met minimaal vier samenwerkingspartners (overheden, verenigingen, stichtingen en/of ondernemingen) samenwerken. Dit kan aangetoond worden door bijvoorbeeld een samenwerkings- overeenkomst of anderszins op een overtuigende manier aannemelijk maken. De aanvragers doen aanvragen voor activiteiten en projecten in het gebied van de regiodeal. Alleen in uitzonderingsgevallen (regionale samenwerking met een aangrenzend regiodealgebied) kan hier van afgeweken worden.
4.2 Samenhang met andere instrumenten
Voor projecten in (Noardwest-)Fryslân zijn ook andere financieringsbronnen beschikbaar. Het ging in 2024 om:
| Financieel instrument | Totaal beschikbaar in 2024 (€) |
| Iepen Mienskipsfûns | € 8.500.000,- |
| IMF Ferduorsumjen Mienskipsgebouwen | € 2.000.000,- |
| Leader Noardwest-Fryslân | € 397.987,- |
| Fryslân Ferbynt 2024 | € 250.000,- |
Naast deze instrumenten zijn ook Europese fondsen en andere Rijksmiddelen mogelijk relevant voor de projecten die met dit instrument gefinancierd kunnen worden. Dit instrument moet aanvullend werken op reeds beschikbare financiële instrumenten. Bij de instrumenten in bovenstaande tabel geldt een maximaal subsidiebedrag van €125.000,-. Om aanvullend te zijn wordt in dit instrument gekozen om structuurversterking en, daaruit volgend, grotere projecten als uitgangspunt te nemen.
5. Wijze van verstrekken middelen: de financieringsmethodiek
5.1 Inleiding
De eerdere hoofdstukkenzijn het belangrijkste vertrekpunt voor de inrichting van het Vitaliseringsfonds. Daarnaast vormen ook ingediende formats van projectideeën een basis voor de inrichting van het Vitaliseringsfonds.
De tendersubsidie lijkt de best passende methode om toe te passen. In dit hoofdstuk staat deze wijze beschreven, met ook de argumentatie om te kiezen voor deze wijze.
Ook staan in dit hoofdstuk de criteria voor projecten en de methode om projecten te beoordelen en vervolgens van financiering te voorzien.
5.2 Tendersubsidie
Aan de betrokken gemeenten is gevraagd om in kaart te brengen welke projectideeën in beeld zijn. In december 2024 spelen er 17 projectideeën. Deze zijn verdeeld over de gemeenten, thema’s en doelen van de regiodeal. Wat opvalt is dat een groot deel van deze ideeën, ongeveer twee derde van alle ideeën, zich in een eerste fase van projectontwikkeling bevindt: de ideefase. Deze projecten hebben tijd nodig om door te ontwikkelen naar een investeringsgereed project.
Om deze reden is het onverstandig, waarschijnlijk ook onmogelijk, om bij vaststelling van dit fondsplan projecten te kiezen die financiering ontvangen. Wel is het wenselijk dat projecten die wel snel van start kunnen, ook daadwerkelijk snel kunnen starten.
De best passende wijze van het verstrekken van de middelen is een tendersubsidie. Deze methode wordt ook toegepast bij andere soortgelijke financiële instrumenten, waaronder de Regiodeal Zuidoost Fryslân. Hieronder staat stapsgewijs beschreven hoe een tendersubsidie voor het Vitaliseringsfonds gaat werken:
| 1. | Concreet wordt op die momenten een deadline gesteld waarop projecten uiterlijk ingediend kunnen worden. |
| 2. | Per moment is een maximaal bedrag beschikbaar. |
| 3. | De projecten die voldoen aan de criteria worden daadwerkelijk beoordeeld. |
| 4. | Een commissie van (nader te bepalen) experts met een goede kennis van de regio beoordeelt de ingediende projecten. |
| 5. | De projecten die het meest bijdragen aan de doelen krijgen de hoogste score. |
| 6. | Het beschikbare bedrag van de tranche wordt verdeeld over de projecten met de hoogste scores. |
| 7. | Als er voldoende budget beschikbaar is voor alle ingediende projecten, krijgen de projecten met minimaal 13 punten (zie 5.3) de gevraagde financiering. |
| 8. | Het kan ook zo zijn dat het beschikbare budget niet volstaat om alle ingediende projecten te financieren. In dat geval krijgt eerst het project met de hoogste score de de gevraagde financiering, vervolgens het project met de één na hoogste score. Dit gaat door totdat het beschikbare budget vergeven is óf totdat er geen projecten meer zijn die minimaal 13 punten scoren. |
| 9. | De lijst met goedgekeurde projecten worden ter vaststelling voorgelegd bij de bestuurstafel van de regiodeal. Deze stelt de financiering voor de projecten formeel vast, zie ook hoofdstuk 6.2. |
Met deze werkwijze kunnen alle partijen aanspraak maken op het budget. Het kan dus zijn dat projecten van gemeenten niet worden gehonoreerd, terwijl projecten van derden wel gehonoreerd worden. Echter, blijkbaar beoordelen onafhankelijke expert met een goed beeld van de regio deze projecten van derden dan als projecten die een grotere bijdrage aan de doelen van de regiodeal hebben. Met deze werkwijze wordt het maatschappelijk effect van de euro’s in het Vitaliseringsfonds gemaximaliseerd.
De tranches worden als volgt beschikbaar gesteld:
| Tranchenummer | Datum deadline indienen | Beschikbaar budget |
| 1. | 30 oktober 2025 | € 3.000.000,- |
| 2. | 23 januari 2026 | € 2.350.000,- |
| 3. | 20 november 2026 | € 2.069.980,- |
| Totaal | € 7.419.980,- |
Gekozen is om het zwaartepunt van de beschikbare middelen bij de vroegere tranches te leggen. Daarmee wordt de kans dat goede projecten geen doorgang kunnen vinden verkleind. Budget dat eventueel overblijft wordt doorgeschoven naar een volgende tranche. In elke tranche is voldoende budget beschikbaar om de beste projecten te kunnen financieren.
Voor de tendersubsidie moeten aanvragers in bezwaar en beroep kunnen gaan. Daarvoor moet een bezwaar- en beroepsprocedure worden opgetuigd. Hiervoor wordt aangesloten bij bestaande processen van de coördinerende partij tijdens de beoordeling, gemeente Leeuwarden.
Verder wordt een hardheidsclausule opgenomen. Hiermee wordt het, enkel met zwaarwegende redenen, mogelijk om af te wijken van bepalingen in de regeling. Zo kan bijvoorbeeld, bij zwaarwegende redenen, worden afgeweken van minimaal en maximaal aanvraagbedrag (zie 5.3), van het maximaal budget per tranche, of van de verdeling per gemeente (zie hoofdstuk 3.3).
5.3 Criteria voor aanvragers
Projecten komen in aanmerking voor financiering uit het Vitaliseringsfonds wanneer ze structuurversterkend zijn. Daarvoor hanteren we de volgende definitie:
| Definitie Structuurversterken (een project is structuurversterkend wanneer het effect dat het project teweegbrengt) | |
| 1. Blijvend is: | Daarvoor moet het effect blijvend zijn en minimaal 5 jaar moet het effect aantoonbaar doorwerken in Noardwest-Fryslân. |
| 2. Versterkend is: | Het project is trend-doorbrekend en vernieuwend. Bij problemen waar nu een oplossing ontbreekt is het project doelgericht en slagvaardig. Bij problemen waar al initiatief op wordt genomen moet het project een duidelijke “plus” zijn ten opzichte van de huidige initiatieven. |
| 3. Omvangrijk is: | Projecten hebben een bepaalde omvang nodig om daadwerkelijk structuurversterkend te zijn. Kleine projecten dragen niet of onvoldoende bij aan structuurversterking. |
Om te borgen dat projecten structuurversterkend zijn, moeten projecten voldoen aan bepaalde criteria om in aanmerking te komen. Als aanvragen niet voldoen aan onderstaande criteria, komen ze niet in aanmerking voor financiering. Deze projecten
worden niet verder in behandeling genomen en worden dus ook niet doorgezet naar de adviescommissie die punten toe gaat dienen aan de projecten, zie 5.3.
Deze criteria moeten een prikkel geven aan aanvragers om na te denken over een structuurversterkend karakter in de aanvraag. Een aantal criteria kan objectief beoordeeld worden, bijvoorbeeld het minimum bedrag. Een aantal criteria kan niet voordat het project start objectief beoordeeld worden, bijvoorbeeld het criterium dat spreekt over een langjarig effect. Bij deze criteria moet de aanvrager beschrijven waarom het project voldoet aan het criterium. Als deze beschrijving te volgen is, voldoet de aanvraag aan het criterium. Hier zijn geen complexe berekeningen voor nodig.
Indieners van projecten moeten in de aanvraag aannemelijk maken dat onderstaande punten van toepassing zijn:
- Blijvend effect; het effect van een project minimaal 5 jaar voelbaar voor inwoners. Als dit bij de start van het project niet duidelijk is, moet tijdens het project gewerkt
worden aan dit langjarige effect. - Versterkend: project heeft vernieuwende elementen in zich (bijvoorbeeld aanpak of samenwerking) en leidt tot een extra impuls ten opzichte van de inzet die al gepleegd wordt.
- Omvangrijk: Minimale aanvraagbedrag is € 162.500,-. Gezien het instrument maximaal 65% (zie hierna) van de projectkosten bijdraagt betekent dit dat de minimale totale kosten van het project € 250.000,- zijn.
- Het maximale aanvraagbedrag bedraagt € 750.000,-.
- De bijdrage vanuit het instrument bedraagt maximaal 65% van de totale projectkosten.
- Welke kosten zijn subsidiabel:
- De kosten ten behoeve van een activiteit waarvoor een onderzoek (zoals bijvoorbeeld een haalbaarheids- of archeologisch onderzoek) noodzakelijk is, kunnen voor subsidie in aanmerking komen. De kosten van onderzoek zijn subsidiabel tot een maximum van 20% van de totale projectkosten.
- Eigen uren en uren voor de inhuur van personeel zijn subsidiabel tot een bedrag van 75% van de totale projectkosten.
- Exploitatiekosten (beheerkosten) zijn niet subsidiabel.
- Als het kan moet het projectresultaat fysiek dan wel digitaal te bezoeken zijn. Als dat niet mogelijk is legt de aanvrager uit waarom dat niet mogelijk is.
- Projecteigenaar deelt actief kennis van het project in de regio en daarbuiten. Zo kunnen goede ideeën opgeschaald worden naar andere delen van de regio of naar andere regio’s. In de aanvraag legt aanvrager uit hoe kennis wordt gedeeld.
- Het project richt zich op minimaal één van de thema’s die centraal staan. Dit zijn wonen, zorg en onderwijs.
- Projecten dragen bij aan minimaal één van de volgende doelen die centraal staan in de Regiodeal:
- ontwikkelingsmogelijkheden en kansen voor jongeren;
- een gezonde leefomgeving;
- vitale kernen en dorpen;
- een goede bereikbaarheid.
5.4 Scoringsmethodiek
De projecten die voldoen aan de criteria uit 5.3 worden vervolgens beoordeeld door een commissie van experts, zie hoofdstuk 6. Deze experts geven alle projecten die voldoen aan de criteria uit 5.3 een score. Deze score bedraagt maximaal 25 punten en wordt opgebouwd uit vier indicatoren. Per indicator is een maximaal aantal punten te behalen:
| a. | 7 punten voor de mate waarin het initiatief een relatie heeft met de thema’s en doelen van de Regiodeal |
| b. | 7 punten voor de mate waarin het initiatief bijdraagt aan de leefbaarheid van (prioritaire) kernen in de regio Noardwest-Fryslân en/of een regionaal gemeente overstijgend karakter heeft. |
| c. | 7 punten voor de mate waarin het initiatief bijdraagt aan de lange termijn structuur in de regio Noardwest-Fryslân en er samenwerkingen worden opgezocht. |
| d. | 4 punten voor de mate waarin het initiatief innovatief en/of experimenteel is. |
Alle projectaanvragen die meer dan 13 punten behalen kunnen gefinancierd worden. Uitputting van de middelen gebeurt op basis van een rangschikking van de scores. Het project met de hoogste score ontvangt als eerste het benodigde bedrag, dan het project met de één-na-hoogste score, enzovoort. Als er twee of meer projecten zijn met een gelijke score vindt loting plaats. In hoofdstuk 3.3 staan minimale bedragen die moeten landen in de verschillende gemeenten. Na iedere tranche wordt een overzicht opgemaakt, waaruit onder andere duidelijk wordt welk deel van het budget landt in de verschillende gemeenten. Het kan zijn dat de balans scheef is. In dat geval worden projecten in gemeenten met een te laag aantal projecten extra aangejaagd.
Het is mogelijk dat bij tranche twee of drie blijkt dat het minimale bedrag in een gemeente niet gehaald wordt. In dat extreme geval worden projecten die landen in deze gemeente gefinancierd, ook als ze een lagere score krijgen van de adviescommissie. Deze projecten moeten nog steeds voldoen aan de criteria uit 5.3 en minimaal 13 punten halen bij de adviescommissie.
6. Governance
6.1 Beheer middelen
Het fondsbeheer wordt belegd bij gemeente Leeuwarden. Als trekker van programmalijn 2A past die rol bij hen. Dit betekent niet dat enkel gemeente Leeuwarden gaat over de beoordeling van projecten. In hoofdstuk 7 staat beschreven welke taken horen bij deze rol van ambtelijk secretaris. € 50.000 van de gereserveerde operationele kosten worden beschikbaar gesteld aan gemeente Leeuwarden om iemand aan te stellen als ambtelijk secretaris.
6.2 Adviescommissie: experts uit de regio
Voor de beoordeling wordt een commissie van experts ingesteld. Deze commissie geeft alle ingediende projecten een score. In de komende periode worden geschikte kandidaten gevraagd voor deze commissie. Daarbij is aandacht voor de volgende punten:
- Het is wenselijk dat drie of vijf personen zitting nemen in deze commissie;
- De experts hebben kennis van de thema’s wonen, zorg en/of onderwijs in de regio;
- De experts kennen de regio goed en hebben een duidelijk beeld bij wat de regio nodig heeft om te werken aan de doelen van de regiodeal;
- De experts zijn afkomstig uit verschillende delen van de regio.
In de komende periode verkennen we de inzetbaarheid van geschikte personen uit de reeds actieve Leader adviescommissie.
De scores voor de verschillende projecten gelden als advies voor de bestuurstafel. Dit advies wordt overgenomen, behalve als er zwaarwegende redenen zijn om het advies niet over te nemen. Dat kan bijvoorbeeld bij projecten die wettelijk gezien niet uitgevoerd mogen worden. Na iedere tranche wordt ter informatie ook een overzicht gedeeld met de bestuurstafel. In dit overzicht zijn in ieder geval opgenomen een lijst met de projecten en de verdeling over de verschillende gemeenten en thema’s wonen, zorg en onderwijs.
€ 10.000,- van de gereserveerde operationele kosten worden beschikbaar gesteld om de adviescommissie hun werk te laten doen (denk aan vergaderkosten, werkbezoek e.d.).
Na akkoord op de inhoud van dit plan, wordt deze aanpak vertaald naar een regelingstekst. Vervolgens kan deze vastgesteld worden. Na bekendmaking van de regeling start de communicatie op. Doel is dat in ieder geval de belangrijke partijen in de regio, die zich richten op de thema’s wonen, zorg en onderwijs, de regeling kennen. Gemeente Leeuwarden coördineert de communicatie. Het proces van een aanvraag in de uitvoering loopt als volgt.
| Nummer | Processtap |
| 1. | Een aanvraag wordt voor de deadline van de tranche ingediend bij het subsidieloket van gemeente Leeuwarden. Hiervoor wordt een aanvraagformulier opgesteld en beschikbaar gesteld. Streven is om dit formulier niet te zwaar te maken, waarbij wel alle relevante informatie duidelijk moet worden. |
| 2. | Gemeente Leeuwarden stuurt een ontvangstbevestiging naar de aanvrager zodra de aanvraag is ontvangen. |
| 3. | De ambtelijk secretaris van het Vitaliseringsfonds (gemeente Leeuwarden) toetst of de aanvraag voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen, zie 5.2. |
| 4. | De aanvragen die voldoen aan de criteria worden doorgestuurd naar de coördinator van de adviescommissie, de leden ontvangen de aanvragen voor een overleg. |
| 5. | Tijdens een overleg van de adviescommissie komt de commissie tot een gezamenlijke score per project. |
| 6. | Gemeente Leeuwarden ontvangt deze scores en gaat na welke projecten recht hebben op financiering. |
| 7. | De bestuurstafel stelt de lijst met projecten die financiering ontvangen formeel vast, zie ook hoofdstuk 6.2. |
| 8. | Gemeente Leeuwarden stuurt beschikkingen naar alle aanvragers, ofwel met een goedkeuring of met een afwijzing. |
De aanvragers waarvan de aanvraag is goedgekeurd sturen periodiek een voortgangsrapportage, conform de bepalingen in de beschikking. Uit deze voortgangsrapportage moet duidelijk worden of de beoogde resultaten ook behaald worden. Budget dat niet is uitgegeven wordt terugbetaald. Voor de uitvoering worden in de komende periode in ieder geval de volgende zaken verder uitgewerkt:
- Concept subsidieregeling
- Aanvraagformulier
- Communicatiestrategie
- Beroeps- en bezwaarprocedure
- Formats ten behoeve van rapportage
- Leden adviescommissie inclusief taakomschrijving
- Takenlijst ambtelijk secretaris gemeente Leeuwarden
7. Uitvoering
Na akkoord op de inhoud van dit plan, wordt deze aanpak vertaald naar een regelingstekst. Vervolgens kan deze vastgesteld worden. Na bekendmaking van de regeling start de communicatie op. Doel is dat in ieder geval de belangrijke partijen in de regio, die zich richten op de thema’s wonen, zorg en onderwijs, de regeling kennen. Gemeente Leeuwarden coördineert de communicatie. Het proces van een aanvraag in de uitvoering loopt als volgt.
| Nummer | Processtap |
| 1. | Een aanvraag wordt voor de deadline van de tranche ingediend bij het subsidieloket van gemeente Leeuwarden. Hiervoor wordt een aanvraagformulier opgesteld en beschikbaar gesteld. Streven is om dit formulier niet te zwaar te maken, waarbij wel alle relevante informatie duidelijk moet worden. |
| 2. | Gemeente Leeuwarden stuurt een ontvangstbevestiging naar de aanvrager zodra de aanvraag is ontvangen. |
| 3. | De ambtelijk secretaris van het Vitaliseringsfonds (gemeente Leeuwarden) toetst of de aanvraag voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen, zie 5.2. |
| 4. | De aanvragen die voldoen aan de criteria worden doorgestuurd naar de coördinator van de adviescommissie, de leden ontvangen de aanvragen voor een overleg. |
| 5. | Tijdens een overleg van de adviescommissie komt de commissie tot een gezamenlijke score per project. |
| 6. | Gemeente Leeuwarden ontvangt deze scores en gaat na welke projecten recht hebben op financiering. |
| 7. | De bestuurstafel stelt de lijst met projecten die financiering ontvangen formeel vast, zie ook hoofdstuk 6.2. |
| 8. | Gemeente Leeuwarden stuurt beschikkingen naar alle aanvragers, ofwel met een goedkeuring of met een afwijzing. |
De aanvragers waarvan de aanvraag is goedgekeurd sturen periodiek een voortgangsrapportage, conform de bepalingen in de beschikking. Uit deze voortgangsrapportage moet duidelijk worden of de beoogde resultaten ook behaald worden. Budget dat niet is uitgegeven wordt terugbetaald. Voor de uitvoering worden in de komende periode in ieder geval de volgende zaken verder uitgewerkt:
- Concept subsidieregeling
- Aanvraagformulier
- Communicatiestrategie
- Beroeps- en bezwaarprocedure
- Formats ten behoeve van rapportage
- Leden adviescommissie inclusief taakomschrijving
- Takenlijst ambtelijk secretaris gemeente Leeuwarden
Inhoudsopgave:
1. Regiodeal – Programmalijn 2A Vitale kernen
1.1 Inleiding
Met de Regiodeal Met de Regio Deal Noardwest-Fryslân werken de gemeenten Harlingen, Waadhoeke, Leeuwarden, Wetterskip Fryslân, de Provincie Fryslân en het Rijk samen aan het versterken van de brede welvaart in de regio Noardwest-Fryslân. Deze samenwerking is gericht op het realiseren van een veerkrachtige en leefbare regio, nu en in de toekomst. Binnen deze samenwerking is, onder programmalijn 2A Vitale kernen, budget gereserveerd. Dit budget bedraagt in totaal € 13,65 miljoen, waarvan € 13,55 miljoen beschikbaar is voor projecten. € 100.000 is bestemd voor operationele kosten. Eerder is reeds € 250.000 besteed aan onderzoek en opzetten van een instrument. In het convenant is afgesproken dat het budget voor projecten beschikbaar komt voor concrete maatregelen in minimaal 10 prioritaire kernen (of wijken) waar de leefbaarheid onder druk staat. Twee projecten die reeds benoemd zijn, zijn de sociaal-innovatieve doorontwikkeling van het ziekenhuis in Harlingen en revitalisering van het centrum in Stiens. Sporen die expliciet genoemd worden in het convenant zijn: Loket woonopgaven, Innovatie in de zorg en Aanpak onderwijs op peil. Voor u ligt de aanpak voor de uitvoering van het Vitaliseringsfonds. Dit is een uitwerking waarin beschreven staat hoe het budget verstrekt wordt aan projecten. Hierin hanteren we de volgende definities voor fonds en instrument.
Totaal beschikbare budget
Het beschikbare budget voor projecten in programmalijn 2A, zijnde €13,55 mln.
Vitaliseringsfonds
Het vrij besteedbare deel van het budget waarvoor een instrument en het proces eromheen wordt ingesteld om dit deel van het budget beschikbaar te stellen aan projecten, zijnde € 7.419.980 (zie hoofdstuk 3 voor onderbouwing). In deze aanpak wordt de inrichting van het Vitaliseringsfonds verder uitgewerkt.
Budget voor specifieke projecten
Het deel van het totaal beschikbare budget dat besteed wordt aan specifieke projecten, zijnde € 6.130.020. Dit budget wordt niet via het Vitaliseringsfonds verstrekt. Deze projecten moeten wel bijdragen aan de doelen van de Regiodeal en aan Vitale kernen.
1.2 Beoogd effect
Hieronder beschrijven we de input, proces, output en outcome van het totaal beschikbare budget. Het beschrijft de verschillende aspecten van het Vitaliseringsfonds zodra dat operationeel is, niet de aspecten voor de ontwikkeling van het instrument.
Input
De input bestaat uit:
- Beschikbaar budget: Het totaal beschikbare budget dat beschikbaar is voor projecten bedraagt € 13,55 miljoen euro. Hiervan komt € 7.419.980 beschikbaar voor het Vitaliseringsfonds, voor dit deel wordt een instrument opgezet. Het bedrag is ingelegd door de partijen binnen de Regio Deal: Rijk, provincie en verschillende gemeenten.
- In-kind en projectontwikkeling: Naast financiële bijdragen is er ook sprake van in-kind bijdragen van de deelnemende partijen. Deze in-kind bijdrage wordt ingezet voor zowel de uitvoering van het instrument als voor de ontwikkeling van de projecten.
Proces
Verstrekken budget aan projecten: Om het budget uit het vrij besteedbare deel te verstrekken wordt een instrument opgezet. Dit plan van aanpak werkt dit instrument verder uit. Met dit instrument wordt budget verstrekt aan projecten die voldoen aan de criteria van het instrument en die voldoende bijdragen aan de doelen van de regiodeal en structuurversterking van de regio. Dit proces omvat onder andere het indienen van de aanvraag, de beoordeling en de verantwoording en rapportage.
Output
De projecten vormen de output van het instrument. Het doel van het Vitaliseringsfonds is om projecten te financieren die de leefbaarheid in de regio Noardwest-Fryslân versterken. De projecten die gerealiseerd worden met financiering vanuit het instrument zijn structuurversterkend en kunnen onder andere bijdragen aan één of meerdere van deze thema’s:
- Wonen: Zorgen voor een betere kwaliteit van de woon- en leefomgeving, zoals passend woonaanbod, verduurzaming, ruimtelijke kwaliteitsverbetering, benutten bestaand bebouwd gebied, etc.
- Welzijn/gezondheid en zorg (hierna: Zorg): Creëren van gezonde en passende woon- en leefomgevingen, en vernieuwend zorgaanbod, vooral voor ouderen en zorgbehoevenden.
- Onderwijs: Verbeteren van onderwijsvoorzieningen om optimale ontwikkelingskansen voor kinderen en jongeren te bieden.
Deze thema’s sluiten aan bij de doelen van de regio deal. Deze doelen zijn Ontwikkelingsmogelijkheden en kansen voor jongeren, Een gezonde leefstijl, Vitale kernen en dorpen en Een goede bereikbaarheid.
Outcome
Bij outcome draait het om de effecten die de output teweegbrengt. Dus, wat leveren de projecten op voor de Mienskip? De projecten moeten bijdragen aan de brede welvaart in de regio. De doelen waaraan de projecten bij moeten dragen, komen overeen met de doelen van de regiodeal. Deze doelen staan benoemd in hoofdstuk 5.3.
Figuur 1: input, proces, output en outcome van het instrument
| Input | Proces | Output | Outcomes |
| € 13,55 miljoen + in-kind inzet |
Instrument + Ontwikkeling projecten |
Projecten in minimaal 10 kernen | Brede Welvaart verbeterd in Noardwest-Fryslân |
2. Kaders instrument
Hieronder beschrijven we de kaders en aandachtspunten waarmee rekening gehouden wordt bij de uitwerking van het instrument.
2.1 Aandachtspunten bij ontwikkeling instrument
| Kader | Beschrijving |
| Geografische focus | Door de financieringen vanuit het instrument moeten (minimaal) tien kernen of wijken in Noardwest-Fryslân verstrekt worden. Bij voorkeur kernen of wijken waar de leefbaarheid onder druk staat of dreigt te staan. |
| Cofinanciering | Een gedeelte van de toegezegde cofinanciering is al ‘gelabeld’ aan projecten. Deze delen van het budget kunnen daarmee niet aan andere projecten worden verstrekt dan het project waar het geld voor is gelabeld. |
| Specifieke Uitkering (SPUK) | De financiering vanuit het fonds moet worden ingezetconform de richtlijnen van de specifieke uitkering zoals verstrekt door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). |
| Thema’s | Het instrument is beschikbaar voor meerdere thema’s die een positief effect hebben op de leefbaarheid in de regio. Dit zijn wonen, zorg en onderwijs. |
| Aandacht voor opschaling | Kernen en wijken hebben met dezelfde typen opgaven te maken. Daarom is in het instrument aandacht voor kansen voor opschaling en kennisuitwisseling. |
| Structurele effecten | De projecten die worden gerealiseerd moeten zoveel mogelijk leiden tot structurele effecten. De eenmalige investering nu leidt tot blijvend effect. |
| Innovatief | Met het instrument wordt gestimuleerd om innovatieve projecten op te zetten die vernieuwende elementen in zich hebben. |
| Lerende en adaptieve aanpak | Projectaanvragen worden uitgedaagd om na te denken over een lerende en adaptieve aanpak. Daarmee is het mogelijk om bij te sturen ten tijde van het project. |
3. Financiering en cofinanciering
3.1 Herkomst budget en financiële kaders
De volgende punten vormen het vertrekpunt voor de financiële kaders bij het verstrekken van de beschikbare middelen.
- Verschillende financiers brengen de middelen voor het Vitaliseringsfonds in. Dit zijn het Rijk, provincie Fryslân, gemeenten Leeuwarden en Harlingen. De bijdrage per financier verschilt.
- Gemeente Waadhoeke levert geen cofinanciering voor deze programmalijn. Maar, op totaalniveau van de regiodeal leveren de verschillende gemeenten wel ongeveer evenveel cofinanciering.
- Een deel van de cofinanciering is reeds toebedeeld aan een thema of project. Deze middelen moeten aan het specifieke thema of projecten worden besteed, zie hoofdstuk 3.2.
In Tabel 1 staan de bedragen die de financiers van de Regio Deal inbrengen. Daarnaast staat als toelichting opgenomen of de middelen vrij besteedbaar zijn of al toebedeeld zijn aan een project of thema, en zo ja, aan welk project of thema. In totaal is € 13.550.000,- beschikbaar voor projecten. Hiervan is € 7.419.980 vrij besteedbaar, dit vormt het budget voor het Vitaliseringsfonds.
Verdeling van cofinanciering binnen Programmalijn 2A van Regiodeal Noardwest-Fryslân
| Bron | Bedrag | Toelichting |
| Rijk (a) | € 6.750.000,- | Betreft de Rijksbijdrage in Programmalijn 2A. Het bedrag is vrij besteedbaar, binnen de kaders van de regiodeal. |
| Provincie | € 1.169.980,- | Het bedrag is vrij besteedbaar, binnen de kaders van de regiodeal. |
| Wetterskip | € – | Het Wetterskip heeft geen cofinanciering in Programmalijn 2A. |
| Harlingen
Leeuwarden Waadhoeke |
€ 1.438.266,-
€ 4.541.754,- € – |
Geheel bestemd voor specifieke projecten, niet vrij besteedbaar. Onder andere bestemd voor projecten gericht op de zorg.
Geheel bestemd voor specifieke projecten, niet vrij besteedbaar. € 2 miljoen is bestemd voor Revitalisering centrum Stiens. Het overige bedrag wordt ingezet voor het project innovatie in de zorg. De gemeente Waadhoeke levert geen cofinanciering in programmalijn 2A. De verdeling tussen de gemeenten van cofinanciering over de hele regiodeal is ongeveer gelijk. |
| Totaal bedrag | € 13.900,- | |
| Operationele kosten | € 350.000,- | € 250.000,- is reeds geaccordeerd ten behoeve van onderzoek en opdracht opzetten instrument Vitaliseringsfonds |
| Beschikbaar voor projecten
Specifieke projecten |
€ 13.550,-
€ 5.980.020,- + € 150.000,- |
Zie toelichting budget Harlingen en Leeuwarden, dit budget is niet beschikbaar in het Vitaliseringsfonds. Voor het project Stichting Herstel Dorpen en Bildtdijken wordt een aparte aanvraag gedaan uit de rijksbijdrage van € 6.750.000,- waarin € 150.000,- bijdrage gevraagd wordt uit de Regiodealmiddelen. |
| Totaal vrij besteedbaar | € 7.419.980,- | Dit budget wordt ingezet voor het Vitaliseringsfonds. |
Tabel 1. Opbouw financiering instrument en kaders cofinanciering
De rijksbijdrage en de bijdrage van de provincie is in te zetten voor projecten in de gehele regio. De cofinanciering van de gemeenten is beschikbaar als budget voor specifieke projecten, deze vinden veelal in de eigen gemeente plaats.
3.2 Projecten cofinanciering - budget specifieke projecten
In totaal is € 5.980.020 beschikbaar vanuit cofinanciering van gemeenten Leeuwarden en Harlingen. Dit budget is bestemd voor specifieke projecten en vormt geen onderdeel van het budget voor het Vitaliseringsfonds. Zodoende hoeven deze projecten niet per sé te voldoen aan alle criteria (zie 5.3) van dit instrument. Wel is het noodzakelijk dat deze projecten aansluiten bij de doelen van de regiodeal en de afspraken uit het convenant. Dat is het geval. Ook deze projecten kunnen aanspraak maken op budget uit het instrument. Als ze hiervoor een aanvraag indienen moet de aanvraag en het project vanzelfsprekend wel voldoen aan de criteria van het instrument. Hieronder tonen we een overzicht van de projecten waar de cofinanciering van Leeuwarden en Harlingen wordt ingezet.
| Gemeente | Projectonderwerp | Korte beschrijving | Bedrag cofinanciering |
| Leeuwarden | Revitalisering centrum Stiens | Het centrum van Stiens wordt gerevitaliseerd zodat het aantrekkelijker wordt. Hiermee wordt de leefbaarheid in Stiens, maar ook in de regio verder verbeterd | € 2.000.000,- |
| Leeuwarden | Innovatie in de zorg | Verdeeld over vier onderdelen worden projecten uitgevoerd; Sterke sociale basis, Preventie (bevorderen gezondheid), innovatie/technologie, Slimmere aanbiedstructuur | € 2.541.754,- |
| Harlingen | (Gezondheids) zorg in Harlingen | Harlingen bekijkt hoe de (gezondheids) zorgvraag er voor de komende jaren uit gaat zien en op welke toekomstbestendige locatie hier invulling aan kan worden gegeven waarbij de leefbaarheid en het voorzieningenniveau structureel verbeterd. De uitkomsten vormen de basis voor de verdere uitvoering die ook (gedeeltelijk) met dit budget wordt opgepakt | € 1.438.266,- |
| Totaal | € 5.980.020,- |
Bijdrage Regiodealmiddelen – specifiek project Stichting Bildtdijken
Naast bovengenoemde projecten, die vanuit cofinanciering worden gefinancierd, is er het project Stichting Herstel Dorpen en Bildtdijken. De Stichting adviseert over verbouw en verduurzaming van woningen aan de Bildtdijken. Voor dit project wordt € 150.000,- gereserveerd uit de Regiodealmiddelen. Voor dit project wordt een aparte bijdrage uit de Regiodealmiddelen aangevraagd.
3.3 Verdeling vrij besteedbaar budget per gemeente
De betrokken partijen wensen allemaal effect te ondervinden van de middelen uit het Vitaliseringsfonds. Daarom spreken de gemeenten af dat minimaal de volgende bedragen vanuit het Vitaliseringsfonds landen in de verschillende gemeenten.
Onderstaande bedragen zullen de drie gemeenten dus minimaal ontvangen.
| Gemeente | Minimale bedrag vrij besteedbaar budget |
| Waadhoeke | 1,65 miljoen |
| Harlingen | 1,4 miljoen |
| Leeuwarden | 1,4 miljoen |
Met deze minimale bedragen per gemeente wordt geborgd dat alle deelnemende gemeenten positieve effecten ondervinden van de middelen in het Vitaliseringsfonds. Het is niet gekaderd waar het overige bedrag (ruim € 3 mln.) moet landen. Dat hangt af van de kwaliteit van de projecten, dat staat voorop, zie hoofdstuk 5.
Waadhoeke heeft in programmalijn 2A geen cofinanciering opgevoerd. Leeuwarden en Harlingen hebben dat wel. Echter, op regiodeal niveau is de cofinanciering vanuit de drie gemeenten ongeveer even hoog. Aangezien de cofinanciering vanuit Leeuwarden en Harlingen voornamelijk gaat landen in die gemeenten, is het minimale bedrag vanuit het Vitaliseringsfonds dat moet landen in Waadhoeke hoger dan het bedrag voor Leeuwarden en Harlingen.
Waarschijnlijk worden ook projecten ingediend die effect hebben in de hele regio. Bij deze projecten wordt door de gemeente Leeuwarden als coördinator ingeschat welk deel van de effecten landt in de verschillende gemeenten. Dit deel van de verstrekte financiering telt mee in de optelsom tot de minimum bedragen per gemeente.
In de praktijk sturen we op een zo gelijk mogelijke verdeling van de beschikbare middelen, ook het deel dat niet valt binnen de minimale bedragen per gemeente. Dat doen we door na iedere tranche te kijken hoe de verdeling is per gemeente en thema. In aanloop naar volgende tranches jagen we projecten in de gemeenten en rond de thema’s met relatief weinig projecten extra aan. Mocht dit onvoldoende zijn sturen we drastischer bij, zie hiervoor hoofdstuk 5.4.
4. Doelgroepen & samenhang
4.1 Doelgroepen
Het Vitaliseringsfonds richt zich op projecten die een aantoonbare bijdrage leveren aan de brede welvaart in de regio. De gebieden waarop de regiodeal betrekking heeft zijn de gemeenten Harlingen en Waadhoeke en het noordwestelijke deel van gemeente
Leeuwarden. Dit betekent dat de projecten ook in (delen van) dit gebied effect moeten hebben.
De doelgroep van het instrument zijn uiteindelijk de inwoners van de regio, aan hen moeten de projecten ten goede komen. Door de projecten moet de brede welvaart van de inwoners toenemen, nu en in de toekomst. De projecten kunnen zich bijvoorbeeld richten op de volgende, meer specifieke, groepen:
- Winkelpubliek-/bezoekers
- Scholieren
- Zorgpatiënten
- Senioren met lage sociaaleconomische status
- Thuiswonende ouderen
- Ondernemers, bijvoorbeeld in de zorgsector.
Wie kan aanvragen?
Het Vitaliseringsfonds komt beschikbaar voor gemeenten, verenigingen, stichtingen en ondernemingen. Voor ondernemingen geldt dat zij moeten aantonen dat zij met minimaal vier samenwerkingspartners (overheden, verenigingen, stichtingen en/of ondernemingen) samenwerken. Dit kan aangetoond worden door bijvoorbeeld een samenwerkings- overeenkomst of anderszins op een overtuigende manier aannemelijk maken. De aanvragers doen aanvragen voor activiteiten en projecten in het gebied van de regiodeal. Alleen in uitzonderingsgevallen (regionale samenwerking met een aangrenzend regiodealgebied) kan hier van afgeweken worden.
4.2 Samenhang met andere instrumenten
Voor projecten in (Noardwest-)Fryslân zijn ook andere financieringsbronnen beschikbaar. Het ging in 2024 om:
| Financieel instrument | Totaal beschikbaar in 2024 (€) |
| Iepen Mienskipsfûns | € 8.500.000,- |
| IMF Ferduorsumjen Mienskipsgebouwen | € 2.000.000,- |
| Leader Noardwest-Fryslân | € 397.987,- |
| Fryslân Ferbynt 2024 | € 250.000,- |
Naast deze instrumenten zijn ook Europese fondsen en andere Rijksmiddelen mogelijk relevant voor de projecten die met dit instrument gefinancierd kunnen worden. Dit instrument moet aanvullend werken op reeds beschikbare financiële instrumenten. Bij de instrumenten in bovenstaande tabel geldt een maximaal subsidiebedrag van €125.000,-. Om aanvullend te zijn wordt in dit instrument gekozen om structuurversterking en, daaruit volgend, grotere projecten als uitgangspunt te nemen.
5. Wijze van verstrekken middelen: de financieringsmethodiek
5.1 Inleiding
De eerdere hoofdstukkenzijn het belangrijkste vertrekpunt voor de inrichting van het Vitaliseringsfonds. Daarnaast vormen ook ingediende formats van projectideeën een basis voor de inrichting van het Vitaliseringsfonds.
De tendersubsidie lijkt de best passende methode om toe te passen. In dit hoofdstuk staat deze wijze beschreven, met ook de argumentatie om te kiezen voor deze wijze.
Ook staan in dit hoofdstuk de criteria voor projecten en de methode om projecten te beoordelen en vervolgens van financiering te voorzien.
5.2 Tendersubsidie
Aan de betrokken gemeenten is gevraagd om in kaart te brengen welke projectideeën in beeld zijn. In december 2024 spelen er 17 projectideeën. Deze zijn verdeeld over de gemeenten, thema’s en doelen van de regiodeal. Wat opvalt is dat een groot deel van deze ideeën, ongeveer twee derde van alle ideeën, zich in een eerste fase van projectontwikkeling bevindt: de ideefase. Deze projecten hebben tijd nodig om door te ontwikkelen naar een investeringsgereed project.
Om deze reden is het onverstandig, waarschijnlijk ook onmogelijk, om bij vaststelling van dit fondsplan projecten te kiezen die financiering ontvangen. Wel is het wenselijk dat projecten die wel snel van start kunnen, ook daadwerkelijk snel kunnen starten.
De best passende wijze van het verstrekken van de middelen is een tendersubsidie. Deze methode wordt ook toegepast bij andere soortgelijke financiële instrumenten, waaronder de Regiodeal Zuidoost Fryslân. Hieronder staat stapsgewijs beschreven hoe een tendersubsidie voor het Vitaliseringsfonds gaat werken:
| 1. | Concreet wordt op die momenten een deadline gesteld waarop projecten uiterlijk ingediend kunnen worden. |
| 2. | Per moment is een maximaal bedrag beschikbaar. |
| 3. | De projecten die voldoen aan de criteria worden daadwerkelijk beoordeeld. |
| 4. | Een commissie van (nader te bepalen) experts met een goede kennis van de regio beoordeelt de ingediende projecten. |
| 5. | De projecten die het meest bijdragen aan de doelen krijgen de hoogste score. |
| 6. | Het beschikbare bedrag van de tranche wordt verdeeld over de projecten met de hoogste scores. |
| 7. | Als er voldoende budget beschikbaar is voor alle ingediende projecten, krijgen de projecten met minimaal 13 punten (zie 5.3) de gevraagde financiering. |
| 8. | Het kan ook zo zijn dat het beschikbare budget niet volstaat om alle ingediende projecten te financieren. In dat geval krijgt eerst het project met de hoogste score de de gevraagde financiering, vervolgens het project met de één na hoogste score. Dit gaat door totdat het beschikbare budget vergeven is óf totdat er geen projecten meer zijn die minimaal 13 punten scoren. |
| 9. | De lijst met goedgekeurde projecten worden ter vaststelling voorgelegd bij de bestuurstafel van de regiodeal. Deze stelt de financiering voor de projecten formeel vast, zie ook hoofdstuk 6.2. |
Met deze werkwijze kunnen alle partijen aanspraak maken op het budget. Het kan dus zijn dat projecten van gemeenten niet worden gehonoreerd, terwijl projecten van derden wel gehonoreerd worden. Echter, blijkbaar beoordelen onafhankelijke expert met een goed beeld van de regio deze projecten van derden dan als projecten die een grotere bijdrage aan de doelen van de regiodeal hebben. Met deze werkwijze wordt het maatschappelijk effect van de euro’s in het Vitaliseringsfonds gemaximaliseerd.
De tranches worden als volgt beschikbaar gesteld:
| Tranchenummer | Datum deadline indienen | Beschikbaar budget |
| 1. | 30 oktober 2025 | € 3.000.000,- |
| 2. | 23 januari 2026 | € 2.350.000,- |
| 3. | 20 november 2026 | € 2.069.980,- |
| Totaal | € 7.419.980,- |
Gekozen is om het zwaartepunt van de beschikbare middelen bij de vroegere tranches te leggen. Daarmee wordt de kans dat goede projecten geen doorgang kunnen vinden verkleind. Budget dat eventueel overblijft wordt doorgeschoven naar een volgende tranche. In elke tranche is voldoende budget beschikbaar om de beste projecten te kunnen financieren.
Voor de tendersubsidie moeten aanvragers in bezwaar en beroep kunnen gaan. Daarvoor moet een bezwaar- en beroepsprocedure worden opgetuigd. Hiervoor wordt aangesloten bij bestaande processen van de coördinerende partij tijdens de beoordeling, gemeente Leeuwarden.
Verder wordt een hardheidsclausule opgenomen. Hiermee wordt het, enkel met zwaarwegende redenen, mogelijk om af te wijken van bepalingen in de regeling. Zo kan bijvoorbeeld, bij zwaarwegende redenen, worden afgeweken van minimaal en maximaal aanvraagbedrag (zie 5.3), van het maximaal budget per tranche, of van de verdeling per gemeente (zie hoofdstuk 3.3).
5.3 Criteria voor aanvragers
Projecten komen in aanmerking voor financiering uit het Vitaliseringsfonds wanneer ze structuurversterkend zijn. Daarvoor hanteren we de volgende definitie:
| Definitie Structuurversterken (een project is structuurversterkend wanneer het effect dat het project teweegbrengt) | |
| 1. Blijvend is: | Daarvoor moet het effect blijvend zijn en minimaal 5 jaar moet het effect aantoonbaar doorwerken in Noardwest-Fryslân. |
| 2. Versterkend is: | Het project is trend-doorbrekend en vernieuwend. Bij problemen waar nu een oplossing ontbreekt is het project doelgericht en slagvaardig. Bij problemen waar al initiatief op wordt genomen moet het project een duidelijke “plus” zijn ten opzichte van de huidige initiatieven. |
| 3. Omvangrijk is: | Projecten hebben een bepaalde omvang nodig om daadwerkelijk structuurversterkend te zijn. Kleine projecten dragen niet of onvoldoende bij aan structuurversterking. |
Om te borgen dat projecten structuurversterkend zijn, moeten projecten voldoen aan bepaalde criteria om in aanmerking te komen. Als aanvragen niet voldoen aan onderstaande criteria, komen ze niet in aanmerking voor financiering. Deze projecten
worden niet verder in behandeling genomen en worden dus ook niet doorgezet naar de adviescommissie die punten toe gaat dienen aan de projecten, zie 5.3.
Deze criteria moeten een prikkel geven aan aanvragers om na te denken over een structuurversterkend karakter in de aanvraag. Een aantal criteria kan objectief beoordeeld worden, bijvoorbeeld het minimum bedrag. Een aantal criteria kan niet voordat het project start objectief beoordeeld worden, bijvoorbeeld het criterium dat spreekt over een langjarig effect. Bij deze criteria moet de aanvrager beschrijven waarom het project voldoet aan het criterium. Als deze beschrijving te volgen is, voldoet de aanvraag aan het criterium. Hier zijn geen complexe berekeningen voor nodig.
Indieners van projecten moeten in de aanvraag aannemelijk maken dat onderstaande punten van toepassing zijn:
- Blijvend effect; het effect van een project minimaal 5 jaar voelbaar voor inwoners. Als dit bij de start van het project niet duidelijk is, moet tijdens het project gewerkt
worden aan dit langjarige effect. - Versterkend: project heeft vernieuwende elementen in zich (bijvoorbeeld aanpak of samenwerking) en leidt tot een extra impuls ten opzichte van de inzet die al gepleegd wordt.
- Omvangrijk: Minimale aanvraagbedrag is € 162.500,-. Gezien het instrument maximaal 65% (zie hierna) van de projectkosten bijdraagt betekent dit dat de minimale totale kosten van het project € 250.000,- zijn.
- Het maximale aanvraagbedrag bedraagt € 750.000,-.
- De bijdrage vanuit het instrument bedraagt maximaal 65% van de totale projectkosten.
- Welke kosten zijn subsidiabel:
- De kosten ten behoeve van een activiteit waarvoor een onderzoek (zoals bijvoorbeeld een haalbaarheids- of archeologisch onderzoek) noodzakelijk is, kunnen voor subsidie in aanmerking komen. De kosten van onderzoek zijn subsidiabel tot een maximum van 20% van de totale projectkosten.
- Eigen uren en uren voor de inhuur van personeel zijn subsidiabel tot een bedrag van 75% van de totale projectkosten.
- Exploitatiekosten (beheerkosten) zijn niet subsidiabel.
- Als het kan moet het projectresultaat fysiek dan wel digitaal te bezoeken zijn. Als dat niet mogelijk is legt de aanvrager uit waarom dat niet mogelijk is.
- Projecteigenaar deelt actief kennis van het project in de regio en daarbuiten. Zo kunnen goede ideeën opgeschaald worden naar andere delen van de regio of naar andere regio’s. In de aanvraag legt aanvrager uit hoe kennis wordt gedeeld.
- Het project richt zich op minimaal één van de thema’s die centraal staan. Dit zijn wonen, zorg en onderwijs.
- Projecten dragen bij aan minimaal één van de volgende doelen die centraal staan in de Regiodeal:
- ontwikkelingsmogelijkheden en kansen voor jongeren;
- een gezonde leefomgeving;
- vitale kernen en dorpen;
- een goede bereikbaarheid.
5.4 Scoringsmethodiek
De projecten die voldoen aan de criteria uit 5.3 worden vervolgens beoordeeld door een commissie van experts, zie hoofdstuk 6. Deze experts geven alle projecten die voldoen aan de criteria uit 5.3 een score. Deze score bedraagt maximaal 25 punten en wordt opgebouwd uit vier indicatoren. Per indicator is een maximaal aantal punten te behalen:
| a. | 7 punten voor de mate waarin het initiatief een relatie heeft met de thema’s en doelen van de Regiodeal |
| b. | 7 punten voor de mate waarin het initiatief bijdraagt aan de leefbaarheid van (prioritaire) kernen in de regio Noardwest-Fryslân en/of een regionaal gemeente overstijgend karakter heeft. |
| c. | 7 punten voor de mate waarin het initiatief bijdraagt aan de lange termijn structuur in de regio Noardwest-Fryslân en er samenwerkingen worden opgezocht. |
| d. | 4 punten voor de mate waarin het initiatief innovatief en/of experimenteel is. |
Alle projectaanvragen die meer dan 13 punten behalen kunnen gefinancierd worden. Uitputting van de middelen gebeurt op basis van een rangschikking van de scores. Het project met de hoogste score ontvangt als eerste het benodigde bedrag, dan het project met de één-na-hoogste score, enzovoort. Als er twee of meer projecten zijn met een gelijke score vindt loting plaats. In hoofdstuk 3.3 staan minimale bedragen die moeten landen in de verschillende gemeenten. Na iedere tranche wordt een overzicht opgemaakt, waaruit onder andere duidelijk wordt welk deel van het budget landt in de verschillende gemeenten. Het kan zijn dat de balans scheef is. In dat geval worden projecten in gemeenten met een te laag aantal projecten extra aangejaagd.
Het is mogelijk dat bij tranche twee of drie blijkt dat het minimale bedrag in een gemeente niet gehaald wordt. In dat extreme geval worden projecten die landen in deze gemeente gefinancierd, ook als ze een lagere score krijgen van de adviescommissie. Deze projecten moeten nog steeds voldoen aan de criteria uit 5.3 en minimaal 13 punten halen bij de adviescommissie.
6. Governance
6.1 Beheer middelen
Het fondsbeheer wordt belegd bij gemeente Leeuwarden. Als trekker van programmalijn 2A past die rol bij hen. Dit betekent niet dat enkel gemeente Leeuwarden gaat over de beoordeling van projecten. In hoofdstuk 7 staat beschreven welke taken horen bij deze rol van ambtelijk secretaris. € 50.000 van de gereserveerde operationele kosten worden beschikbaar gesteld aan gemeente Leeuwarden om iemand aan te stellen als ambtelijk secretaris.
6.2 Adviescommissie: experts uit de regio
Voor de beoordeling wordt een commissie van experts ingesteld. Deze commissie geeft alle ingediende projecten een score. In de komende periode worden geschikte kandidaten gevraagd voor deze commissie. Daarbij is aandacht voor de volgende punten:
- Het is wenselijk dat drie of vijf personen zitting nemen in deze commissie;
- De experts hebben kennis van de thema’s wonen, zorg en/of onderwijs in de regio;
- De experts kennen de regio goed en hebben een duidelijk beeld bij wat de regio nodig heeft om te werken aan de doelen van de regiodeal;
- De experts zijn afkomstig uit verschillende delen van de regio.
In de komende periode verkennen we de inzetbaarheid van geschikte personen uit de reeds actieve Leader adviescommissie.
De scores voor de verschillende projecten gelden als advies voor de bestuurstafel. Dit advies wordt overgenomen, behalve als er zwaarwegende redenen zijn om het advies niet over te nemen. Dat kan bijvoorbeeld bij projecten die wettelijk gezien niet uitgevoerd mogen worden. Na iedere tranche wordt ter informatie ook een overzicht gedeeld met de bestuurstafel. In dit overzicht zijn in ieder geval opgenomen een lijst met de projecten en de verdeling over de verschillende gemeenten en thema’s wonen, zorg en onderwijs.
€ 10.000,- van de gereserveerde operationele kosten worden beschikbaar gesteld om de adviescommissie hun werk te laten doen (denk aan vergaderkosten, werkbezoek e.d.).
Na akkoord op de inhoud van dit plan, wordt deze aanpak vertaald naar een regelingstekst. Vervolgens kan deze vastgesteld worden. Na bekendmaking van de regeling start de communicatie op. Doel is dat in ieder geval de belangrijke partijen in de regio, die zich richten op de thema’s wonen, zorg en onderwijs, de regeling kennen. Gemeente Leeuwarden coördineert de communicatie. Het proces van een aanvraag in de uitvoering loopt als volgt.
| Nummer | Processtap |
| 1. | Een aanvraag wordt voor de deadline van de tranche ingediend bij het subsidieloket van gemeente Leeuwarden. Hiervoor wordt een aanvraagformulier opgesteld en beschikbaar gesteld. Streven is om dit formulier niet te zwaar te maken, waarbij wel alle relevante informatie duidelijk moet worden. |
| 2. | Gemeente Leeuwarden stuurt een ontvangstbevestiging naar de aanvrager zodra de aanvraag is ontvangen. |
| 3. | De ambtelijk secretaris van het Vitaliseringsfonds (gemeente Leeuwarden) toetst of de aanvraag voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen, zie 5.2. |
| 4. | De aanvragen die voldoen aan de criteria worden doorgestuurd naar de coördinator van de adviescommissie, de leden ontvangen de aanvragen voor een overleg. |
| 5. | Tijdens een overleg van de adviescommissie komt de commissie tot een gezamenlijke score per project. |
| 6. | Gemeente Leeuwarden ontvangt deze scores en gaat na welke projecten recht hebben op financiering. |
| 7. | De bestuurstafel stelt de lijst met projecten die financiering ontvangen formeel vast, zie ook hoofdstuk 6.2. |
| 8. | Gemeente Leeuwarden stuurt beschikkingen naar alle aanvragers, ofwel met een goedkeuring of met een afwijzing. |
De aanvragers waarvan de aanvraag is goedgekeurd sturen periodiek een voortgangsrapportage, conform de bepalingen in de beschikking. Uit deze voortgangsrapportage moet duidelijk worden of de beoogde resultaten ook behaald worden. Budget dat niet is uitgegeven wordt terugbetaald. Voor de uitvoering worden in de komende periode in ieder geval de volgende zaken verder uitgewerkt:
- Concept subsidieregeling
- Aanvraagformulier
- Communicatiestrategie
- Beroeps- en bezwaarprocedure
- Formats ten behoeve van rapportage
- Leden adviescommissie inclusief taakomschrijving
- Takenlijst ambtelijk secretaris gemeente Leeuwarden
7. Uitvoering
Na akkoord op de inhoud van dit plan, wordt deze aanpak vertaald naar een regelingstekst. Vervolgens kan deze vastgesteld worden. Na bekendmaking van de regeling start de communicatie op. Doel is dat in ieder geval de belangrijke partijen in de regio, die zich richten op de thema’s wonen, zorg en onderwijs, de regeling kennen. Gemeente Leeuwarden coördineert de communicatie. Het proces van een aanvraag in de uitvoering loopt als volgt.
| Nummer | Processtap |
| 1. | Een aanvraag wordt voor de deadline van de tranche ingediend bij het subsidieloket van gemeente Leeuwarden. Hiervoor wordt een aanvraagformulier opgesteld en beschikbaar gesteld. Streven is om dit formulier niet te zwaar te maken, waarbij wel alle relevante informatie duidelijk moet worden. |
| 2. | Gemeente Leeuwarden stuurt een ontvangstbevestiging naar de aanvrager zodra de aanvraag is ontvangen. |
| 3. | De ambtelijk secretaris van het Vitaliseringsfonds (gemeente Leeuwarden) toetst of de aanvraag voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen, zie 5.2. |
| 4. | De aanvragen die voldoen aan de criteria worden doorgestuurd naar de coördinator van de adviescommissie, de leden ontvangen de aanvragen voor een overleg. |
| 5. | Tijdens een overleg van de adviescommissie komt de commissie tot een gezamenlijke score per project. |
| 6. | Gemeente Leeuwarden ontvangt deze scores en gaat na welke projecten recht hebben op financiering. |
| 7. | De bestuurstafel stelt de lijst met projecten die financiering ontvangen formeel vast, zie ook hoofdstuk 6.2. |
| 8. | Gemeente Leeuwarden stuurt beschikkingen naar alle aanvragers, ofwel met een goedkeuring of met een afwijzing. |
De aanvragers waarvan de aanvraag is goedgekeurd sturen periodiek een voortgangsrapportage, conform de bepalingen in de beschikking. Uit deze voortgangsrapportage moet duidelijk worden of de beoogde resultaten ook behaald worden. Budget dat niet is uitgegeven wordt terugbetaald. Voor de uitvoering worden in de komende periode in ieder geval de volgende zaken verder uitgewerkt:
- Concept subsidieregeling
- Aanvraagformulier
- Communicatiestrategie
- Beroeps- en bezwaarprocedure
- Formats ten behoeve van rapportage
- Leden adviescommissie inclusief taakomschrijving
- Takenlijst ambtelijk secretaris gemeente Leeuwarden