Bron: Gemeente Leeuwarden
Wie zich wil verdiepen in het verleden van Leeuwarden, gaat al snel te rade bij het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL), waar de archieven over het verleden van de gemeente worden gekoesterd. Maar het papieren archief bevat maar een beperkt deel van de beschikbare historische informatie. Een zeer belangrijke informatiebron wordt gevormd door alles wat in de bodem bewaard is gebleven: het bodemarchief. Een goed voorbeeld hiervan is het archeologisch onderzoek rond de aanleg van de Wâldwei bij Hempens. Hier zijn resten gevonden van de allereerste bezoekers van het gebied, zo’n 50.000 jaar geleden.
Het bodemarchief levert soms ook aanvullende gegevens waardoor we op een andere manier naar het verleden kijken, zoals het onderzoek op het Oldehoofsterkerkhof. De oudste bewoning op het Oldehoofsterkerkhof is uit de eerste eeuw na Christus. In die tijd stond op een kleine terp een houten boerderij waarvan de resten zijn opgegraven. Doordat het klimaat steeds natter werd, trokken de mensen in de loop van de derde eeuw na Christus weg uit het gebied. De eerste Leeuwarders kwamen hier rond 500 na Christus wonen. De woonkern die hier in de vroege Middeleeuwen ontstond, heeft plaats moeten maken voor de St. Vituskerk. De mensen verhuisden naar de andere twee terpen, rond de Kleine- en Grote Hoogstraat.
Het probleem van archeologisch onderzoek is dat het ‘lezen’ van het bodemarchief tegelijk betekent dat het archief vernietigd wordt. Archeologen bestuderen de bodem, halen de informatie eruit en documenteren alles, maar graven uiteindelijk het originele archief voor altijd weg. We moeten dus goed weten wat we doen.
Eigen beleid
De gemeente heeft met de beleidsnota Archeologische Monumentenzorg Leeuwarden (AMzL) 2008-2013 de archeologische koers voor de komende jaren uitgezet. In het archeologiebeleid zijn de volgende elementen van belang: